missionarissen van afrika
missionnaires d’afrique

L A V I G E R I E . be
Document

Als voorbereiding op de Synode over het gezin
(Rome 5 - 19 Oktober 2014)

vrijdag 14 maart 2014 door D.F. (Vertaling), Webmaster
  Ziehier een commentaar van Philippe Bacq, Belgische theoloog, op de vragenlijst in verband met de Synode.

Philippe Bacq is een Belgische pater jezuïet die les geeft in het Lumen Vitae Centrum, verantwoordelijk in Brussel voor de vorming voor pastoraal en catechese. Hij heeft het begrip van de pastoraal van leven verwekken getheoretiseerd, een leven en een actie gefundeerd op het Evangelie, die aan God toelaten de mens te verwekken tot zijn eigen leven.

  3. De verenigingen van personen van hetzelfde geslacht

Volgens Sint Thomas, worden de man en de vrouw naar elkaar aangetrokken door een natuurlijk instinct ten zelfde titel als al de andere dieren. Er bestaat geen uitzondering. In deze veronderstelling, ingaan tegen de heteroseksuele neiging is bewust ingaan tegen het instinct van zijn natuur, vandaag het begrip van “zonde tegen de natuur”. De homoseksuele daad gelijkt dan op een zonde van hoogmoed, zoals Sint Paulus het reeds bevestigde (Rom. 1, 24-32).

Overduidelijk, wist Sint Thomas niet dat de homoseksualiteit ook in de dierenwereld bestaat. Verder wist hij evenmin dat de’ menselijke seksualiteit niet kan vergeleken worden met het dierlijk instinct. Heel wat meer complex, wordt deze vandaag gezien als een geheel van impulsen (zien, aanraken, proeven en ook de eigenlijke seksuele impuls op het moment van de adolescentie) die zich geleidelijk ordenen in de loop van de opvoeding en zich uiteindelijk gaan harmoniseren ondereen in de wederzijdse aantrekking van de man en van de vrouw. Maar, anderzijds, het is nooit voor eens en voor altijd gedaan; er zijn vooruitgangen en teruglopen op die weg, achteruitgangen, fixaties aan de archaïstische staten van de kindertijd en soms afwijkingen waarmee het “voorzichtig” is rekening te houden bij het uitoefenen van de seksualiteit. Verder, realiseert de heteroseksuele aantrekking zich “in de meeste gevallen”, maar niet altijd. Mannen en vrouwen ontdekken inderdaad dat zij aangetrokken worden door de personen van hun eigen geslacht en ze kunnen er niets aan doen; ver van tegen hun natuur in te gaan, volgen ze deze in wat zij als bijzonder heeft. Vandaag, zijn meer en meer wetenschappers van oordeel dat er genetische redenen zijn in de homoseksualiteit. Sint Thomas kon zich een dergelijke eventualiteit zelfs niet voorstellen. Men is dus in een heel andere denksfeer.

In onze personalistische cultuur, wordt het verbieden van elke homoseksuele relatie gezien als een onduldbare discriminatie: er zouden dus mannen en vrouwen zijn die het recht niet zouden hebben hun seksualiteit uit te oefenen, gewoonweg omdat ze deze niet beleven zoals de meerderheid van de andere menselijke wezens ! Verder, dit verbod instellen, is een enorme verantwoordelijkheid opnemen waarvan, meestal, het Leergezag van de Kerk niet de maat neemt. Men weet vandaag dat een repressie die van buiten af opgelegd wordt op het uitoefenen van de seksualiteit kan leiden tot onbewuste verplaatsingen met nefaste gevolgen; alcoholisme, verdovende middelen, andere aanvoer, psychosomatische ziekten, storingen op het gebied van de relaties, onverdraagzaamheid, agressiviteit, autoritarisme, enz. Wij zijn wij om zo’n strenge verboden op te leggen op een zo delicaat gebied ? Is daar geen gebrek aan “voorzichtigheid” en aan wijsheid . Vele pastores stellen zich deze vragen.

