missionarissen van afrika
missionnaires d’afrique

L A V I G E R I E . be

Pater Mathieu Nijs

woensdag 10 oktober 2012 door J.V.
  Na twee weken palliatieve zorgen in de gemeenschap van Genk is onze confrater
 
Pater Mathieu Nijs



maandag 8 oktober 2012, stilletjes ingeslapen, in het bijzijn van enkele familieleden en Eric Bladt.

Mathieu - men noemde hem vaak gewoon ’Thieu’ - werd geboren te Hamont, in de provincie Limburg, op 23 december 1926. Het gezin telde zes kinderen, drie jongens en drie meisjes. Alvorens zijn humaniorastudies te beginnen, heeft Mathieu eerst een jaar vakschool gedaan te Overpelt. Daarna volgen enkele jaren humaniora te Neerpelt. Na de derde Latijnse treedt hij als „late roeping” binnen te Boechout (1948-1950). Dan volgen Varsenare en Heverlee, waar hij op 10 juli 1954 zijn eed aflegt en op 10 april 1955 door Mgr. Durrieu priester wordt gewijd. Men beschrijft hem als een grote werker, plichtsgetrouw, edelmoedig en dienstbaar, sociaal en aangenaam in omgang. Zij onderlijnen vooral zijn praktische bekwaamheden in elektriciteit en mechaniek, maar ook op gebied van landbouw en veeteelt. In het scholastikaat was hij trouwens de „rechterhand van broeder Laurentius”; „le type de broussard qui n’aura pas peur de se salir les mains ointes pour tirer les autres du pétrin”.

Na zes maanden koloniale wetenschappen te Leuven, vertrekt Mathieu op 5 april 1956, met Sobelair, naar Bukavu en zo naar het bisdom Goma. Na enkele maanden te Jomba, wordt hij in 1957 onderpastoor en verantwoordelijke van de scholen benoemd te Nyakariba, twee jaar later te Jomba en enkele maanden later te Matanda. In augustus 1960 wordt hij stichter en pastoor van de nieuwe parochie van Mweso. Hij schrijft: „Er was na de onafhankelijkheid geen sprake van bouwen en zo. We hebben daar vijf jaar doorgebracht met onze pastoraal in open lucht. Het dakje van een koffiedrogerijtje was de enige beschutting en daar vierden we de eucharistie onder. Ook in de succursalen was er nergens een kerkje.

In januari 1965 beginnen de moeilijkheden waarmee hij zijn ganse leven zal te kampen hebben, namelijk volkomen heesheid. Hij raadpleegt eerst een specialist in Kampala, daarna in Antwerpen. Zij stellen geen letsel vast aan de stembanden en wijten de ziekte aan over-vermoeienis van de stem en stress. Maanden zwijgen helpt, maar hij zal voortaan zijn stem nooit meer mogen forceren. Het gevolg zal zijn dat hij praktisch nooit meer zal voorgaan, noch in groepsmissen noch in de eigen gemeenschap. In mei 1966 vertrekt hij terug naar Goma. Na enkele jaren dienst als adjunct-inspecteur van de scholen, wacht hem in juli 1969 een totaal nieuwe opdracht waarin hij al zijn capaciteiten zal kunnen investeren.

Hij begint met verschillende maanden stage te lopen in een drukkerij te Halle om zich te familiariseren met de offsetdruk. In mei 1970 start hij dan de drukkerij Kivu-Presses te Bukavu. En daar stond hij, in de industriezone van de stad (waar het bisdom een terrein bezat), met een lege hangaar te zijner beschikking en – schreef men later in Karibu –„twee pakken papier onder zijn arm”. Hij zal er geleidelijk een grote, tot ver buiten de grenzen van het bisdom reikende drukkerij van maken. Hij had gouden handen en kreeg alle in panne gevallen machines weer aan de praat. In 1974 volgt hij nog een stage in België. De belangrijkste bedoeling van de bisschoppenconferentie was het publiceren van liturgische en catechetische boeken en didactisch materiaal. Het was de tijd dat de paters Diacre, Cooreman en Cuppens volop produceerden. Kivu-Presses gaf ook HODI uit (de voorloper van het huidige KARIBU). Een confrater getuigt: „Hij was een sympathieke confrater en een technische kei: zijn werk bij Kivu-Presses liet toe gedurende vele jaren heel het oosten van Congo te overspoelen met ontelbare publicaties, catechismussen, gebedenboeken, zangboeken, lectionaria, spraakkunsten… en hij gaf werk aan vele huisvaders die hij wist op te leiden tot vaardige technici.

In juni 1984 verlaat Mathieu Kivu-Presses, met veel dankbetuigingen van de bisschoppen van de kerkprovincie Kivu, voor wie de Witte Paters, dank zij hem, een goed draaiende onderneming hebben opgebouwd. Hij neemt dan een sabbatjaar in België. Begin december 1985 wordt Mathieu benoemd in het bisdom Goma, meer bepaald in de ’Paroisse du St-Esprit’ en, vanaf januari 1988, in Maison Lavigerie. Hij werkt mee met de Imprimerie des Volcans, volgt op de voet de evolutie van de steeds meer opkomende computers, introduceert in alle WP-posten het nieuwe boekhoudingsysteem (toen nog het systeem Cole) en aanvaardt in dienst van de confraters en de abbés allerhande reparaties. Stilaan wordt hij de grote computerspecialist van gans de regio. In november 2000 verhuist hij naar het provincialaat (Maison Charles Lwanga) in dienst van de boekhouding. Na zijn verlof in 2003 wordt hij er verantwoordelijke van hetgeen men noemde de ’technische dienst’.

Sinds 1988 maakt hij zich zorgen over zijn gezondheid en vermoedt een hartprobleem. Eind 2007 schrijft hij na zijn jaarlijkse retraite aan de provinciaal van België: „Ik ben 81 jaar geworden. En ik geef er me rekenschap van dat op deze ouderdom vooral de gezondheid het ineens kan laten afweten. En ik zou niet graag de confraters voor een noodgeval zien staan als men mij zou moeten evacueren… En dus vraag ik een plaatske in België.”

Op 21 mei 2008 komt Mathieu definitief terug en wordt benoemd in onze gemeenschap van Genk, waar hij nog enkele rustige jaren heeft kunnen doorbrengen.

  De afscheidsliturgie zal plaats hebben op zaterdag 13 oktober om 10u30 in de Sint-Laurentiuskerk te Hamont (Abdijstraat – 3930 Hamont), gevolgd door de teraardebestelling te Varsenare.  

Wij concelebreren zoals gewoonlijk. Een koffietafel is voorzien in het ’Abdijhof’ op 150 m. van de kerk.

 
Jef Vleugels
 

Homepagina | Contact | Overzicht van de site | | Statistieken van de site | Bezoekers : 329 / 662511

De activiteit van de site opvolgen nl  De activiteit van de site opvolgen Onze overledenen   ?    |    titre sites syndiques OPML   ?

Site gebouwd met SPIP 3.0.26 + AHUNTSIC

Creative Commons License