missionarissen van afrika
missionnaires d’afrique

L A V I G E R I E . be

Waarom zijn er terroristische aanslagen in West Europa ?

Guy Bajoit – Prof. emeritus UCL
vrijdag 26 augustus 2016 door D.F. (Vertaling), Webmaster

April/Juli 2016

Begrijpen is noodzakelijk om te handelen, maar begrijpen is niet rechtvaardigen. De terroristische aanslagen zijn, ongetwijfeld, nooit te rechtvaardigen : ze grijpen ons hart aan van afschuw, van afkeer, van woede. Maar ze moeten eerst begrepen worden vooraleer men deze op een efficiënte wijze wil bestrijden.

Andere voorzichtigheid : mijn analyse betreft alleen maar de aanslagen gepleegd in West Europa. Er zijn terroristen in vele landen en gebieden van de wereld, maar, als men wil begrijpen waarom, moet men de specifieke contexten analyseren waarin deze opkomen. In de islamwereld, namelijk, worden deze contexten getekend door de onderontwikkeling van de betrokken landen (in Centaal Azië, in het Midden en Nabije Oosten, in Noord en Centraal Afrika) ; door de onbekwaamheid van de regeerders, die zich aan hun macht vastklampen, om deze Staten te beheren en zich hierbij bezig te houden met het algemeen belang ; door de rivaliteiten tussen de religieuze strekkingen aftakkingen van de islam ; door het imperialisme dat de westerse wereld heeft opgedrongen gedurende de kolonisatie en ook vandaag nog oplegt door andere middelen aan de bevolkingen, enz. … Ongetwijfeld vindt het terrorisme dat we in West Europa ondergaan op de eerste plaats zijn oorsprong in deze die – veel erger nog – een groot deel van de islamwereld teistert : daar bevindt zich ongetwijfeld de eerste oorzaak, maar dat is niet de enige, verre van daar.

Wat me hier interesseert, is alleen maar de redenen te begrijpen voor dewelke deze bijzonder onmenselijke vorm van politieke actie die het terrorisme is, beschouwd wordt als min of meer te rechtvaardigen door een deel (gelukkig maar een minderheid) van de Europese jongeren. Ik zou willen trachten te doen begrijpen aan deze minderheid van jongeren welke de oorzaken zijn van de terroristische aanslagen in West Europa, en hen ervan, zo nodig, te overtuigen, beroep te doen, om deze oorzaken te ontwortelen, op geweldloze methodes en die, bovendien, ook heel wat efficiënter zijn.

[marron]DE VRAGEN[/marron]

Om te begrijpen, moet men zich eerst enkele pertinente vragen stellen over de economische, sociale en politieke context van de westerse landen vandaag. Ik zal hier het voorbeeld nemen van België, maar ik denk dat ook andere landen zich in een situatie bevinden die min of meer vergelijkbaar is :

  • Waarom beschikt de politie niet over voldoende middelen in personeel en in materiaal om genoeg inlichtingen op te vangen, om de aanslagen te voorzien en de mogelijke terroristen te verhinderen tot de daad over te gaan ? Waarom moet men wachten dat catastrofen zich voordoen om haar die middelen te geven ?
  • Waarom is de rechtspraak verdronken onder stapels dossiers die zij noch de tijd noch de middelen heeft om deze te behandelen. ?
  • Waarom hebben de scholen niet voldoende onderwijzend personeel om op een correcte wijze hun leerlingen te omkaderen en hen op te leiden tot het burgerschap ?
  • Waarom ontbreekt het de openbare Centra van sociale hulp, in onze gemeenten, aan personeel en financiële middelen om de families te helpen die er nood aan hebben ? Waarom beschikken zoveel families, meer bepaald van inwijkelingen, niet over voldoende bestaansmiddelen ?
  • Waarom is de toegang tot sociale hulpmiddelen moeilijker voor de werklozen, de inwijkelingen et andere uitgesloten personen ? Waarom zijn er meer en meer bedelaars in de straten van onze steden ?
  • Waarom zijn er tientallen NGO’s – waarvan de rol erin bestaat te informeren, de publieke opinie te sensibiliseren, jongeren op te leiden – die in de vrees leven de subsidies te verliezen die de Staat alsmaar moeilijker toekent ?
  • Waarom wordt de televisie verplicht, om over voldoende financiële inkomsten te beschikken, alsmaar meer publicitaire aankondigingen op te nemen, die de televisiekijkers lastig vallen en vervelen ?

