missionarissen van afrika
missionnaires d’afrique

L A V I G E R I E . be
Algerije

Gevangenisaalmoezeniers in Algerije

dinsdag 5 mei 2015 door D.F. (Vertaling), Webmaster

Stel u voor :

  • Jacqueline Volle, Zuster van Sint Jozef in Algerije sinds 2003. Gevangenisaalmoezenier sinds 4 jaar, en sinds 3 jaar nationale coördinatrice van de gevangenisaalmoezeniers.
  • Claude Venne, Witte Pater, in Algerije sinds april 2008. En sinds 2011 ook gevangenisaalmoezenier verbonden met de gevangenis van El Harrach (buitenwijk van Algiers). Ik deel deze verantwoordelijkheid met Jacqueline en we gaan er elke maandag morgen heen.

- Waarom oefent ge dit ministerie uit ?

Jacqueline : Toen ik in Algerije aankwam werkte ik in een vereniging voor hulp aan de migranten. Sommigen, zagen we regelmatig weer en, plots, hielden ze ermee op te komen. We vernamen later dat ze in de gevangenis zaten. Dat stelde me vragen en ik heb me tot de bisschop gewend : “Waarom zijn er maar 10 aalmoezeniers voor de gevangenen van het land ?” En later, op een dag, heeft de vicaris generaal me gezegd : “Zou gij de gevangenen gaan bezoeken ?” en ik kon niet neen zeggen. En mijn goedkeuringsdossier is ingevoerd geweest bij het Algerijnse Ministerie van het Gerecht.

Claude : Vooraleer naar Algerije te komen heb ik 11 jaar doorgebracht in Burkina en in Ivoorkust. Ik ben dus verbonden met bevolkingen van heel het continent. In mijn land, Canada, heb ik ook plaatsen bezocht waar migranten opgesloten werden. Als Witte Paters zijn wij gevoelig voor kwesties van migratie en van gerechtigheid. In Oran en in Algiers hadden we belangstelling voor de aanwezigheid van mensen van ten Zuiden van de Sahara in Algiers. En zoals zopas gezegd is, zij “verdwijnen” maar niet altijd omdat zij hun migratie hadden verder gezet, maar omdat ze aangehouden werden en in de gevangenis gezet. Ons ministerie is aan manier om personen die zich in een moeilijke situatie bevinden op te zoeken.

- Hoeveel gevangenisaalmoezeniers zijn er heden ?

Jacqueline : Sinds 2014 zijn er 43 aalmoezeniers die erkend werden door de Algerijnse gezagsdragers. De officiële aanvragen werden, met veel geduld en aandringen, aangenomen en wij zijn tevreden dat we goede relaties onderhouden met de gezagsdragers. Er is een zekere toenadering en we voelen dat op de vergaderingen van de nationale coördinatie van gevangenisaalmoezeniers.

- Hebben de andere Kerken een gelijkaardige dienst ?

Jacqueline : Wij werken samen. Ons ministerie is oecumenisch en enkele pastores zijn aanwezig op de lijst van de 43 goedgekeurde aalmoezeniers. Het is de katholieke Kerk die de nodige stappen zet.

- Hoe verloopt zo een “typisch bezoek” ?

Claude : Onze toelating van bezoek beperkt zich alleen maar tot de christenen gevangenen. We gaan elke week naar El Harrach. Er is een afdeling voor de vrouwen en een ander voor de mannen. Wij bezoeken de twee afdelingen om de beurt. De bewakers verwittigen dat de pater en de zuster aangekomen zijn en vragen wie wil komen om hen te ontmoeten. Dat kan enige tijd duren. Eens we samen zijn, groeten we elkaar en wisselen we wat nieuws uit onder elkaar (want de gevangenen komen van verschillende zalen en zien elkaar niet weer !), soms heeft de één of de ander nauwkeurige vragen op een bepaald punt van het christelijk geloof. Vermits we hen komen bezoeken voor een geestelijke steun delen we een uittreksel van het Woord van God en we nemen de tijd om het ons eigen te maken door een commentaar, een gebed, een tijd van stilte of een lied… in de taal naar hun keuze. Gewoonlijk kiezen we de tekst van het Evangelie van de zondag.

