missionarissen van afrika
missionnaires d’afrique

L A V I G E R I E . be
Emigratie – Immigratie

HET BOEK « RUTH »

Een verhaal van goddelijke en menselijke trouw.
zaterdag 14 december 2013 door E. Bladt

MEDITATIE

Ik houd van een citaat van Prof. Roger Burggraeve (o.d.b.) : “Het is niet waar omdat het in de Bijbel staat, maar het staat in de Bijbel omdat het waar is.” Heel de Bijbel is een boek dat ons doet nadenken over ons mens-zijn en onze menselijke en religieuze roeping.

Mijn bedoeling is het boek « Ruth » te lezen doorheen de bril van de emigratie – immigratie. Actueel probleem, maar misschien ook een essentieel punt van ons christelijk geloof. Is ‘mondialisatie’ niets meer dan een economische organisatie? Jezus zelf is een ‘immigrant’ geweest. Immigrant in onze wereld, in onze menselijke geschiedenis. Phil 2 : 6 ‘Hij die de gestalte van God had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast, maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte aan van een slaaf en werd gelijk aan een mens…’ Ik stel ook vast, dat in de parabels de koning of de wijnbouwer bijna altijd afwezig is, op reis naar andere landen. In elk geval, hij is niet thuis. En wij, als missionarissen, waren wij geen immigranten in een afrikaans land, en nu ook een beetje in België? Ook voor ons was alles nieuw en blijft alles nieuw. Wij hebben dit avontuur willen beleven met de Heer, omwille van de Heer.

De auteur van het boek ‘Ruth’ heeft de trouw van Jahweh en de schoonheid van de menselijke verhoudingen willen aanschouwelijk maken.

Het boek ‘Ruth’ doet mij teruggaan naar het eerste hoofdstuk van Matheus : de genealogie van Jezus, en daarin lezen wij: ‘Overzicht van de afstamming van Jezus Christus, zoon van David, zoon van Abraham. Abraham verwekte Isaac…Salmon verwekte Boaz bij Rachab, Boaz verwekte Oved bij Ruth…’ Op het einde van het boek ‘Ruth’ vinden wij een deel van de afstamming van Jezus terug. (Ruth 4 : 18-22) Van in het begin van zijn evangelie, kondigde Matheus reeds de roeping van de ‘andere’ volkeren aan. En Paulus schrijft ergens dat de heidenen zijn geroepen tot dezelfde erfenis.

Wij ontmoeten in de afstamming van Jezus namen die ons vragen doen stellen : Tamar, Ruth, Rachab… Wij geloven dat die Jezus van Nazareth het mens geworden Woord van God is, werkelijk mens maar bezield van de Heilige Geest, die Hem een nieuwe identiteit gaf in de wereld : ‘Zoon van God’, ’Geboren uit God’ (Jn 1 : 13) Het Woord is mens geworden in de wereld zoals die is, met zijn grootheid en schoonheid, maar ook zijn kleinheid en zondigheid.

Jezus vroeg eens aan Petrus : « Bemint ge mij ? » Nu wij de genealogie kennen van die Jezus van Nazareth, blijven wij in Hem ons vertrouwen stellen ? Blijven wij Hem beminnen?

Het boek ‘Ruth’ gaat over emigratie en immigratie. Verplaatsing van een familie, van personen, van het ene land naar het andere. Hongersnood deed een familie, uit Bethleem in Juda, vluchten naar het land van Moab (ten oosten van de Dode Zee). Dit is toch wel een eigenaardige bestemming voor israëlieten. ‘Moab’ heeft geen goede naam in Israël. Wij lezen in psalm 60 : 8-9 ‘ God heeft gesproken in zijn heiligdom : “Juichend zal ik Sichem verdelen, het dal van Sukkot uitmeten. Van mij is Gilead, en van mij is Manasse, Ephraïm is de helm op mijn hoofd, Juda de scepter in mijn hand. Moab is mijn wasbekken, op Edom zet ik mijn voet. Filistea, juich mij toe.” Wordt Moab dan vergeleken met een wasbak, waarin het vuil te vinden is ? ‘ In die kom zal ik mij wassen.’ In Dt 23 : 4 lees ik het volgende : “ Hetzelfde geldt voor de Ammonieten en de Moäbieten : nooit ofte nimmer zullen zij tot de dienst van de Heer worden toegelaten.”

