missionarissen van afrika
missionnaires d’afrique

L A V I G E R I E . be
Banneux, zondag 26 april. Dag van het Godgewijde Leven.

Schoonheid en eigenheid van het Godgewijde leven

Michelina Tenace
donderdag 7 mei 2015 door D.F. (Vertaling), Webmaster

[vert]"Wat maakt voor mij de eigenheid en de schoonheid van het Godgewijde leven?

Wat kan dit aantrekkelijk maken voor de wereld van vandaag ?”.
[/vert]

[marron]1 - Weer vertrekken vanuit Christus, waarlijk God en waarlijk Mens[/marron]

Wat me toelaat te zeggen wat de eigenheid van het Godgewijde leven is en de schoonheid ervan, dat zijn de woorden die ik ontleen aan vrienden, ouderen in het geloof. Eerst een vriend van lang geleden: [bleu]Vladimir Soloviev[/bleu] (1853-1900) die in zijn verhaaltestament met de titel De Antichrist deze scène voorstelt : een verwarrend personage wordt een soort wereldpresident en lost al de problemen van de mensheid op. Weinig christenen weerstaan aan de bekoring hem uit te roepen als een gezondene van God. Aan die enkele christenen die wantrouwend blijven, stelt het Personage deze vraag : “maar wat wilt ge nog meer ? Heb ik niet alle problemen opgelost die aan de mensheid toelaten in volle geluk te leven ? Wat is er nog meer waardevol voor u ?” De monnik Johannes, verklaart in naam van alle orthodoxe christenen : “Wat wij als meest waardevol hebben in het christendom, dat is Jezus Christus”. In dat verhaal, zal dezelfde geloofsbelijdenis gedaan worden door paus Petrus in naam van de katholieke christenen en door de pastor Pauli in naam van de christenen van de Hervorming.

Een andere vriend die me te hulp komt is [bleu]Nicolas Steinhardt[/bleu], een Roemeense joodse Intellectueel die in de jaren van de communistische vervolgingen in de gevangenis belandt. Het is daar dat hij christen gaat worden, dat hij het doopsel gaat ontvangen, en het is met nota’s van de gevangenis dat hij zijn Dagboek van de gelukzaligheid gaat schrijven. Deze monnik geworden man zal belijden dat de grootste kans van zijn leven, zijn grootste geluk, zijn gelukzaligheid erin bestaat dat hij, in de gevangenis Christus heeft kunnen kennen, het doopsel mocht ontvangen, een “getranssubstancieerd” [1] schepsel is geworden. Het grootste mirakel, zo zal hij zeggen, dat is niet de vermenigvuldiging van de broden, de genezing van een blinde, neen, het grootste mirakel dat is dat een mens kan veranderen dankzij de ontmoeting van Christus en gelukkig kan worden omdat hij een nieuw leven beleeft. Zo heeft Steinhardt zijn getuigenis samengevat door een zaligspreking : “Zalig degene die het doopsel heeft ontvangen en van daaruit leeft !”  [2]

De schoonheid van het Godgewijde leven dat is ervan getuigen de levende Christus te hebben gekend, en daarna Christus te hebben ontmoet in zijn eigen leven en geleerd te hebben een nieuw leven te beleven aan Hem “gewijd”. Door zijn leerlingen te worden, leert men Hem te beminnen, smaak te vinden in zijn vrijheid, en als men ertoe komt geloften uit te spreken, dan bevestigt men niets boven Hem te willen stellen [3] , ’t is zeggen, niets boven zijn liefde, boven het geloof in Hem, boven zijn aanwezigheid in ons leven, zelfs niets dat hoogheilig zou lijken voor elke godsdienst : de cultuur, de tempel, de wet, de overlevering… Jezus zei het aan de Samaritaanse en later aan Nicodemus : het is de Geest die van ons religieuzen maakt, deze Geest die ons van bovenuit doet geboren worden. Ja, de roeping openbaart ons dat wij uit de Geest kunnen herboren worden, van bovenuit ! Welke schoonheid en welke nieuwheid !

