missionarissen van afrika
missionnaires d’afrique

L A V I G E R I E . be
Mali

De Talib kinderen in Mali

Band n°3 2012
woensdag 3 oktober 2012 door Webmaster, Yves Pauwels



Overal komen wij die kleine bedelaars met hun conserven-blikje tegen: aan de verkeerslichten, ofwel tegen elkaar gedrumd onder de stalletjes op de markten van onze Afrikaanse steden, vuil, met wonden overdekt en in lompen gehuld. Dat zijn de straatkinderen van Afrika.

In Mali zijn er drie soorten straatkinderen:
- De bedelaars-met-het-doosje. Zij bedelen voor hun arme ouders, de hele dag door, maar s ’avonds kunnen ze terug naar huis keren.

- De echte straatkinderen. Die hebben geen enkele familie of kennissen meer. Zij leven in ‘gangs’, elk met hun eigen ‘chef’, of soms chefs. Hun thuis zijn de markten, waar ze ook slapen. Om één of andere reden zijn zij hun familie of marabout ontvlucht: ruzie thuis, slechte behandeling, armoede, honger,

- De kinderen van de Koranschooltjes. Die studentjes worden ‘talibé’ of ook ‘garibous’ genoemd. Het araabse ‘talib’ betekent ‘hij die zoekt, vraagt, bedelt’. Zij leren en bedelen op bepaalde uren. Over deze jongetjes wil ik U hier vertellen.

De Koran-scholen in Mali.

Als men in Mali over een koran-school spreekt, bedoelt men het schoolse aanleren van de Koran, en van de occulte kennis die een maraboet verstrekt in de inkomhal of de binnenkoer van zijn huis. Die kinderen worden als het ware in zijn familie opgenomen.

Ouders vertrouwen hun kind toe aan een maraboet.
Dit doen ze om allerlei redenen: uit religieuze overtuiging om hem te vormen volgens de principes van de Koran, ook gewoonweg uit barre armoede, of ook om zijn onwillig gedrag thuis. De maraboet geniet het volste vertrouwen van de ouders, en hij heeft recht op leven en dood over het kind. De naam en herkomst van het kind staat op geen enkel register van school of staat!

- Het ontstaan van deze koranschooltjes ging samen met het binnendringen van de Islam in Mali. Hun uitbreiding houdt gelijke tred met de aangroei van de bevolking.
Het Koran-onderwijs is altijd een godsdienstige plicht geweest, en vereiste niet noodzakelijk een geldelijke vergoeding.
Volgens het Ministerie van Onderwijs waren de leerlingen van de ‘medersas’(officiële scholen) en van de Koran-schooltjes in 1980 goed voor 36% van het lager onderwijs (de eerste zes jaren).

- De leerlingen van de Koran-scholen worden verdeeld over vier categorieën:

  • Zij die nog niets kennen,
  • zij die beginnen te kennen,
  • zij die beginnen met het opzeggen van de Koran,
  • en zij die de meester helpen.

    Vandaag worden 63% van de onderwijzers te Bamako betaald met het schoolgeld van de kinderen, en met giften in natura. Heel dikwijls kent de meester geen araabs, maar verplicht toch de kinderen de Koranverzen in het araabs uit het hoofd op te dreunen.

Die kinderen leven in zeer moeilijke omstandigheden: 26%, soms 28% van hen vinden hun dagelijks voedsel met bedelen. Bovendien moeten ze nog geld vinden voor hun kleding, schoeisel, en het schoolmateriaal, zoals hun schrijfplankje, inktpot, inkt, pen, en bovenal de Koran.

Buiten de lesuren moeten ze bedelen tussen 10 en 12 uur, s ’avonds van 5 tot 6 uur, en s ’nachts van 9 tot 10 uur. Eens 14 jaar oud durven ze niet meer bedelen, uit schaamte. De ouderen leven dan op de kap van de jongeren.

De meisjes hoeven nooit te bedelen, want die worden aanzien als familieleden, en eten samen met de familie. Als de ouders het schoolgeld niet kunnen betalen, moet elk kind het zelf maar bedelen, en als de betaling uitblijft, krijgt hij ruimschoots van de stok, evenzo als hij zijn les niet goed geleerd heeft.
Als het leven hem daar te zwaar wordt, neemt hij de vlucht, en verdwijnt hij in de massa van de echte straatkinderen.

Het Koran-schooltje is een leerschool van vernedering, nederigheid, verharding, en toch ook van solidariteit.
De Koranschool is de school voor de armsten onder de armen.

Door de band wordt zij beschouwd als een alternatief voor de publieke school, die jammer genoeg heel vaak niet bestaat in het dorp of het stadskwartier. Het is geen staatsinstelling, en zij biedt geen gestructureerde kennis of leerstof aan. Evenmin bereidt zij het kind voor op een stiel of op zijn inschakeling in de maatschappij.