[marron]EEN ANTWOORD IN VIJF PUNTEN[/marron]

Deze vragen – en nog zoveel andere die niet rechtstreeks in betrekking staan met het onderwerp van deze tekst – hebben alle een gemeenschappelijk antwoord, dat bijna nooit geformuleerd wordt in de grote media.

  1. De openbare en sociale diensten missen inkomens omdat de Staat budgettaire besparingen moet doen : hij moet de soberheid beleven. Wanneer hij verlieslatend zou zijn, zou hij gesanctioneerd worden door de Europese commissie. Dus, doet hij zware afsnijdingen in zijn uitgaven, meer bepaald in de sociale en openbare uitgaven. Maar waarom die versobering van het budget ?
  2. Omdat de uitgaven van de Staat gefinancierd worden belastingen of door leningen, en dat deze, zoals onze politici niet ophouden te herhalen, “de competitiviteit verminderen van onze ondernemingen op de internationale markten”. Indien deze niet voldoende competitief zijn, verliezen zij markten, gaan ze failliet, fusioneren ze, en/of verplaatsen zij hun activiteiten. Vandaar : nog meer werkloosheid, ongelijkheid, uitsluiting. Maar waarom die competitiviteit ?
  3. Omdat het neoliberale model, dat de economie in het Westen en in de wereld beheerst, de ondernemingen verplicht tussen elkaar in concurrentie te blijven. Sinds de jaren 1975-80, is het protectionistische model, dankzij hetwelk de Staten de economie regelden, verlaten geworden ten voordele van een terugkeer naar de vrije uitwisseling van goederen, van diensten, van kapitalen en van inlichtingen (maar niet van personen). Maar waarom die terugkeer naar het liberalisme ?
  4. Dit economisch systeem is gewild geweest door een nieuwe dominante klasse, die haar plaats genomen heeft in de westerse wereld sinds de jaren 1970-75 en die de opvolgster is van de industriële burgerij. Wie is zij ? De investeringsfondsen, de banken, de speculanten, de aandeelhouders van de multinationale bedrijven : degenen die elk jaar samenkomen in Davos. Zij worden bijgestaan door managers (PDG), door notatieagentschappen, door agentschappen van technische vernieuwing, door publiciteitsagentschappen en door de grote internationale organisaties (FMI, OMC, OCDE…). Maar waarom hebben zij dit model gekozen ?
  5. Omdat de doorgedreven concurrentie, aan allen opgelegd, het meest zekere middel is, voor de rijkste leden van deze klasse, om rijker en rijker te worden : de meest competitieve hebben er belang bij dat de Staten alle vormen van regeling van de markten wegwerken die het protectionistisch model had ingesteld. Deze ontregeling laat hen toe al degenen weg te werken die minder competitief zijn dan zijzelf en zo de rijkdom in hun handen te concentreren. Hun hoofddoel (zo niet hun enig doel) bestaat er in hun kapitalen vruchten te doen dragen : zij willen meerwaarden realiseren van 15 tot 25 % per jaar (hun kapitaal verdubbelen in vijf jaar). Het is waar dat deze competitie de technische vooruitgang stimuleert, want het zijn zeker degenen die het meest vernieuwen die ook de meest competitieve zijn. Maar zij offert de sociale vooruitgang op op het altaar van de technische vooruitgang, namelijk door de Staten te dwingen hun openbare uitgaven te verminderen. Het neoliberale credo is dus een ideologische leugen : het is vals te bevestigen dat “de som van de individuele belangen uiteindelijk zorgt om tot het algemeen belang te komen”.