Dat is het wat ook twee andere vrienden, die ik graag en geregeld opzoek, gezegd hebben, Kerkvaders, [bleu]Sint Ireneüs en Sint Ignatius van Antiochië[/bleu]. Sint Ireneüs : “In zijn komst, heeft Christus met zich alle nieuwheid gedragen” [4] , Hij is zelf heel de nieuwheid en ons “heeft hij geëerd een naam te dragen van de goddelijke heerlijkheid” [5] , Hij heeft ons zijn naam gegeven, christen, en een nieuwheid van goddelijke heerlijkheid.

Ziedaar de schoonheid van het Godgewijde leven : het is de nieuwheid van de roeping die de persoon omvormt die God roept als missionaris die aan de wereld Christus brengt, zijn goddelijke heerlijkheid, God tussen de mensen door de aanwezigheid van de Godgewijden.

Dat alles is gefundeerd op de verrijzenis van Christus, op ons doopsel dat ons daaraan gelijkvormig heeft gemaakt, op de gave van het Godgewijde leven die ons daarin heeft gevestigd. Ja, het Doopsel dat ons gelijkvormig aan Christus maakt [6], omvormt de wereld in het Rijk van God. Dat is het fundament van het religieuze leven (gelijkvormig worden) en van de zending (het Rijk van God).


[marron]2 - Er moet ook gesproken worden van de schoonheid van het Godgewijde leven.[/marron]

- [bleu]Wat kan het Godgewijde leven aantrekkelijk maken ?[/bleu]

De liefde zoals de schoonheid is aantrekkelijk.
Waarin is het Godgewijde leven aantrekkelijk ? Als het de liefde opwekt, inspireert en als het gezien wordt als schoonheid.

De liefde trekt aan omdat zij uitnodigt tot het gelukkig zijn van de levende verbondenheid van personen. En de schoonheid trekt aan door hetzelfde princiep : de schoonheid laat proeven van deze mysterievolle levende verbondenheid van materie en geest, de levende verbondenheid trekt aan omdat zij de plaats is van de verzoening van wat de zonde heeft gescheiden. De liefde en de schoonheid spreken ons van het heil.

Nog : zoals de liefde, voedt de schoonheid zich met vrijheid. De schoonheid stelt zich voor, dringt zich niet op, verplicht niet, maar blijft in het geheugen als een ervaring van geluk.

Men heeft het verlangen terug te komen op de plaatsen waar men de ervaring heeft gedaan van de schoonheid als levende verbondenheid. Het Godgewijde leven trekt aan als het waargenomen wordt als schoonheid.

Maar van welke schoonheid is hier sprake ? De schoonheid van de spirituele overlevering is voor het christelijk oosten een synoniem geweest van de heiligheid [7] . Het eigene van de Godgewijde persoon dat is de heiligheid en de schoonheid [bleu]Kalogheros[/bleu], een “schone ouderling” of eerder een persoon die schoon geworden is bij het ouder worden. Het is zo dat men “monniken” zegt in bepaalde talen.

“Niets is mooier dan de persoon die, in het geheim van het innerlijk werk, de troebel en de angst van de zonde overwonnen heeft en die, van licht doordrongen, in zich laat zien, als een parel, het stralend beeld van God” [8] . Het is God die schoon is. En het geestelijk leven doet ons transparant van God worden. De Vaders van de Philocalie spreken van de ascese met de term van schoonheid, terwijl het geestelijk leven beschouwd wordt als “de kunst der kunsten” [9].

De Godgewijde personen zijn kunstenaars die zich wijden aan de kunst der kunsten, ’t is te zeggen aan het geestelijk leven dat een kunstwerk is !

- [bleu]Wat kan afstoten in het Godgewijde leven ? [/bleu]

Een ascese zonder licht, zonder transfiguratie, zonder verrijzenis. Dit wil zeggen een werk op de zwakheden (de passies) dat er alleen maar toe brengt te kwetsen zonder het licht van de verrijzenis, van de achtste dag, te doen zien.