Vanuit het theoretisch oogpunt, vraagt de theoloog zich af of het vandaag past de heteroseksualiteit te klasseren tussen de eerste voorschriften van de natuurwet die onveranderlijk zijn. Het criterium is zeker veelbetekenend “in de meeste gevallen”, zoals Sint Thomas het zei in verband met de tweede voorschriften; het is belangrijk dit te bevestigen tegenover de theorie van de gender die geen enkele betekenis meer hecht aan het onderscheid van de mannelijke en vrouwelijke geslachten. Daar is een overdrijving in de tegengestelde richting die het gewoon gezond verstand en de wijsheid altijd afkeuren en verwerpen. Maar tevens mag men van het seksuele onderscheid geen absoluut maken dat voorrang zou krijgen op het eerste princiep van de natuurwet: “voorzienigheid zijn voor zich en voor de andere”. Dat zou een andere overdrijving zijn, eveneens tegenstrijdig met het moreel gezond verstand.

Alles samen genomen, de manier waarop de christenen van onze cultuur het probleem van de homoseksualiteit beschouwen, is dat niet de meest aangepaste ? Het eerste princiep van de moraal toepassen, voorziening zijn voor zichzelf en voor de andere, en zien wat best past volgens de precieze situatie van de betrokken partners. Eigenlijk vervoegen we zo wat reeds gezegd werd in verband met de gehuwde koppels.

  4. De hertrouwde echtgescheidenen

Op dit gebied, is er geen sprake meer van de natuurwet, maar van de traditionele leer van de Kerk. De grote meerderheid van de christenen kennen deze. Zij vatten die samen in twee verboden: wanneer men echtgescheiden is, mag men niet hertrouwen; als men toch hertrouwt, mag men niet te communie gaan. Om welke redenen ? Zij antwoorden: “het christelijk huwelijk is een sacrament; het is onverbreekbaar.” Gaan zij akkoord met dit verbod van de Kerk ? Eén van hen drukte de moeilijkheid van velen uit als volgt: “Daar het leven als koppel aan ’t vervallen was, heb ik me moeten afscheiden van mijn echtgenote en de Kerk laat me dat toe. Zij verbiedt dat ik hertrouw, maar ik voel geen enkele roeping van God om celibatair te blijven [7]: wat gedaan ?” Hij voegde eraan toe, niet zonder enige schalksheid: “Als ik de prostituees ga opzoeken, en ik daarna te biechten ga, dan mag ik te communie gaan; maar als ik hertrouw, dan mag ik dat niet. Is dat juist ?” Hem dan laten horen dat hij door te hertrouwen de objectieve orde van het huwelijk gewild door God overtreedt wordt dan klaarblijkelijk helemaal onbetamelijk !

Er is een andere uitgangsdeur, geleerd door de Kerk: het eerste huwelijk ongeldig laten verklaren. Het kerkelijk recht heeft de gevallen van ongeldigheid uitgebreid om rekening te houden met het groeiende groot aantal echtscheidingen tussen christenen. Maar de meeste van de betroffen personen weigeren deze oplossing om twee redenen: op de eerste plaats, volgens hun geweten, was hun eerste huwelijk niet ongeldig: ze hadden zich in volle waarheid geëngageerd, ze hadden getracht elkaar lief te hebben ondanks de moeilijkheden en heel dat deel van hun leven telt in hun ogen; zij verlangen niet dit zomaar weg te wissen omwille van een juridische bepaling die buiten hen blijft. En verder, zoals een christelijke familievader het onlangs zei: “Mijn eerste huwelijk ongeldig laten verklaren, dat zou aan mijn kinderen doen betekenen dat hun moeder een vergissing was in mijn leven… Dat is niet waar en dat is voor mij ondenkbaar hun deze boodschap door te geven”. Bij deze argumenten komen zich dan nog de uitgaven voegen die een dergelijke aanvraag van ongeldigheid zou veroorzaken, maar deze moeilijkheid is bijkomstig in vergelijking met de twee eerste”. Op de vraag: “Zou de vereenvoudiging van de canonieke praktijk een positieve bijdrage bieden voor de oplossing van de problemen…?” is het antwoord neen. Men zou niet antwoorden op de grondvraag.