[marron]DE GEVOLGEN[/marron]

Om tot haar doelstellingen te komen, heeft de nieuwe heersende klasse er nood aan een verbeten individualisme te bevorderen : zij moet onverzadigbare verbruikers “fabriceren”, onmeedogende mededingers en onvermoeibare mededelers. Zij spant zich dus in, door al boodschappen via de media en de publiciteit, om deze individuen te “fabriceren”, die voor haar onmisbaar zijn.

Maar, het basisprincipe van deze klasse (de competitie) houdt niet op de sociale ongelijkheden te vergroten, en dit terwijl de Staat, die zich in haar dienst stelt, niet langer de middelen heeft, namelijk de financiële, om tussen te komen om deze te verminderen. Vandaar dat onze maatschappij niet meer (zoals de Voorzienigheidstaat het min of meer deed) de inkomsten (opvoeding, gezondheid, werkgelegenheid, veiligheid…) verleent aan al zijn leden waar zij nochtans nood aan hebben.

Vandaar een belangrijke contradictie : enerzijds, roept de neoliberale ideologie al de jongeren op om verwoede individualisten te worden; maar anderzijds, ontneemt het neoliberale regime aan een groot deel van hen de nodige inkomsten om op deze weg te welslagen. Het is in deze tegenstrijdigheid dat zich de wortel bevindt van het terrorisme.

Inderdaad, wat kunnen jongeren doen tegenover deze fundamentele tegenstrijdigheid, tegenover deze wanverhouding tussen hun persoonlijk verwachtingen en hun werkelijkheid (weinig diploma’s, weinig relaties en weinig geld) ? Zij hebben de “keuze” tussen talrijke zeer uiteenlopende reacties :

  1. Sommigen leveren een inspanning om zich te voegen naar hun werkelijkheid zoals zij is : zij zijn realisten, zij “doen het met wat zij hebben” in “een wereld zoals hij is”, en zij verdienen hun leven door datgene te doen wat de werkmarkt hun biedt (werkgelegenheden die dikwijls precair zijn en slecht betaald), en met sociale hulpmiddelen, als ze er recht op hebben (of door de twee te combineren).
  2. Anderen, integendeel, weigeren dit sociale lot te aanvaarden dat hun zo kleurloos lijkt, te somber, te banaal, al te tegenstrijdig met hun hoop en verwachtingen : zij willen aan hun leven een diepere, mooiere betekenis geven. Zij trachten dan ook zich in te zetten in een persoonlijk project om hun leven weer mooi en blij te maken. Verschillende wegen zijn mogelijk : wanneer zij een talent hebben, zullen ze kunstenaars willen worden; zij kunnen zich ook engageren in de politiek of in altruïstische sociale projecten; als zij er de middelen voor hebben, kunnen zij ook hun studies hernemen en vervolledigen; zij kunnen ook een onafhankelijke activiteit voeren (hun kleine onderneming scheppen); zij kunnen zich ook hechten aan een religieuze overtuiging, die aan hun leven een vorm van spiritualiteit zal toevoegen.
  3. De twee vorige reacties zijn dikwijls verenigbaar : zij die deze kiezen kunnen trachten deze met elkaar in overeenstemming te brengen en te verenigen. Zij spannen zich dan in om tegelijker tijd te doen wat zij zouden willen maken van hun leven en wat de maatschappij hun biedt om het te verdienen, en zij werken zeer hard om beide te combineren. Het is nochtans mogelijk dat hun inkomens, hun inspanningen of hun kansen onvoldoende zijn om te slagen bij het volgen van deze wegen.
  4. Daar zij er niet toe komen zichzelf te ontplooien, kunnen sommigen onder hen dit dan willen compenseren : zij zoeken elders voldoeningen, in “artificiële paradijzen” (drugs, de virtuele wereld, het terugplooien op zichzelf of op kleine groepjes van gelijkaardigen, het hedonisme…), of soms in de (kleine) misdadigheid.
  5. Anderen kiezen er eerder voor te protesteren : vele vormen van collectieve actie staan ter hunner beschikking in de burgerlijke maatschappijen van vandaag ; zij hebben als doelstelling, hetzij de verworvenheden van de Voorzienigheidstaat te verdedigen, hetzij alternatieven te zoeken voor het neoliberalisme. Sommige van deze acties doen hierbij beroep op een gematigd protest ( de “alter” bewegingen), anderen op vormen van radicaal protest (de “anti” bewegingen) ; het oude probleem van de keuze tussen de hervorming of de revolutie blijft nog altijd actueel (maar heeft niets meer te maken met een keuze tussen de sociale democratie en het communisme).

