missionarissen van afrika
missionnaires d’afrique

L A V I G E R I E . be
Hartslagen van de CCBF

Geloven in Christus

Joseph Moingt, s.j.
donderdag 8 november 2018 door D.F. (Vertaling), Webmaster

 Gelooft men in Christus zoals men gelooft in God ?

We onderzoeken nu het verschil – het extreme verschil – dat er is tussen het geloven in God en het geloven in Christus : verschil tussen het niet geziene, “Niemand heeft ooit God gezien”, en het geziene, “Wat we met onze ogen hebben gezien, wat we hebben aanschouwd en onze handen hebben aangeraakt van het Woord van het leven”. Deze woorden van Johannes zouden nood aan interpretatie hebben, maar dat neemt niet weg dat, in het geval van Jezus, er een zien is dat aan het geloof voorafgaat. Het conditioneert dit niet helemaal, maar het zien is het object van het geloven : men gelooft niet enkel wat men ziet, maar geloven draagt op wat men ziet. Aan hen die niet in hem geloofden, verweet Jezus niet alleen niet in te stemmen met zijn woord, maar van niet te geloven terwijl zij toch gezien hadden wat hij deed, de tekenen die hij gaf van zijn zending. Zonder zelfs de “tekenen” te vermelden, is het het geheel van de historische gedragingen van Jezus dat wordt voorondersteld aan de basis van het geloof in hem. Dit zeggen vereenvoudigt de kwestie van het geloof niet, maar het is onmisbaar het te zeggen, op straffe elke band te breken tussen het geloven en het kennen, het geloof en de rede, en vooral het geloof te verwijderen uit de geschiedenis.

Maakt de band met de geschiedenis heel het verschil uit tussen het geloof in Christus en het geloof in God ? Neen, althans niet op een absolute wijze, vermits God zich verbonden heeft met de geschiedenis van zijn volk, zo sterk dat de bevrijding van de uittocht uit Egypte ingeschreven staat aan het fundament van de openbaring van de Sinaï. Door zijn verwijzing naar de Schriften, maakte Jezus de band tussen zijn geschiedenis en deze van zijn volk, het geloof in God en het geloof in hem. Laten we trachten deze gelijkenis te begrijpen, vooraleer het verschil ervan te onderstrepen.

De God van Israël wordt Heer, Redder en Verlosser genoemd : het geloof in deze God is ook een “geloven dat…”, dat hij Redder is, wordt gemotiveerd door de gebeurtenis, gezien als historisch, van de uittocht uit Egypte ; en het geloof in God Heer van de hemel en van de aarde, vloeit voort, zo leggen de exegeten uit, uit de ervaring van het heil beleefd door dit volk : het is de vrucht van een zeker begrijpen van de heilsgeschiedenis. Ander bewijs dat het geloven niet op een absolute wijze de daad van te begrijpen, van te kennen en van te weten verwerpt. Het geloof dat Jezus opeiste voor zich gaat zo ook samen met een oproep tot heil, met het vertrouwen door hem gered te worden. Geloven dat hij de Christus is, is geloven dat hij door God gezonden is voor het heil van zijn volk. Jezus maakt zich het geloof eigen dat het volk richtte tot God, niet, zoveel is duidelijk, om het te ontnemen aan God, maar om te betekenen dat het heil van God loopt door hem heen, Jezus. Het geloof toegekend aan Jezus overtreft dus veel de bevestiging dat hij profeet zou zijn, vermits deze hem dicht associeert met God, de meester van het heil.

Een illustratie van de banden tussen geloof en heil, geloof in God en geloof in Jezus wordt geleverd door het verhaal van het doopsel van de cipier van de gevangenis waarin Paulus en Silas opgesloten waren geweest (in Handelingen van de Apostelen 16), nadat de poorten geopend zijn geworden door een aardbeving, zonder dat de gevangenen eruit wegvluchtten. De cipier vraagt hen “wat hij moest doen om gered te worden”, en zij antwoordden hem : “Geloof in de Heer Jezus”, zij doopten hem, en bood hen een maaltijd aan “terwijl jij zich verheugde in God te hebben geloofd”. Het werkwoord geloven betekent dus een roep tot heil gericht tot een transcendent wezen die naar eigen zin beschikt over het lot van de mensen ; gericht tot Christus, schik deze roep zich meteen tot de sfeer van het goddelijke.

Dit gezegd zijnde, moet men zich haasten terug te komen op het radicale verschil tussen de twee geloven : geloven in God veronderstelt niet dat hij gezien is geweest, hij wijst dit zelfs af, vermits hij in de hemel verblijft, beveiligd tegen de menselijke blikken ; misschien zelfs gelooft men in hem des te gemakkelijker als hij zich niet toont, door zo zijn absolute transcendentie veilig te stellen ; maar Jezus leeft op aarde : hij kan alleen maar geloofd worden omdat hij zich laat zien. Het geloof in hem is onderworpen aan verificatie.


Homepagina | Contact | Overzicht van de site | | Statistieken van de site | Bezoekers : 12 / 757613

De activiteit van de site opvolgen nl  De activiteit van de site opvolgen België  De activiteit van de site opvolgen Hedendaags geloof   ?    |    titre sites syndiques OPML   ?

Site gebouwd met SPIP 3.0.26 + AHUNTSIC

Creative Commons License