De vluchtende familie is samengesteld uit personen wiens naam niet alleen een betekenis heeft, maar ook een religieuze inhoud (zoals in de arabische landen) . De vader heeft de naam Elimelek wat betekent ‘God is mijn koning’ ( in ‘t araabs Allah malik ). De moeder heet Noëmi ( in ‘t araabs nuaima ) wat betekent ‘genade’, dus de vriendelijke, de beminnelijke, de liefelijkheid zelf. Zij hebben twee zonen : Machlon, wat ‘ziekte’ betekent, en Kilyon dat ‘breekbaar’ betekent. Twee namen die geen schitterende toekomst aangeven…eerder een nabije dood. In het land van Moab huwen de twee zonen twee moabitische vrouwen. Hier stelt zich het probleem van de gemengde huwelijken ; twee zonen van Israël met twee heidense vrouwen, die geen deel hebben aan het verbond van God : De ene heet Ruth, wat betekent ‘de gesterkte, de vriendelijke’ en de andere Orpa, wat ‘hals’ betekent…zij zal zich omdraaien en terug naar haar land keren in plaats van haar schoonmoeder te volgen. De man, die Ruth in Israël zal onthalen heet Boaz : ‘ in hem is kracht’. Het kind dat zal geboren worden uit het huwelijk van Boaz en Ruth, heet Oved, wat ‘dienaar’ (van God) betekent. Volgens de wet komt dit kind toe aan Noëmi. Deze had op een bepaald ogenblik haar naam veranderd in Mara, wat betekent : ‘zuur, bitter’ wat natuurlijk allusie maakt op de nood, de ellende, het leed en de tegenslag die zij beleefd heeft na de dood van haar man en haar twee zonen, en ook de terugreis naar Bethlehem.’

In het land van Moab sterven dus niet alleen de vader, maar ook de twee zonen. Zij hebben de dood gevlucht in Bethleem, maar zullen hem vinden in het land van Moab. (Het lot helaas van vele migranten) Noëmi blijft dus over met haar twee moabitische schoondochters. Drie mannen overlijden, drie vrouwen blijven achter : in de oosterse samenleving een aller-kwetsbaar gezelschap. Vernemend dat de toestand in haar eigen land gunstiger geworden is, wil Noëmi, na een tiental jaren, daar terugkeren. “ De Heer heeft zich het lot van zijn volk aangetrokken zodat het weer te eten had.” (Ruth 1 : 6) Zij stelt voor aan de twee schoondochters haar te vergezellen. Maar onderweg wil Orpa terugkeren naar haar eigen land. Ruth integendeel, zal verder trekken met haar schoonmoeder.

Noëmi en Ruth komen dan aan in Israël, maar een vrouw heeft daar geen recht op erfenis van haar overleden man. Zij zal dus met sluwheid te werk gaan om de akker van haar man, en ook Ruth, te behouden. Zij zet Boaz aan, de akker te kopen en zet Ruth aan te huwen met Boaz. Deze laatste, een aangewante van Noëmi, langs de kant van haar echtgenoot, onthaalt Ruth met veel welwillendheid. Ruth zal te werk gaan op de akker van Boaz om er het gerst bijeen te rapen na de oogst. Uit dat huwelijk wordt Oved geboren, die vader zal worden van Jesse, (Isaï in sommige vertalingen) een welgestelde boer uit Bethlehem, die de vader van David wordt.

Ruth is dus wel een vreemde vrouw in Israël, maar geeft de indruk een zeer gelovige en godsvruchtige vrouw te zijn. Door haar huwelijk, is Ruth opgenomen in een israëlische familie en dat in alle wettelijkheid. En zo ontstaan er dus banden tussen David, nakomeling van Oved, haar zoon, en het land van Moab. Een vreemde vrouw wordt zo voorouder van David en dus ook van de Messias. Ruth wordt een ‘beminde van de Heer’ doorheen heel haar gedrag. Zij is een voorbeeld geworden voor velen.

‘Mijn plannen zijn niet uw plannen’ zegt God. ‘Mijn gedachten zijn niet de uwe.’

Nu nog wordt het boek ‘Ruth’ gelezen in joodse families bij gelegenheid van het Pinksterfeest. Waarom? Omdat een vreemde, een heidense zich bekeerd heeft tot de joodse godsdienst? Om zich het universalisme van Gods’wet in herinnering te brengen ?

Laat ons eens van dichterbij de ontwikkeling bekijken van de menselijke verhoudingen, die in dit boek beschreven worden.

Wat weltreffend is in dit boek, is het wederzijds vertrouwen, enerzijds tussen Noëmi en Ruth : “ Vraag me toch niet langer, u te verlaten en terug te gaan, weg van u, zegt Ruth tot haar schoonmoeder. Waar u gaat, zal ik gaan, waar u slaapt, zal ik slapen ; Uw volk is mijn volk en uw God is mijn God. Waar u sterft, zal ook ik sterven, en daar zal ik begraven worden. De Heer is mijn getuige: alleen de dood zal mij van u scheiden.” (Ruth 1 : 16-18)
Anderzijds ook tussen Boaz en Ruth: “ Ik dank u, heer, zei ze, want u heeft zich mijn lot aangetrokken en mij moed ingesproken. Gij hebt tot het hart van uw dienares gesproken.” (Ruth 2 : 13)
En dan ook tussen Boaz en Noëmi.

God is niet afwezig in de menselijke betrekkingen, in het sociale leven. In landen met semitische achtergrond, is God aanwezig in de plaatselijke kultuur. Het Godsbesef doordringt alle facetten van het leven.