Deze vijf reacties van de jongeren op de contradictie hierboven vermeld sluiten elkaar niet uit : elk individu kan er verschillende samenvoegen, en vooral overgaan van de ene naar de andere, volgens de inkomsten waarover hij beschikt, volgens de beleefde ervaring die hij opdoet, en volgens de invloeden die hij ondergaat.


[marron]HET RADICALISME[/marron]

Tussen de minderheid van jongeren die kiezen voor het protest, zijn sommigen meer gematigd, anderen meer radicaal ; bij de radicalen, zijn sommigen (een minderheid) in staat om het geweld te gebruiken om tot hun doeleinden te komen ; en bij deze laatsten, zijn sommigen (een minderheid) bereid dit geweld te keren tegen onschuldigen, in plaats van rechtstreeks degenen aan te pakken die werkelijk de verantwoordelijken zijn van de kwalen die zij beweren te bevechten. Dat is helmaal niets nieuws bij de radicalen van allerlei aard, van alle tijden, van overal ! Het is bij deze laatsten dat de terroristen gerekruteerd worden.

Zij voelen (sinds altijd) de behoefte hun acties te rechtvaardigen door het inroepen van een politieke ideologie of een religieuze geloofsovertuiging. En dat, zelfs als zij bijna niets weten, of helemaal niets, van het politieke project of van de religieuze boodschap waarnaar zij zich verwijzen. Hun betrekking met die ideologie of die geloofsovertuiging is zeer complex : deze vormt wel degelijk een reden van hun overgang naar de daad, maar zij legt niet alles uit, en is maar een reden tussen nog andere.

Maar, deze reden is belangrijker bij sommigen onder hen : namelijk de meest fanatieken, die leiders willen worden in de organisatie die hen rekruteert en het bewijs moeten leveren van hun overtuiging. Maar zij is minder belangrijk bij anderen, die er eerder in geloven omdat zij er belang bij hebben erin te geloven en omdat ze geïndoctrineerd werden. Met andere woorden, de meesten onder hen zouden het moeilijk hebben te doen wat zij doen (onschuldigen doden), en hierbij het beeld van zichzelf op te nemen dat zij zouden hebben indien zij geen enkele rechtvaardiging gaven (dat is, zo lijkt het me, hun bijzonderste verschil met het grote banditisme).

In het geval dat ons hier interesseert, is het duidelijk dat de Islam (die hen helemaal niet goedkeurt, en hen zelfs expliciet afkeurt) hun vooral dient als ideologische afdekking : velen onder hen zijn geen terroristen geworden omdat zij in Allah geloven, maar zij geloven in Allah om zij er nood aan hebben de gewelddaden te rechtvaardigen die zij gepleegd hebben of die zij voorbereiden te plegen.

