missionarissen van afrika
missionnaires d’afrique

L A V I G E R I E . be

MIJN AFRIKA - DAAR IS MIJN THUIS

uit „Band” 2008/1
maandag 24 maart 2008 door Webmaster

Een getuigenis van André Thijs, missionaris en Witte Pater in Oost-Congo.

Pater André Thijs werkte vele jaren in de brousse en daarna in het onderwijs van Goma. Momenteel leeft en werkt hij in Bukavu.

André Thijs

B.P. 333

Cyangugu

Rwanda

“Pater André, ga jij nog terug? Naar Goma? Na alles wat je er beleefd hebt? Naar ik hoorde, niet zonder verwondingen en bij momenten zo net op het rand je van de zalige eeuwigheid…?”

De laatste dagen is dat een vraag van vele mensen. En dat doet goed. De mensen in België stellen nog vragen aan de missionaris. Maar is dit ook niet meteen een vraag naar hemzelf, naar het diepste van hun eigen leven, het ‘hoe’ en ‘waarom’ van alle dingen, van zweet en pijn, van een lach, een ‘morgen’…?

Menslief, waar gaat het tenslotte om? Als ook mijn geloof en kerkpraktijk, mijn evangelie en christen-zijn afstompt of in slaap valt?
Ik antwoord: “Ja, ik ga terug. Zo gauw als het kan." Mijn vliegtuig-ticket is geboekt op 22 september. Maar voorlopig is alles stand-by, vermits Goma weer in de brandlijn ligt van de rebellie en dus alle grenzen gesloten zijn. Het onbekende. Afwachten.

GOMA, op de grens van Rwanda-Congo. Met zijn vele tienduizenden doden onder de Hutu-vluchtelingen bij de choleraplaag in juli 1994. En de zeker honderdduizenden doden bij de massa-moorden in november 1996, toen het Rwandese leger de Hutu-vluchtelingen achterna zat na de bombardementen op hun kampen rondom ons in Goma.

Alles van heel dichtbij gezien, gehoord en…geroken! We zaten er pardaf middenin. En dan de omwenteling ‘Zaïre-Congo’.
…Met de val van het corrupte Mobutu-regime waren er de onvoorstelbare gruwelijkheden van de repressies, moord, haat en wraak, etnisch geweld, het oppakken van en uit de weg ruimen van zovele onschuldige mensen. En dat gebeurt nu nog elke dag. Maar vooral ’s nachts…

Als missionaris blijven we nu nog als enige blanken achter, samen in een geteisterde kerk. En toch ook een kerk zo vol van levenslust, het telkens opnieuw opstaan, evangelische inzet en bewogenheid.

In onze gemeenschap van drie witte paters en twaalf seminaristen voelen we ons verbonden met alle mensen ter plekke. Zij konden ook niet weg. Na veel bedenktijd, na lang en stil gebed en veel wijze raad, kiezen we bij hen te blijven. In leven en dood. En toch zoek je geen heldendom. Dat is dom. Ook geen heilige zelfmoord. Dat is onzin. En ik ben er veel te bang voor. Bij het mitrailleurgekletter ’s nachts, het ontploffen van een granaat binnen onze omheining, vang ik slechts een loos hazenslaapje. Ik ben ook maar een gewone missionaris, en ‘gewoon’ missionaris. En bij genade Gods, probeer ik als missionaris het evangelie en mijn roeping consequent door te trekken. Daar krijg je biddend de kracht voor, en de genade. Op het gepaste moment. Als het moet. Je leert leven in constante angst, spanning en slopende onrust. Tot heel ver. Jezelf voorbij…

Plat op de grond, gekneveld en berooid, geslagen. In de loop van de mitrailleur vlak in mijn gezicht, zie ik, een beetje verdwaasd, het beeld van ons ma en van een andere missionaris, zuster Frida. Samen, ik weet het zeker, hielden ze de kogels tegen. Niet de klappen en woeste slagen, ook niet de plundering van ons huis. Je hebt niet te kiezen in het leven. En klappen krijgt iedereen.

Ook onze twaalf seminaristen en de twee nachtwakers. Samen solidair dus. In alles. Dat is pas mooi. Een paar dagen wat stram en kreupel bij het lopen. Mijn franse confrater Louis had er veel erger van langs gekregen. En op 73 jaar recupereer je misschien iets minder vlug?