  “ Na enige tijd kwam Boaz zelf eraan (bij de akkers), uit Bethlehem. ‘ De Heer zei met jullie.’ Groette hij de maaiers.” « De Heer zegene u » groetten zij terug.’ (Ruth 2 : 4) In Noord Afrika hoorde ik bij elke ontmoeting : ‘as salamoe alaikum’ (De vrede zij met u) waarop men antwoordt : ‘wa alaika salam’ (en ook met u). Om iemand te bedanken hoorde ik : ‘Allah ibarek fiek’ (God zegene u) In de eucharistievieringen bij arabische kristenen hoort men de groet : « Allah maakum » wat betekent ‘God zij met U’.
Wij kunnen ons hier de vraag stellen : hoe kijken wij naar de ‘andere’, naar de mensen, naar de vreemden ? Ons geloof heeft ons veel te leren en daar ligt ook onze bekering.

In een andere scene zien wij hoe delicaat en eerbiedvol Boaz zich richt tot Ruth die werkte als enige en dan nog vreemde vrouw tussen de mannen. « Bij wie hoort die jonge vrouw daar ? » (Ruth 2 : 5) zei hij tot de maaiers. En zich tot Ruth richtende : « Luister goed, mijn dochter, je moet niet naar een andere akker gaan om aren te lezen ; ga hier niet weg maar blijft dicht bij de vrouwen die voor mij werken. Volg ze op de voet en houd je ogen gericht op het veld waar gemaaid wordt. Ik zal mijn mannen zeggen je niet lastig te vallen. » (Ruth 2 : 8-9)

De eerbied voor de verschillen tussen godsdiensten is hier ook terug te vinden. “Keert terug naar uw moeder en de Heer handele met u zoals gij gehandeld hebt met de overledenen en met mij. (Ruth 1 : 8) “ Kijk, (zegt Noëmi tot Ruth) Orpa gaat terug naar haar volk en haar goden. Ga haar achterna.” (Ruth 1 : 15)

In dit boek ‘Ruth’ komen wij ook in contact met de problemen van immigratie: huwelijk, werk zoeken, vertrouwen winnen.

  “ Ruth, de Moabitische, zei tegen Noëmi : ik zou graag naar het land willen gaan om aren te lezen bij iemand die me dat toestaat.” Noëmi antwoordde: “doe dat maar, mijn dochter.” (Ruth 2 : 2)
“ Op een dag zei Noëmi, haar schoonmoeder : ‘Mijn dochter, zal ik niet een thuis voor je zoeken waar het je goed zal gaan ?’ (Ruth 3 : 1) Noëmi heeft werkelijk het vertrouwen gewonnen van Ruth : ‘Ik zal doen wat u me zegt’. (Ruth 3 : 5) Na de geboorte van Oved zeiden de vrouwen van het dorp tot Noëmi van Ruth : ‘ Je schoondochter, die je liefheeft, en die meer waard is dan zeven zonen, heeft hem gebaard.’ (Ruth 4 : 15)
Boaz tot Ruth : (Ruth 3 : 11) “Daarom, mijn dochter, wees niet bang. Ik zal doen wat je van me vraagt; iedereen in de stad weet immers dat je een bijzondere vrouw bent.”

In het vreemd land waar de missionaris terecht komt, is hij geroepen eerst het vertrouwen te winnen van de bevolking, als mens, als gelovige. Het vertrouwen is iets wat men verdient…iets wat wederkerig is. ‘ Ruth knielde voor Boaz, boog diep voorover en zei : ‘waaraan heb ik het te danken dat u zo goed voor mij bent, terwijl ik toch maar een vreemdeling ben.’ ? En Boaz antwoordde : ‘ Meer dan eens is mij verteld over alles wat je voor je schoonmoeder hebt gedaan na de dood van je man : dat jij je vader en je moeder en je geboorteland hebt verlaten en naar een volk bent gegaan dat je volkomen onbekend was. Moge de Heer je daarvoor rijkelijk belonen… En Ruth voegde er nog aantoe : ‘Ik dank u , heer, want u hebt zich mijn lot aangetrokken en mij moed ingesproken…’ (Ruth 2 : 11 -13)

De boodschap van Jezus van Nazareth ligt in het vervolg van het oude testament : Gods liefde is universeel en vraagt onze bekering. God is het geluk van de mensen. Hij leeft in het hart van de mens en wacht om herkend te worden.

De geschiedenis van God is te vinden in de geschiedenis van de mensen.

Eric Bladt
 

Homepagina | Contact | Overzicht van de site | | Statistieken van de site | Bezoekers : 270 / 645975

De activiteit van de site opvolgen nl  De activiteit van de site opvolgen België  De activiteit van de site opvolgen Migranten   ?    |    titre sites syndiques OPML   ?

Site gebouwd met SPIP 3.0.26 + AHUNTSIC

Creative Commons License