Al dan niet bewust, gebruiken zij de Islam als instrument of zij interpreteren deze op hun manier, zoals sommige gewelddadige groepen, in het verleden, van het christendom een instrument hebben gemaakt, of zoals meer recent (in de jaren 1970) sommige groepen van uiterst links van het communisme een instrument hebben gemaakt of het hebben geïnterpreteerd. Bovendien, behoren de terroristen niet altijd zelf tot hetzelfde sociaal milieu waarin zijn hun aanhangers rekruteren. Dat was eveneens het geval, bijvoorbeeld, voor vele revolutionaire militanten die deelgenomen hebben aan de socialistische revoluties in de loop van vorige eeuw : sommigen waren geen proletariërs, maar organische intellectuelen of beroepsmilitanten, voortkomend uit de kleine of de hoge burgerij.

[vert]Er blijven nog drie bijzonder moeilijke vragen te beantwoorden. [/vert]

[bleu marine] - Waarom doden zij onschuldigen ? [/bleu marine]
Hoe kan het oordeel dat een menselijk wezen heeft over Goed en Kwaad zozeer vervalst worden dat hij ertoe komt dergelijke daden te stellen ? Heel concreet – om het diepste uit te spreken, niet van mijn gedachte maar van mijn wrevel en wrok – hoe kan een menselijk wezen begaafd met al zijn mentale vermogens zich doen ontploffen in een metro, naast een klein meisje of een kleine jongen die in de armen van zijn moeder slaapt ? Hoe komt het toch dat het niet evident is voor hem dat dit verkeerd en slecht is? Noteren we eerst dat het erop neer komt zich af te vragen, hoe kan het dat het personeel van een concentratiekamp, elk dag van het jaar, mensen ophopen in een gaskamer en hun de adem benemen, en daarna de lijken verbranden in een crematorium ! En zoveel andere voorbeelden van dezelfde aard, die ik de lezer bespaar. Ik denkt dat hij dat doet om drie redenen, die onafscheidelijk met elkaar verbonden zijn en die elkaar verstevigen :

  • [bleu]een belang[/bleu] : hij weet wat hij riskeert als hij niet doet waarvoor hij zich geëngageerd heeft te doen ; hij zal beschouwd worden als een verrader, uitgesloten uit de organisatie voor dewelke hij handelt, en waarschijnlijk door haar vermoord ;
  • [bleu]een overtuiging[/bleu] : hij werd geïndoctrineerd door de wervers van deze organisatie en hij is er oprecht van overtuigd dat de Zaak waarvoor hij vecht (een moslimstaat vestigen geregeld door de charia) ieen goede Zaak is.
  • [bleu]een sociale druk[/bleu] hij heeft nood aan sociale erkenning (zich eindelijk “iemand” voelen) en, om dit te verkrijgen, onderwerpt hij zich aan het gezag van zijn leiders en aan de controle van zijn gelijken ;
  • [bleu]en zijn gevoelens[/bleu] : hij haat de moderniteit, waarvan hij een eerder negatieve ervaring heeft opgedaan in zijn land van verblijf : hij beschouwt deze als een levenswijze beheerd door “de poen”, verrot door het materialisme en het menselijk wezen onwaardig.

Wanneer deze drie motiveringen op elkaar inwerken in het geweten van een individu, dan vervalsen zij zijn oordeel, veranderen zij zijn prioriteiten : wat gisteren belangrijk was houdt op dit vandaag nog te zijn en wat minder belangrijk was wordt het essentiële. En door elkaar wederzijds te versterken, kunnen zijn een mengsel vormen dat explosief is !

[bleu marine] - Waarom geven zij een zo slecht beeld van zichzelf ? [/bleu marine]
Eerder dan te trachten de publieke opinie te verleiden, lijken zij vooral bezorgd om van zichzelf een zo schandalig mogelijk beeld te geven ; het is nodig dat zij zich doen haten, als lafaards behandelen, als wildemannen, barbaren, onmenselijke monsters. Waartoe dient dit beeld hen ? Op de eerste plaats, om het bewijs te leveren van hun beslistheid : zij zijn bereid voor alles, zij trekken zich voor niets terug. Welnu, deze standvastige beslistheid is precies dat wat ons terroriseert : zij laten ons weten dat er midden ons individuen leven die elke morele zin missen, dat deze zich aan om ’t even wie kunnen vergrijpen, om ’t even waar, om ’t even wanneer.