“En Pater André, toch ga je terug? Begrijp ik zo niet.”

Ja, ik eigenlijk ook niet. Ik kan gewoon niet anders. Ginds is het leven ook zo totaal anders. De jeugd, de eucharistie, de zwarte mens, zo joviaal en ongemaakt spontaan, het Kivu-meer, de vulkanen, zon en tropenregens…

Maar voorlopig wachten dus. Tot de grens weer opengaat. We zien wel welke kant de rebellie uitgaat. En de missionaris is tenslotte overal thuis, en nergens.

Sinds de gebeurtenissen van de laatste jaren leef ik wel anders. Ik bid en voel zo heel anders. Je ziet de dingen en het leven als van binnenuit. Sterven en dood kan zo erg niet zijn. Lijden en pijn, onrecht, geweld en rassenhaat des te erger.

Sinds die honderden doden zo vlak voor onze deur, kannonnen en zwaar geschut op die vluchtende mensenmassa zo vlak voor onze ogen, dood en vernieling alom, een mitrailleur op mijn slaap, met de vinger op de trekker…Je ziet de broze ‘betrekkelijkheid’ van de dingen en het leven met je hart.

Of moet ik zeggen de ‘eeuwigheid’ der dingen? In ieder geval, een heel rijk en onuitwisbaar moment in mijn leven. Een genade weer! Dood en moord, menselijke dwaasheid en wreedheid tot ver voorbij je verbeelding en incasseringsvermogen…

Maar dan weer zoveel Afrikaanse broederlijkheid, hun vechten voor behoud en leven, voor vrijheid en recht, hun zoeken naar verzoening en evangelische geweldloosheid, vergeving voor de moordenaars van eigen familie… Je wordt er klein, stil en koud van.

Tenslotte nog dit. Afrika. Zwart van hongersnood, oorlog en ellende, geweld en stammenhaat, uitgevochten met de nieuwste westerse wapens. Afrika, stinkend van rottende lijken en massagraven, plunderingen en puinhopen waar vroeger bloeiende parochies en missie stonden. Ook in en rond Goma. Dat is allemaal heel waar! Maar er is een Afrika dat ik ken en waar ik zo verliefd op ben. Het doet me leven, gelukkig zijn en verlangen. Dat andere Afrika, miskend, verzwegen en vergeten.’t Is niet het Afrika van de tv of dat van onze begrijpelijke gevoelens van meerderwaardigheid, van scepticisme en zielige meewarigheid: ’t zijn toch maar zwarten! En dat na zoveel missiewerk, ’t is al voor niets, wat kunt ge er nog doen, heeft het nog nut!!!?

Maar er is Kosovo, Ierland, Eta, onze doden en agressie op de weg, drugs, stress, zelfmoorden, consumptie- en wegwerpmaatschappij, zinloze concurrentie in politiek en economie, harteloos voor werklozen en jongeren, psychiatrische klinieken voor kinderen van tien en twaalf jaar, ons Dutroux-syndroom, overvolle gevangenissen en lege kerken, nog enkel goed voor cultuurhongerige Opendeur-monumentendagen en…en…

Ik zeg dit: ze hebben vanuit onze beschaafde wereld helemaal geen lessen te geven aan mijn Afrika! Ik ken een Afrika met onnoemelijke veerkracht en levenszin, weerstandsvermogen zoals geen ander werelddeel, met de steeds aanstekelijke lach en ingeboren moed van de mens uit de brousse en uit de stad. Daar werk en leef ik dus. Daar is mijn thuis.

Missionaris zijn is iedere dag boeiend nieuw, en heel onvoorzienbaar uitdagend. Bij momenten heel hard. Waarom zou ik dan niet opnieuw mogen vertrekken zo gauw als de grenzen van Oost-Congo weer opengaan…? Intussen, Heer, maak me geduldig in het wachten. Ik weet dat Gij er zijt. Altijd, voor ons allemaal…!

(Dit artikel verscheen in het tweemaandelijks tijdschrift van KVS : nov.-dec. 2007)


Homepagina | Contact | Overzicht van de site | | Statistieken van de site | Bezoekers : 1223 / 629396

De activiteit van de site opvolgen nl  De activiteit van de site opvolgen Getuigenissen - Gebeurtenissen   ?    |    titre sites syndiques OPML   ?

Site gebouwd met SPIP 3.0.26 + AHUNTSIC

Creative Commons License