missionarissen van afrika
missionnaires d’afrique

L A V I G E R I E . be
De tweede november

SPREKEN OVER DE DOOD ZONDER TABOE

Nuntiuncula Nr 693 Juli - Augustus 2015
zaterdag 31 oktober 2015 door D.F. (Vertaling), Webmaster

Uittreksels van een interview in de “Libre Belgique” met professor Gabriël Ringlet (31 augustus 2014)

Hebben de wetten van 2002 over de palliatieve zorgen en de euthanasie het woord over de dood bevrijd ?

Ja, dat wordt niet genoeg gezegd. Dat is wat ik één van de positieve collaterale effecten durf noemen van die wetten. Wat men ook denkt van de euthanasie, het feit is er : er is een onbetwistbare bevrijding van het woord. Ik merk dat voortdurend tot in het kleinste dorp van ons land. Ik houd vele conferenties over de problemen in verband met het levenseinde. Ik sta versteld over de vrijheid van woord van zeer oude mensen die hun eigen levenseinde komen oproepen en al de vraagstellingen die door hen heen gaan. Dat was niet denkbaar tien of vijftien jaar geleden. Het is verbonden met een recente evolutie die ik zeer positief vind.

Zou het taboe over de dood dan weggevallen zijn ?

Het is in elk geval geen woord meer dat helemaal gesloten is. Ik zie het taboe vandaag meer aan de kant van de rouw : ik kan niet ophouden in mijn professioneel leven ; ik moet niet in het openbaar wenen ; het leven moet verder gaan… Dat taboe verhindert dat men zijn tijd neemt om iets fundamenteels te integreren. De rouw heeft tijd nodig om haar weg te gaan.

De dood, dikwijls gewelddadig, is overal aanwezig op de schermen. Men ziet uiteengerafelde lichamen, doorzeefd door kogels, onthoofd… Welke is de betrekking tussen doden veraf en onze eigen dood, nabij, intiem ?

Dat is sinds altijd een sleutelvraag voor mij. Men mag die twee doden niet ver uit elkaar laten, alsof ze niets met elkaar te maken zouden hebben. Ik laat me toe de familie, de school, onze menselijkheid zelf te interpelleren. Een dode respecteren, ook al is hij ver weg en naamloos, is aan het leven geheel zijn betekenis geven. Men moet de zo gezegde abstracte dood niet verbruiken omdat deze zich voordoet op een markt waar een bom is gevallen, op duizenden kilometers van hier – dat is een ziektetoestand. Men moet deze ontvangen, al was het maar enkele seconden bij het televisiejournaal.

Heel concreet, wat verstaat ge daarmee ?

Men moet erover spreken, het beeld niet laten voorbijgaan alsof het banaal zou zijn, en dat men er een andere zal hebben over vijf minuten of later ook morgen, en overmorgen… Men zou er toe komen deze beelden normaal te vinden. Neen ! Het is telkens uniek. Men moet momenten hebben van afstand nemen en de tijd nemen om anders te spreken over die doden in Syrië, in Irak, in Gaza… dat er de afstand is van de conversatie. Dat lijkt me fundamenteel. Ik ga tot het zeggen dat men een begraafplaats moet maken in ons voor al die doden in de actualiteit. Die doden moeten vinden dat ze ergens neergelegd worden. Daar zij dat materieel niet kunnen, al was het maar omdat hun resten gesprongen, uiteengerafeld werden, in een stroom begraven, dan vind ik wel dat wij die ver weg zijn aan de andere kant van de wereld, hun een plaats geven op een symbolische wijze. Dat doet ons groeien in menselijkheid. Dat de verre dood ons bewoont. Op dezelfde manier moet de concrete dood, die van mijn grootmoeder, van mijn vader, van mijn zusje ook in mij binnenkomen. Dat is wel degelijk het rouwproces : ik moet de dood die mij getroffen heeft en die ik gedragen heb ter wereld brengen.

Het lichaam aanraken van een overleden naaste, dat blijft moeilijk…

Ik denk dat het essentieel is het lichaam aan te raken, wanneer het mogelijk is. Het is me gebeurd een klein meisje in de armen te nemen en haar te zeggen : “Kom, we gaan oma omhelzen, wees niet bevreesd, haar wang is een beetje koud, dat is helemaal normaal.” Die stap is ontroerend, wel te verstaan, maar het is een goede ontroering : iets beweegt en beroert zeer sterk van binnen, iets sacraal. De mensen en vooral de kinderen moeten zo veel mogelijk betrokken worden bij de rituelen.

U legt de nadruk op het woord zachtheid…

Ja, waarlijk, voor mij is dat bepalend. Ik denk dat het dat is waar we op moment het meest nood aan hebben. Men moet hier geen literatuur van maken : de dood is niet alleen maar gewelddadig op de televisie. Zij kan dat ook bij ons zijn. De dood stelt niet altijd de zachtheid bij de samenkomst. Vele nabije sterfgevallen zijn niet zacht, of het nu bij een auto-ongeluk is of als een kanker op een dramatische wijze eindigt. En dus, moet men handelen met zoveel zachtheid als mogelijk op het moment van de dood.


Homepagina | Contact | Overzicht van de site | | Statistieken van de site | Bezoekers : 57 / 636898

De activiteit van de site opvolgen nl  De activiteit van de site opvolgen België  De activiteit van de site opvolgen Hedendaags geloof   ?    |    titre sites syndiques OPML   ?

Site gebouwd met SPIP 3.0.26 + AHUNTSIC

Creative Commons License