- Viert ge de Mis niet ?

[Claude : Neen ! Dat zou zeer moeilijk zijn ! Op de eerste plaats zijn niet allen katholiek ; vervolgens is er een kwestie van tijd want wij zijn geen meesters van de tijdsduur van onze ontmoetingen (deels omwille van de tijd die nodig is om de gevangenen te verzamelen). Het belangrijke is van samen te bidden, dat het woord aan hen verleend wordt. Het is aan hen zich het Woord van God eigen te maken en dit weer te geven op hun manier : want zij zijn de bestemmelingen van de Blijde Boodschap. Het zou niet passend zijn te komen, van buiten af, als priester, om een gebaar te stellen en op te dringen.

- Loopt deze activiteit niet het risico de levende krachten van de Kerk alleen ten dienste van de christenen te stellen, en dat terwijl we zeggen een Kerk van de ontmoeting met de moslims te zijn ?

Jacqueline : Maar de ontmoeting met de moslims gebeurt eveneens door deze bezoeken ! Ik heb de imam van de gevangenis ter plaatse ontmoet : dat was een gelegenheid. Het contact met het gevangenispersoneel, dat helemaal moslim is, heeft eveneens zijn belangrijkheid. Verder, als men het van nabij bekijkt, hebben we bij onze bezoeken tot 30 personen : in Algerije zijn er sommige ‘parochies’ die niet zoveel mensen samenbrengen tijdens de wekelijkse Mis ! En als er 30 gevangenen gekomen zijn, zijn er nog heel wat meer in de rest van de gevangenis die niet konden komen.

- Welk nut, welke vruchten hebben deze bezoeken ?

Claude : De mensen verwachten ons. Wanneer het ons gebeurt een afspraak te missen, dan zeggen de gevangenen dat ons bezoek hen ontbroken heeft. Voor velen zijn wij het enige (regelmatige) bezoek dat zij zullen hebben gedurende hun soms lange hechtenis ! Wij zijn de “naaste familieleden”. Bij hun vertrek uit de gevangenis, als we hen ontmoeten, spreken ze hun dankbaarheid uit voor onze dienst. Een “gezagsdrager van de Kerk” (priester, religieuze) heeft de verplaatsing gedaan om hen te gaan zien, zij die helemaal in een buitenwijk wonen !

Jacqueline : Wij maken geen deel uit van het gerechtssysteem, het interesseert ons niet om welke reden zij in de gevangenis zitten : we geven hun dan de gelegenheid een ander beeld van zichzelf te hebben. We treden hen tegemoet want zij zijn menselijke wezens met een waardigheid. Zij zeggen ons ook : “omdat ge ons komt zien worden wij beter beschouwd door de administratie”.

- Gij verleent geen sociale dienst ?

Claude : In andere gevangenissen doen de aalmoezeniers dat soms wel en degenen die naar El Harrach werden overgebracht vragen ons om welke reden we geen zakje meebrengen met etenswaar of klederen voor hen. Jacqueline en ikzelf hebben ervoor gekozen niets materieels mee te brengen, om de dubbelzinnigheden te vermijden. We gaan naar hen toe met een uitgestoken en open hand met alleen maar het Woord van God. Wij gaan met onze personen naar degenen die uitgesloten zijn en die dikwijls vergeten worden.

Jacqueline : Wat nog meer is, ze zijn talrijk in de gevangenis. We zouden onrechtvaardigheden scheppen door voor sommigen een mandje mee te brengen en niet voor anderen. [1] Wij weten wel dat het materiële zowel als het spirituele integrerend deel uitmaakt van de persoon, maar onze rol van aalmoezeniers is nogal duidelijk afgelijnd. Anderzijds, moet men werken en het partnerschap verstevigen met instanties zoals het Rode Kruis of het Hoog Commissariaat voor de Vluchtelingen om te waken over de gevangenen : op een dag zal men zich de vraag moeten stellen van hun weggaan uit de gevangenis.

