missionarissen van afrika
missionnaires d’afrique

L A V I G E R I E . be

Pater Antoon Janssens

donderdag 30 oktober 2014 door J.V.
  Met verslagenheid ontvingen wij het nieuws dat onze honderdjarige
 
Antoon Janssens


dinsdagnamiddag 28 oktober 2014 onverwacht was overleden, veertien dagen nadat wij hem als eeuweling hadden gevierd.

Toon werd geboren te Beringen in Limburg op 13 oktober 1914 en dezelfde dag gedoopt. Hij liep college te Beringen maar deed de laatste twee jaren in het Sint-Jan Berchmanscollege te Diest. In september 1934 trok hij naar het Groot seminarie te Sint-Truiden, maar een jaar later trad hij binnen bij de Witte Paters te Boechout voor het tweede jaar filosofie. Hij deed zijn noviciaat te Maison Carrée, maar kwam naar Heverlee voor de theologie. Daar legde hij zijn missionariseed af op 29 april 1939 en werd hij op 25 maart 1940 priester gewijd door Mgr. Carton de Wiart. Zijn professoren beschrijven Toon als een man met veel gezond verstand, een harde werker, plichtbewust en wilskrachtig, rondborstig en eenvoudig, delicaat in omgang, zelfs schuchter. Toch vonden ze hem ook nogal direct en op de man af in zijn manier van doen en spreken.

Benoemd in Rwanda, vertrekt Toon op 13 juli 1940 via Portugal. Eerste post: Kiziguro, waar hij onderpastoor is en econoom en de taal leert. Twee jaar later verhuist hij naar Kigali, daarna naar Mibirizi. Als econoom neemt hij degelijke initiatieven. Hij schreeuwt wel af en toe op zijn werkmensen, noteert pater Hellemans, regionaal, maar zijn goed hart maakt het altijd weer goed. Toons bijnaam was Rutubuka (een vulkaan die na vele jaren rust plots uitbarst). Terug uit verlof aanvaardt hij begin 1952 overste te worden te Nyamasheke, daarna te Byimana. Waar hij ook benoemd is, overal zoekt hij de nodige financies en bouwt waar nodig scholen, polyvalente zalen en vooral ’centres ruraux et artisanaux pour les jeunes’. Hij heeft een speciale aandacht voor de armsten. Hij eindigt deze periode als pastoor te Mibirizi.

Bij zijn terugkeer wordt hij pastoor te Kaduha. Hij komt niet goed over bij deze verfijnde herdersbevolking. In december 1963 breken in Kaduha grote etnische onlusten uit als reactie op de Tutsi-invallen vanuit het buitenland. Toon doet daar wat weinigen hem zullen nadoen: terwijl de hutten op de heuvels in brand worden gestoken en mensen gedood, gaat hij persoonlijk, zijn geweer op de schouder om indruk te maken, op zoek naar bedreigde Tutsi’s en brengt ze naar de kerk. 4261 angstige oudjes, mannen, vrouwen en kinderen zullen in en rond de kerk worden opgevangen. En toen de burgemeester pastoor Toon kwam opzoeken, weigerde deze hem te groeten: „Ik geef geen hand aan een moordenaar!” zei Toon hem vlakaf.

Na Kaduha gaat Toon voor enkele jaren naar Muyunzwe. Na zijn verlof is hij een jaartje onderpastoor te Save en daarna pastoor te Zaza. In juni 1973 worden twee confraters het land uitgewezen: Jules Gijsens et Toon Janssens. De officiële aanklacht sprak van ’subversie’ en gebrek aan respect voor de overheid… Toon had een ernstige aanvaring gehad met de burgemeester van Zaza (die trouwens werd afgezet). Een ontroerende en moedige tussenkomst van Mgr. Sibomana, bisschop van Kibungo, bij de toenmalige Minister van Binnenlandse Zaken Alexis Kanyarengwe te Kigali mocht niet baten voor Toon. Een gelijkaardige poging vanwege Jules Severy, regionaal, evenmin.