We vinden hier inderdaad een kwestie terug die reeds werd opgeroepen: het Leergezag van de Latijnse Kerk pakt de kwestie van de hertrouwde echtgescheidenen aan vanuit een juridische hoek: dat is zeer goed voelbaar in het artikel van Mgr. Müller dat onlangs verscheen in dit verband [8]; de koppels, van hun kant, beleven dit vanuit een existentieel oogpunt. De kloof is onoverbrugbaar en wordt dieper en dieper uitgegraven. In de concrete praktijk, hier zoals op de andere punten, zeggen de pastores aan de koppels te handelen volgens hun geweten et zijzelf handelen volgens hun eigen geweten: in het privaat, bevrijden sommige bisschoppen de hertrouwde echtgescheidenen van de onthouding van de eucharistie, terwijl ze hen zeggen dat ze dit niet openbaar kunnen verklaren. Men voelt wel de dubbelzinnigheid van deze houding en de afstand die meer en meer ontstaat tussen de “objectieve” regels van het Leergezag en de sensus fidei van de pastores en de christenen in onze streken.

De theoloog stelt zich de vraag: kan de positie van het Leergezag niet evolueren ? Drie teksten van het Nieuw Testament zijn aan het fundament van de traditionele leer. De eerste is genomen uit de synoptische evangelies. De farizeeërs vragen aan Jezus of een man zijn vrouw mag verstoten zoals de wedt van Mozes dat toelaat in sommige gevallen. Hij antwoordt: “In het begin bij de schepping, heeft God hen als man en vrouw gemaakt… zo zullen zij één vlees zijn geworden…Wat God derhalve verbonden heeft, mag een mens niet scheiden”. (Marc.10, 5-9; Mat. 19, 4-9; Luc. 16,18). Hij spreekt dus niet over de echtscheiding zoals we die vandaag opvatten. Hij weigert dat de man een onterechte macht uitoefent op zijn vrouw door haar te verwerpen; hij herinnert ook aan de totale gelijkheid van de man en de vrouw in de schoot van het koppel. Hij formuleert ook de wens die zich in ’t hart van elke liefde bevindt: dat de echtgenoten niet scheiden van elkaar. Het is een wens, een verzuchting, die overeenstemt met het verlangen van God. Vanuit een hermeneutisch oogpunt, mag men niet overgaan van deze aansporende stijl naar de juridische bepaling van een verplichting verbonden met een sanctie. In de ogen van veel theologen, is dat verglijden van het litteraire genre niet aanvaardbaar vanuit het oogpunt van de kritische rede.

Dat is eveneens waar voor de tweede aangehaalde tekst, namelijk een passage van de brief aan de Efesiërs die de verbondenheid van de echtgenoten vergelijkt met de relatie van Christus met de Kerk: “…De twee zullen één vlees zijn. Dit geheim heeft een diepe zin. Ik voor mij betrek het op Christus en de Kerk” (Ef. 5, 31-32). Voor de apostel, is het christelijk huwelijk het symbool van de getrouwheid zonder feil van Christus aan zijn Kerk. Maar men mag niet overgaan van deze symbolische orde naar een juridische bepaling, zonder dezelfde logische fout te maken.

De derde tekst is genomen uit de eerste brief aan de Korintiërs; de interpretatie van deze tekst is delicater: “De gehuwden beveel ik, of liever niet ik, maar de Heer: de vrouw mag niet scheiden van haar man… Evenmin mag de man zijn vrouw verstoten.” (1 Kor. 7, 10-11). Men merkt wel de afstand tussen deze affirmatie en die van de Synoptische Evangelies: er is geen sprake meer van een daad van “verwerping”, maar van een “scheiding” tussen de twee echtgenoten. De context is die van de echtscheiding zoals die vandaag beleefd wordt. Verder, stapt Paulus over van de vermanende toon naar een “voorschrift”. Hij begint hier een nieuw litterair genre. Maar dat is te begrijpen in de context van het hele epistel: sommige christenen van Korinte denken dat zij vrij zijn tegenover elke morele regel; sinds de verrijzenis van Christus, zo zeggen zij, is alles toegelaten… Sommige gaan zelfs prat over een geval van incest in de gemeenschap (1 Kor. 5, 1-5). Het is in deze context dat Paulus oordeelt en voorschrijft. Dat is de dienst die de wet bewijst in de situaties van vrijwillige afwijking. Maar men is hier veraf van de situatie van de hertrouwde gescheidenen die een mislukking erkennen in hun leven. Verder, denkt Paulus dat de eschatologie nabij is en dat deze nog vóór de dood van zijn tijdgenoten zal plaats vinden. (1 Kor. 7, 29). Vandaag…