Wat ook kan afstoten, is personen te zien op zoek naar een waarheid die hen niet gelukkig maakt, want een zoeken naar een waarheid verward met een abstract ideaal. De ideale gemeenschap die men zou willen is de vijand van de werkelijke gemeenschap die men heeft. Men gaat voorbij aan de kansen die elke gemeenschap kan verlenen aan elke persoon om de heiligheid te beleven waartoe God roept.

Wat kan afstoten in het Godgewijde leven is eerder dit voor te stellen als een autostrade van de persoonlijke volmaaktheid georiënteerd naar wat zich laat zien en tellen : het resultaat van de doeltreffendheid, het goed functioneren van het werk, het aantal roepingen… Het is goed daaraan te denken, maar dat is het niet wat aantrekt ! Een werk is mogelijk nuttig geweest, het werd mogelijk gewaardeerd, maar het heeft daarom nog geen roepingen aangetrokken.

[bleu]De waarheid en de goedheid zonder schoonheid trekt niet aan ![/bleu]

Dat is het wat er gebeurd is in het Godgewijde leven. Men heeft werken van weldadigheid gezien, personen toegewijd aan de taak, men heeft de heerlijkheid van de goddelijke naam niet gezien zoals Sint Ignatius van Antiochië zegde, men heeft geen wezens getransfigureerd door de Geest zien schitteren, door de genade van het geloof.

Welnu, de schoonheid is helemaal één met het mysterie van de transfiguratie : in de menselijkheid van Christus, hebben zijn leerlingen zijn goddelijkheid kunnen aanschouwen. Ziedaar het mysterie : de menselijke natuur verhinderde Jezus niet de Zoon van God te zijn en deze openbaring voor de leerlingen was noodzakelijk vóór het Lijden en de Passie. Om hen aan te moedigen : de dood zal de Zoon niet kunnen verhinderen de Zoon van God te blijven. Maar ook om hen te doen begrijpen dat het niet het lijden van het kruis is dat aan Christus zal doen verdienen van Zoon te worden. Integendeel, het is omdat hij veelgeliefde Zoon is dat Hij de liefde van de Vader kan openbaren voor de mensen, in de gehoorzaamheid van het lijden, in de gehoorzaamheid van de dood op het kruis. In de gehoorzaamheid van de verrijzenis.

Wat erg ingewikkeld is bestaat erin dat in onze intellectuele en zelfs theologische cultuur alles geconcentreerd is op het menselijke zonder God. Wij zijn bevreesd en zelfs beschaamd geweest te spreken van de deelname aan het leven van de Drie-eenheid. Spreken van goddelijk leven in ons, dat lijkt de menselijke waardigheid te verminderen of over te gaan tot een utopie die verwijdert van de werkelijkheid. Het bewijs is dat wij niet geweten hebben de getransfigureerde Christus voor te stellen noch te aanschouwen. Voor ons is dat een tweederangs feest.

Het accent op het lijden en het misprijzen van het lichaam hebben sommigen kunnen verwijderen van het Godgewijde leven. Het zijn niet de offers en de inspanning die afstoten. De sporten en de regimes vragen heel wat meer. Maar van de zijde van de Godgewijden, is er iets verstervend geweest in de ascese, iets droevigs dat niet heeft doen zien waarin de ascese het lichaam bevrijdde om het beschikbaar te stellen voor de krachttoeren van het goddelijk leven ! Alsof de ascese van het lichaam God zou verheugen, alsof het lijden God zou behagen, alsof het lichaam verantwoordelijk zou zijn voor de zonde. Neen, de genade wordt ons gegeven om het lichaam te bevrijden en niet om ons van het lichaam te bevrijden ! Om de zintuigen te doen leven volgens hun roeping en niet om ons ervan te beroven.

Door het misprijzen van het lichaam heeft men dan ook in het Godgewijde leven een zekere verwaarlozing van de zintuigen overgeërfd die zich dan elders zijn gaan voeden dan in het geestelijk leven en ook een zeker onbehagen in de relaties.