Dit klimaat van onveiligheid scheppen – uit vrees, want men moet wel erkennen (in plaats van het te ontkennen) dat ze ons schrik aanjagen – heeft reeds (en riskeert erg er in de toekomst nog meer te hebben) als gevolg precies wat zij hopen : ons verplichten af te zien van onze levenswijze, van onze min of meer democratische waarden, en ons te dwingen onze samenlevingen te militariseren. Verder, lijkt het me dat zij er een sterk narcistisch gevoel van macht uit halen : zij die niemand waren, worden op één slag “openbare vijanden”, van wie te foto’s overal uitgestald worden in de dagbladen en op de televisie : het is beter, volgens hen, verafschuwd te worden dan onbekend te blijven. Tenslotte – en misschien vooral -, zij willen zich begiftigen met een verklaarde vijand, die zijn “ware gezicht” toont door te trachten hen te verpletteren onder zijn bommen, tegen wie zij het recht zullen aanvoelen de oorlog te voeren, en die hen, meteen, zal verenigen, hen zal prikkelen, hen fanatiek zal maken en hen zal helpen nog meer terroristen te rekruteren tussen deze minderheid van jongeren die “gekozen” hebben voor het ultraradicale protest.

[bleu marine] - Waarom plegen zij zelfmoord ? [/bleu marine]
Deze vraag is zowel zeer belangrijk, want de zelfmoord is, uiteindelijk, hun absoluut wapen - wat kan men doen tegen mensen die in elk geval bereid zijn te sterven ? -, als bijkomstig, want wat ons aanbelangt, dat zijn de wreedheden die zij begaan door zelfmoord te plegen. Men moet zich op de eerste plaats herinneren dat, in de westelijke maatschappijen van vandaag, de zelfmoord van de jongeren, sinds enkele tientallen jaren, een gevoelige en zeer verontrustende vermeerdering kent : zij die tot niets komen door geen één van de vijf hierboven gesignaleerde reacties, worden depressief en lopen sterk het risico bekoord te worden door de zelfmoord.

Men kan zich dus afvragen of de kamikazes (althans sommigen onder hen) geen jongeren zijn van wie hun persoonlijke levensloop geleid heeft, geleidelijk, van een methode naar een andere tussen deze vijf reacties. Misschien hebben ze eerst getracht, zonder succes, zich te conformeren, daarna zich te engageren en zich te verzoenen ; als zij in die wegen niet geslaagd zijn, kan het dat zij daarna getracht hebben te compenseren, maar die ervaring bij hen overgekomen is als zinloos (of hen naar de gevangenis heeft gebracht) ; ze zouden dan hun religieuze inzet versterkt hebben, terwijl ze deze combineerden met het protesteren : ze zouden zich dan hebben laten verleiden door een organisatie die hen zou geïndoctrineerd hebben ; en ze zouden uiteindelijk aanhangers geworden zijn van een radicaal protest, dat hen zou geleid hebben terroristische aanslagen te plegen.

Het dus eigenlijk wel een reisweg geweest zijn : de “brave jongen” vol goede wil van het begin, gaat naar beneden, stap na stap, de ladder die hem leidt hetzij tot de dood, hetzij tot de levenslange gevangenisstraf. Hoe deze neerdaling naar de hel afstoppen ?