Om het even welke maraboet kan zijn schooltje opzetten, zonder dat ook maar iemand controle uitoefent op zijn kennis, zijn moraliteit, het studieniveau, of de geest en de doelstelling ervan. De meester legt de leerlingen zijn principes op, zijn waarden, zijn geloof en bijgeloof, en zijn dikwijls onorthodoxe praktijken. En dat alles in naam van de Islam.

- Wat moeten of kunnen wij van deze scholen denken?

  • Er zijn er ook correcte tussen, waar het kind een zekere opvoeding ontvangt, een aanvaardbare gedragsvorming, een training in gemeenschapsleven, en een vorming tot het gebed door het opzeggen van de Koranverzen.
    Sommige functionarissen, die zelf zulke scholen beleefd hadden, spraken er mij positief over.
    Ik ken zelfs een school waar de meester van tijd tot tijd stukjes uit het Evangelie voorleest. Maar dit blijft één uiterst grote uitzondering
  • In de meeste andere scholen worden de kinderen slecht behandeld. Zij lijden honger en dorst, zijn ziek zonder verzorging, worden uitgebuit voor geld en door werk op het veld. Soms worden ze zelfs als slaven verkocht, of aan Arabieren afgestaan om er terroristen van te maken, of nog erger... Hun lot is het lijden onder al zijn vormen.

Unicef en het Ministerie van Onderwijs hebben verschillende onderzoeken ingesteld, met een heleboel besluiten. Maar tot hiertoe is alles dode letter gebleven.

Mr Béchir Tall, professor van araabs en lid van de CAP(Conseil de l’Académie Pédagogique) sprak van “...die kinderen, die de kinderlijke onschuld in hun ogen verloren hebben”. - Wij allen, en op alle niveaus, zijn schuldig aan de verwording van deze scholen.

- Zijn er oplossingen?

Deze Koranschooltjes zouden moeten omgevormd worden tot ‘Medersas’. Deze laatste worden erkend en gevolgd door het Ministerie van Opvoeding. Zoals in de publieke scholen worden hier naast profane disciplines ook onderricht over de Islam gegeven.

Een andere oplossing zou zijn in alle scholen godsdienst onderwijs te geven naargelang het geloof van de leerlingen: musulmaans, katholiek, enz...
In het katholieke college van Bandiagara hebben wij een onderwijzer aangesteld, die Islam doceert, terwijl katholieke leerlingen catechese volgen.
Dit zet de ouders aan om hun kinderen naar school te zenden.

De wetten in Mali verbieden het bedelen. Er zijn heel wat wetten betreffende kinderbescherming.
In 1990 ondertekende Mali de Verklaring over de Kinderrechten.
Maar de Koranscholen overtreden deze Verklaring op de volgende punten: Artikel 7(recht op een burgerlijke status), Art.28(recht op opvoeding en onderwijs), Art.31(recht op rust en vrije tijd), Art.32(recht op bescherming tegen economische uitbuiting), en op Art.13 (vrijheid van meningsuiting).

In Bandiagara hebben we, samen met de katholieke missie en Dhr Béchir Tall, kantines georganiseerd voor de bedelkinderen. Driemaal per dag konden ze een maaltijd krijgen bij drie families van de stad. Een honderdtal kinderen bezochten deze kantines.
Ze werden gefinancierd door het Generalaat van de Witte Paters. Maar hun succes trok alle bedelaars van de streek aan. Dat heeft ons gedwongen ermee te stoppen. Ons project was onvoldoende doordacht. We hadden eerder moeten mikken op de omvorming van de Koranscholen in Medersas.

Hier nog enkele andere projecten vanwege de Kerk
Om het lot van de kinderen in Mali te verbeteren. – “Kinderen van ons allen”. Men vangt er de kinderen op, men trekt er s’nachts op uit om de straatkinderen aan te zetten om in het centrum te komen slapen, men tracht de ouders van die kinderen op te sporen om ze hen terug te bezorgen, ze krijgen er medische verzorging, er is culturele ontspanning (dansen, trommelen, toneel), men begeleidt ze bij hun studies, en organiseert stielvorming, enz...
Voor zover ik weet gebeurt dit ook te Ségou, Mopti en Kidal.

- Om er meer over te weten, lees:














« La transmission du savoir islamique traditionnel au Mali »
  Elisa Pelizzari et Omar Sylla
  Ed. l’Harmattan, Italie
ISBN : 978-2-296-55735-2 • février 2012 • 192 pages

Juli 2012, Yves Pauwels M.Afr
Paroisse de Bandiagara, Mali

yvespauwels283@hotmail.com
 

Homepagina | Contact | Overzicht van de site | | Statistieken van de site | Bezoekers : 421 / 575738

De activiteit van de site opvolgen nl  De activiteit van de site opvolgen Afrika  De activiteit van de site opvolgen Mali   ?    |    titre sites syndiques OPML   ?

Site gebouwd met SPIP 3.0.21 + AHUNTSIC

Creative Commons License