Tijdens de eerste maanden in België hoopt Toon op een spoedige terugkeer naar Rwanda. In december besluit hij in te gaan op de vraag van de bisschop van Hasselt, Mgr. Heusschen die aalmoezeniers zoekt voor het St-Janshospitaal van Genk. Toon krijgt de zorg over 250 bedden, eens per week te bezoeken. Met de mensen praten, hen beluisteren, met hen bidden. Ook ’s nachts paraat staan. Vaak ook de families opvangen bij een overlijden. Toon werd er erg geapprecieerd en geliefd. Hij wist hoe met zieke mensen om te gaan. Dat belet hem niet te schrijven: „Ik ben zowat als de Israëlieten in ballingschap. Het valt soms zwaar vast te houden aan het”in manus tuas, Domine„en lier en fluit maar aan een boom te hangen.”

In de loop van 1978 is de Rwandese regering akkoord met Toons terugkeer. Na de sessie-retraite in Jeruzalem („une expérience inoubliable”, schrijft hij aan de regionaal, pater Mallet) in 1979, vertrekt Toon op 1 december terug naar Rwanda, „renouvelé et bien chauffé pour reprendre la vie missionnaire”, voegt hij er nog aan toe. Toon wordt aalmoezenier benoemd in het centraal hospitaal van Kigali, waar Maurice Belloy aan het uitbollen is. Toon bekommert zich vooral om de armste onder de zieken. In 1982 wordt hij ook nog verantwoordelijke van de gemeenschap van het regionalaat. Voorbijkomende confraters en taalstudenten gaan graag met hem praten. Toon blijft ook een model van trouw aan de ’geestelijke oefeningen’ en een aangenaam confrater.

In 1985 wordt Toon te Rwamagana benoemd; twee jaar later vervoegt hij de parochie van Nyamata. Daar maakt hij het begin van de volkerenmoord mee, tot de confraters op 13 april 1994 door de Belgische para’s worden opgehaald. Het Rwandese drama heeft Toon inwendig en in stilte verwerkt. Erover spreken viel hem emotioneel te zwaar. Benoemd in Genk neemt hij nog het aalmoezeniersschap van een rusthuis op zich. Toen er in 1999 plaatsen vrijkwamen voor een gemeenschap in Munsterbilzen, stelde Toon zich als eerste kandidaat. Met hem is trouwens ook de eerste gemeenschap van vijf uitgestorven.

In Munsterbilzen heeft Toon een gelukkige oude dag gehad. Als fietser was hij in de omgeving goed gekend, valpartijen zonder erg inbegrepen. Op 2 april 2000 vierde hij zijn 60-jarig jubileum, omringd door zijn familie die hem altijd nauw aan het hart heeft gelegen. Hij vierde er ook zijn 100 jaar… De laatste jaren bracht Toon meer en meer tijd door in gebed, op kamer of in de kapel. Hij leefde naar het essentiële toe. In God. Brevier en missaal las hij met een vergrootglas. En hij had een abonnement op ’Tertio" omdat hij geïnteresseerd bleef in de Kerk van nu.

Op 13 oktober laatstleden was Toon echt nog in vorm. Op dinsdag 28 oktober voelde hij zich minder goed en in namiddag is hij in alle stilte en heel discreet vertrokken.

  De Verrijzenisliturgie zal plaats hebben op dinsdag 4 november 2014 om 11 uur in de kapel van het CWZC Sint-Jozef (Appelboomgaardstraat 8 – 3740 Munsterbilzen).
Concelebreren mogelijk.
 

Koffietafel ter plaatse. Gelieve pater Bob Gaul te verwittigen (gsm 0479 34 96 73).

Teraardebestelling te Varsenare.

 
Jef Vleugels           
 

Homepagina | Contact | Overzicht van de site | | Statistieken van de site | Bezoekers : 207 / 629396

De activiteit van de site opvolgen nl  De activiteit van de site opvolgen Onze overledenen   ?    |    titre sites syndiques OPML   ?

Site gebouwd met SPIP 3.0.26 + AHUNTSIC

Creative Commons License