Nog een hindernis voor de schoonheid van het Godgewijde leven : de koelheid van de relaties, de tekortkomingen aan caritas. Daar men niet van de zonde spreekt, spreekt men van troebelen, grenzen, waarvan men zich moet verzorgen, waarvan men zich ook moet rechtvaardigen tot men er zich mee tevreden stelt en aan de anderen te vragen zich daarmee tevreden te stellen.

Het Godgewijde leven is schoon omdat dit het goddelijke in de mens openbaart, het openbaart dat de mens bekwaam is van God, dankzij de Geest die ons ingestort wordt en ons zuivert, ons bewerkt, ons geneest.

Wat aantrekt is niet de formele volmaaktheid, maar wel personen te zien in relatie, ondanks de moeilijkheden, het is vechters te zien die niet toegeven aan het kwaad, ondanks de bekoringen. Het is mannen en vrouwen te zien die veranderd zijn door de ontmoeting met Christus. Het karakter blijft hetzelfde, zoals bij Sint Paulus, die in de loop van zijn brieven ons zijn hoogmoed niet verbergt, zijn temperament, maar al degenen die hem kennen loven God voor zijn bekering. Het mirakel van het geloof, dat is het wat aantrekt. Zoals elk mirakel, is het mirakel van het geloof een teken, dat volstaat niet op zichzelf, maar het stelt wel in vraag.


[marron]3 - Opnieuw vertrekken vanuit de Geest : De betekenis terugvinden van de inspiratie in het Godgewijde leven.[/marron]

Spiritualiteit als beweging of historische stroming is een recent woord. Dat heeft in het begin willen zeggen leven in de Geest.

Het fundament van het Godgewijde leven dat is het doopsel en het leven in de Geest.

Welnu, het leven in de Geest betekent eveneens een voordurende inspiratie ! Heer die leven geeft, die doet spreken als profeet. Het eigen werk van de Geest is in te blazen opdat men zou profetiseren !

Het is omdat men geïnspireerd is dat men het Godgewijde leven kan beleven als profetie. Sint Athanasius zei dat elke profetie aankondigt, van Christus spreekt.

Dan begrijpt men beter de geloften : dat zijn geen kerkelijke regels die moeten toegepast worden maar een pedagogie van de Geest, een manier van te zeggen in wie wij geloven, wie wij liefhebben. De geloften dienen beleefd te worden als getuigenis van liefde en profetie van het Rijk van God !

“Zoals de zon zweeft aan de oppervlakte van de wateren, deze verwarmt, deze verlicht en, door zijn warmte, deze naar zich toe trekt (…) zo zweeft de liefde van God over de liefde van zijn gelovigen, trekt aan door zijn bezieling (…) De geest van de gelovende mens, die zich aan God heeft overgelaten, wordt met Hem één enkele geest”.  [10]

Met Hem één enkele geest worden opdat door de levende liefdesverbondenheid met Hem, ons leven aantrekt naar God toe. Wanneer de liefde een levensstijl geworden is volgens de liefde getoond in Christus, maakt zij de mensen gelukkig met een goddelijk geluk en trekt aan.

Ik zou nog één betekenisvolle getuigenis willen aanhalen in het verloop van mijn geloof. [bleu]Fedor Dostoievski[/bleu] die gezegd heeft : “Indien men me zou vragen te kiezen tussen de waarheid en Christus, dan zou ik voor Christus kiezen”. Woord dat klaarblijkelijk schokkend overkomt. Maar wat wou het zeggen ? De waarheid roept op wat de mens zoekt met zijn krachten en met zijn verstand, wat de Atheners aanvaard hebben van de prediking van Sint Paulus. Maar zij hebben het essentiële geweigerd : Christus. Wat eigen en specifiek is in ons geloof dat is een ontmoeting, die ons verlost van de dood, met de Zoon van God, de verrezen Christus. Christus verkiezen, dat wil zeggen de ervaring van de liefde van God gedaan te hebben en in het geloof de prioriteit te hebben gegeven aan wat voortvloeit uit de liefde.