[marron]WAT DOEN ?[/marron]

Als men, in de toekomst, de terroristische aanslagen wil vermijden, zal het niet volstaan te onderdrukken (ook al moet men ongetwijfeld dit verder blijven doen) : het zal nodig zijn degenen te vormen en te helpen die het risico lopen zich te laten verleiden door het terrorisme. En daarvoor, zal men de oorzaken van de aanslagen moeten aanvallen. Dus, is de absolute prioriteit aan de Staat weer de financiële middelen te verlenen die deze nodig heeft om een sociale en een openbare politiek te financieren : het is noodzakelijk dat de ministeries, de politie, het gerecht, de scholen, de centra voor sociale hulp, de sociale werkers, de media, de NGO’s… beschikken over de nodige middelen om hun missies van openbare diensten op een correcte wijze te vervullen.

Er zijn drie middelen om en Staat te financieren : de belasting, de openbare ondernemingen en de lening. Welnu, het neoliberale model is tegenstander van deze drie : de openbare ondernemingen, want deze brengen gewoonlijk niets op en zijn zelfs verlieslatend ; de leningen want deze leiden tot een grote schuldenlast (het geval van Griekenland bijvoorbeeld) ; en de belastingen, want deze “verminderen de competitiviteit van onze ondernemingen op de internationale markten”. Nochtans is het mogelijk op een passende wijze de openbare ondernemingen te financieren, gematigd gebruik te maken van de lening en op een correcte wijze de belastingen te innen.

Laten we van dichterbij deze laatste methode bekijken. Het is ongetwijfeld niet nodig de belastingen te verhogen, maar men moet degenen die deze verschuldigd zijn verplichten deze ook te betalen.

Daarvoor moet men strijden (waarlijk, en niet enkel in woorden of in verkiezingsbeloften) tegen de verminderingen van belastingen op de grote fortuinen, tegen de fiscale fraude, tegen de fiscale paradijzen, tegen de financiële overdrachten die door geen enkele taks of door een belachelijke taks bezwaard worden, tegen de gerechtelijke kunstgrepen die aan de ondernemingen toelaten hun sociale zetels te vestigen in (verre of nabije) landen waar zij aan de belasting ontsnappen, tegen de multinationale ondernemingen die van fiscale verminderingen genieten om deze aan te zetten werkgelegenheden te scheppen (die zij niet scheppen), enz. Kortom, de Staat moet de rijkdom herverdelen aan al haar burgers, in plaats van haar “geschenken” voor te behouden aan een cynische dominante klasse, die alleen naar het stuk van haar particulier belang kijkt.

Maar, zult ge terecht zeggen, de nationale Staat die, heel alleen, een dergelijk programma zou in praktijk brengen zou naar de catastrofe lopen (hij zou nog meer werkloosheid en sociale uitsluiting scheppen). Dat is waar : onze Staten zelf, afzonderlijk genomen, hebben maar weinig vat op de nieuwe dominante wereldklasse. Dus, het is noodzakelijk dat de betroffen Staten – tenminste deze van de Europese Unie – gedwongen zouden worden door de sociale en politieke bewegingen van hun bevolking , dat zij onder elkaar overeen zouden komen, opdat zij, eindelijk, werkelijk zouden doen waarvan zij wel weten dat het moet gedaan worden, dat wat zij bij elk verkiezingsverloop beloven te doen om het probleem op te lossen, maar dat zij telkens weer uitstellen tot de volgende dag.

Deelnemen aan dergelijke sociale en politieke bewegingen lijkt me niet alleen overeen te stemmen met de meest elementaire menselijke moraal, maar ook heel wat efficiënter in termen van resultaten, dan zich in dienst te stellen van het politieke project van een nieuwe “sekte van moordenaars”.


Homepagina | Contact | Overzicht van de site | | Statistieken van de site | Bezoekers : 679 / 1012668

De activiteit van de site opvolgen nl  De activiteit van de site opvolgen België  De activiteit van de site opvolgen R+V   ?    |    titre sites syndiques OPML   ?

Site gebouwd met SPIP 3.0.28 + AHUNTSIC

Creative Commons License