In onze ogen, lijkt de oosterse praktijk die “uit pastorale welwillendheid” “de weg opent voor een tweede of voor een derde huwelijk van penitentiële aard” niet zo tegengesteld “tegenover de woorden van Jezus over de onverbrekelijkheid van het huwelijk”. [9] De wens van de liefde zal altijd blijven het hele leven verenigd te blijven Een nieuw huwelijk aanvaarden voor de echtgescheidenen, stelt dit basisprinciep niet in vraag. Bevestigen dat “de onverbrekelijkheid van het sacramentele huwelijk een norm van goddelijk recht is die niet ter beschikking staat van de onderscheidende macht van de Kerk”, is dit geen zeer juridische manier om over het sacrament van het huwelijk te denken ? Het kerkelijk recht neemt de stap op de eerste betekenis van het sacrament: Christus geeft zich in het ja van de echtgenoten en bezielt hun liefde van binnenuit. Wanneer er zich onoverkoombare moeilijkheden vertonen, dan schenk Christus vergiffenis en vrijheid. In de evangelische verhalen, houdt hij niet op te bevestigen dat de wet er is voor de mens en niet de mens voor de wet. Het gevaar bestaat erin op de grondleggende teksten een Latijnse, zeer juridische mentaliteit te plakken. Op dat moment, wordt de blijde boodschap van het Evangelie voor al degenen die lijden nog een bijkomend gewicht om dragen. Hert past dus een zeer klaar onderscheid te maken tussen “de substantie van het geloof” en “de formulering waarmee met deze bekleedt” om hier het onderscheid te hernemen dat gemaakt werd door Johannes XIII in zijn openingsrede van het Concilie: Gaudet Mater Ecclesia. Hij voegde eraan toe: “Men moet rekening houden met dit onderscheid – zo nodig met geduld – door alles af te meten volgens de vormen en de verhoudingen van een leergezag vooral van pastorale aard”. Dat is het wat het volk van God ook vandaag non verwacht van zijn pastores.

Deze enkele overwegingen wilden alleen de bisschoppen helpen bij het nadenken over deze zo delicate kwesties vandaag. Het komt hun toe de meest wijze beslissingen te nemen voor het welzijn van heel de Kerk.

Philippe Bacq s.j.
 




 
Een tiental mannelijke en vrouwelijke theologen van Franssprekend België hebben hun steun betuigd aan de perspectieven ontwikkeld door Philippe Bacq.
 

[7Cfr. In dit verband de opmerking van Paulus: “Ik zou willen dat alle mensen waren zoals ikzelf, maar ieder heeft nu eenmaal van God zijn eigen gave ontvangen, de een deze, de andere die.” (1 Kor, 7, 7).

[8Mgr. Müller, Over de onverbreekbaarheid van het huwelijk en het debat over de echtgescheidenen die burgerlijk hertrouwd zijn en de sacramenten in de Osservatore Romano van 23 oktober 2013.

[9In dit paragraaf: de uitdrukkingen tussen haakjes zijn deze van Mgr. Müller, art. gecit. nota 8.


Homepagina | Contact | Overzicht van de site | | Statistieken van de site | Bezoekers : 434 / 948488

De activiteit van de site opvolgen nl  De activiteit van de site opvolgen België  De activiteit van de site opvolgen Hedendaags geloof   ?    |    titre sites syndiques OPML   ?

Site gebouwd met SPIP 3.0.28 + AHUNTSIC

Creative Commons License