Het is de liefde die het grootste argument is voor onze aanhechting aan Christus. Als we Hem liefhebben, dan zal niets ons kunnen scheiden van Hem en niets zal helemaal kunnen rechtvaardigen of uitleggen waarom we Hem volgen, niets zal kunnen uitleggen aan de wereld waar Hem volgen kan betekenen tot de dood gaan om te blijven, “in zijn liefde te blijven” en waarom de gelovige in het martelaarschap een voleinding vindt en niet een mislukking.

“Niemand kan de liefde doden, want om ’t even wie er deelgenoot van is wordt geraakt door de glorie van God : het is een mens omgevormd door de liefde die de leerlingen aanschouwd hebben op de Thabor berg, de mens die wij allen geroepen zijn te zijn” [11].

[bleu] Deze door de liefde omgevormde mens, dat is het wat elke Godgewijde geroepen wordt te zijn. Dat is zijn eigenheid en het geheim van zijn schoonheid. [/bleu]

  Michelina Tenace

__5__

[marron][bleu marine]Michelina Tenace[/bleu marine] is geboren in 1954 te San Marco in Lamis (Fg). Zij heeft filosofie gestudeerd in Parijs en is gediplomeerd in buitenlandse litteratuur aan de Sapienza universiteit van Rome.
Zij heeft het doctoraat in de theologie behaald aan de Pontificale Gregoriana Universiteit met een thesis over Vladimir Soloviev, onder leiding van de jezuïet Marko Ivan Rupnik en van kardinaal Thomas Spidlik.[/marron]

Zij is permanent lid van het Aletti Centrum van het Oosters Pontificaal Instituut en onderwijst aan de Gregoriaanse Universiteit materies in verband met de dogmatische antropologie en het christelijk Oosten.

[marron]Onder haar publicaties in het Frans :[/marron] [mauve fonce] La beauté comme unité spirituelle dans les écrits esthétiques de Vladimir Soloviev (1992), Dire l’homme. Le salut comme divinisation (1997), Le christianisme byzantin (2000), L’homme transfiguré par l’Esprit, Lumière de l’Orient sur la vie consacrée (2005), Servir la sagesse, Les supérieurs dans la vie religieuse (2009).[/mauve fonce]

[1Cfr. N. Steinhardt, Primejdia mărturisirii, convorbiri cu Ioan Pintea, ed. Dacia, Cluj-Napoca,1993, p. 45.

[2Cfr. N. Steinhardt, Jurnalul Fericirii, Cluj-Napoca, ed. Dacia, Cluj-Napoca 1991, p. 504.

[3Saint Benoît, Règle 72.

[4Saint Irénée, Adversus Haereses, IV, 34,1

[5Saint Ignace d’Antioche, Lettre aux Magnésiens, I,2

[6M. TENACE, Former des chrétiens en Europe, in Vies Consacrées 2(2007) pp. 103-116.

[7Cfr. O. CLEMENT, Byzance et le christianisme, Paris, 1964, p. 7.

[8P. FLORENSKY, La colonne et le fondement de la vérité, Lausanne, 1975, p. 70 et p. 150.

[9P. FLORENSKY, La colonne et le fondement de la vérité, Lausanne, 1975, p. 69.

[10Guillaume de Saint Thierry, Le miroir de la foi, 108-109, éd. Sources chrétiennes, p. 301.

[11Pape JEAN-PAUL II, Lettre Apostolique Orientale Lumen, 1995, 15.


Homepagina | Contact | Overzicht van de site | | Statistieken van de site | Bezoekers : 414 / 1014873

De activiteit van de site opvolgen nl  De activiteit van de site opvolgen België  De activiteit van de site opvolgen Hedendaags geloof   ?

Site gebouwd met SPIP 3.0.28 + AHUNTSIC

Creative Commons License