Officieel rapport van de Nationale Consultatieve Commissie van Bescherming en Bevordering van de Rechten van de Mens. Beschikbaar in de Franse taal op : http://www.cncppdh-algerie.org/index.php/k2-showcase/rapports-thematiques/59-rapport-sur-la-visite-des-etablissements-penitentiaire
Bij de voorbereiding van de Interdiocesane Vergadering van Algerije [2] (AIDA), heeft de Kerk de zorg gehad aan de gevangenen, leden van onze gemeenschap van gedoopten, om hun bijdrage te vragen. Hierbij enkele uittreksels van hun getuigenissen.



Zonder familie ja, zonder God neen

Hier in de gevangenis, heb ik me gerealiseerd hoe nabij God is, ook al kan ik Hem niet zien en zijn stem niet horen. Ik heb ook gemerkt dat het, voor een christen een grote beproeving is te leven midden personen van een andere godsdienst, met veel discriminatie. Je kan alleen maar in je geloof blijven dank zij de genade van God. Je kan maar zeker zijn van je geloof wanneer je beleefd hebt en meegemaakt hebt wat men hier beleeft. Ik ben sinds 2008 in de gevangenis, ik heb geen enkele brief noch boodschap ontvangen van mijn familie. Zo kan ik ervan getuigen dat een mens kan leven zonder zijn familie, maar dat hij niet kan leven zonder God.

De ontketening van een nieuw leven

Toen ik buiten was, in vrijheid, was het peil van mijn geloof zeer laag. Sinds ik in de gevangenis gekomen ben in 2010, en meer bepaald sinds de bezoeken van de pater… en de andere broeders die ik hier ontmoet heb, heb ik het Woord van God met hen gedeeld, voel ik dat het peil van mijn geloof gestegen is en door de genade van God is zelfs mijn kennis van de bijbel geëvolueerd. “God schaaft degenen bij die Hij liefheeft opdat ze hun leven zouden kunnen veranderen” (Ap. 3,19). Voor mij is de gevangenis het ontketenen van een nieuw leven. “Het geloof is een stevige verzekering van de dingen die men hoopt, een bewijsvoering van datgene dat men niet ziet.” (Hebr. 11,1), wat maakt dat ik nu de zekerheid heb en de hoop van een nieuw leven, en dat dank zij deze hechtenis.

… wij vestigen een bijzondere aandacht voor de situatie van de gevangenen. Het bezoek van mannelijke en vrouwelijke aalmoezeniers in de gevangenissen is een genade voor de gevangenen die meestal geïsoleerd zijn, zonder familie en zonder andere bezoeken, voor de penitentiaire administratie die de vruchten van vrede ervan in ziet, en voor de aalmoezeniers en de parochies die getroffen zijn door de gehoorde getuigenissen. (Pastorale brief van de bisschoppen van de Mahgreb, maart 2015, p. 8)

De vrede ondanks de vervloekingen

Toen ik in de gevangenis belandde in 2010, was ik verwonderd mensen te zien die vloeken als ze zich kwaad maken. Telkens weer kwetst me dat het hart. Het is daar dat ik de nood gevoeld heb een Bijbel te hebben. Ik heb geschreven naar de priester van … om hem te zeggen dat ik absoluut wou dat een meer nabije priester ons zou komen zien. Twee maanden later, zijn er voor de eerste keer antwoorden tot bij ons beginnen komen, en er is een priester die begonnen is te komen, gezonden door de pater van … Hij heeft me een Bijbel gebracht, en sindsdien slaap ik goed, ik kan mediteren en de vrede vinden zelfs als ik die vervloekingen hoor. Ik zie dat God ons niet vergeten heeft. De pater … komt, ik ontvang brieven, we zijn niet langer verloren.

[1Volgens de wet, hebben alleen gevangenen met een vaste veroordeling recht op bezoeken. Zij die in afwachting zijn van de oordelen zouden dan systematisch uitgesloten zijn van eventuele hulpmiddelen van de aalmoezeniers – nota van de redactie.

[2(cfr. www.eglise-catholique-algerie.org en zoekt AIDA)


Homepagina | Contact | Overzicht van de site | | Statistieken van de site | Bezoekers : 253 / 647134

De activiteit van de site opvolgen nl  De activiteit van de site opvolgen Afrika  De activiteit van de site opvolgen Algerië   ?    |    titre sites syndiques OPML   ?

Site gebouwd met SPIP 3.0.26 + AHUNTSIC

Creative Commons License