missionarissen van afrika
missionnaires d’afrique

L A V I G E R I E . be
Hartslagen van de CCBF

Geloven in Christus

Joseph Moingt, s.j.
donderdag 8 november 2018 door D.F. (Vertaling), Webmaster

 Heeft Jezus zich laten zien als Christus ?

Stellen we eerst enkele voorafgaande bemerkingen. Jezus is alleen maar onderwerp van de geschiedenis als mens ; het feit dat hij God zou zijn kan het voorwerp niet zijn van een waarneming noch van een historische bevestiging. (Ik laat hier de vraag terzijde of het al dan niet past te beslissen, in theologische striktheid, de goddelijkheid toe te kennen aan Jezus binnen de grenzen van zijn historisch menselijk bestaan.) – Hij heeft zich Zoon van God kunnen noemen of laten noemen in de betekenis van messiaanse gezondene, zonder dat dit begrepen zou worden als een opeisen van een transcendente oorsprong. Maar de historische exegese weerhoudt niet als overleveringen die teruggaan tot de tijd van Jezus deze die het duidelijk teken dragen van het Pasengeloof. –

Heeft hij mirakels volbracht om krediet te geven aan zijn goddelijke zending, op een onafhankelijke wijze van de genezingen die hij deed terwijl hij het geloof van de zieken opwekte ? De historische kritiek zal zeer weerhoudend zijn op dit punt en het is mogelijk dat de kritische theologie dit eveneens zou zijn. Maar het lijkt meer en meer aangenomen dat de mirakelverhalen deel uitmaken van een letterkundig genre dat overvloedig betuigd wordt in de joodse en heidense letterkunde een eeuw of twee voor Jezus, en beweren dus niet feiten weer te geven die behoorlijk waargenomen werden. Men noteert eveneens dat deze evangelieverhalen als bijzonderheid hebben de aandacht af te wenden van de wonderdaad op zich om deze te vestigen op de persoon van Jezus. En, in elk geval, de aangevoerde wonderdaden zijn er niet in geslaagd hem te doen erkennen als Messias.

Eens deze voorafgaande bemerkingen gesteld of aanvaard onder voorbehoud van een meer doorgedreven onderzoek door deskundigen, is men herleid, op het punt van de historische waarneming, toe te geven dat Jezus helemaal niets meer was dan een eenvoudige profeet ? Zelfs dit punt is minder gemakkelijk op te lossen dan men zou kunnen denken. Want, Jezus is niet als profeet erkend geworden, in zijn tijd, door de religieuze gezagsdragers noch door de meerderheid van zijn volk, en hij is dit evenmin geweest in het verder verloop van de geschiedenis van dat volk. Daar waar hij Profeet genoemd wordt in de geschriften van het Nieuwe Testament, gaat het om een geloofsverklaring die hem het messiaanse gezag toekent om de tijd af te sluiten van het Profetie en van de Wet. In die zin en blijvend binnen het Bijbelse kader, lijkt de benaming “eenvoudige profeet” geen historische geldigheid te hebben. – Of dan zal men hem enkel een profetische figuur willen toekennen, met vergelijking met andere personages van de Bijbelse geschiedenis, of nog in de weberijnse betekenis van drager van charisma bezield door een persoonlijke roeping, een betekenis die zich onverschillend toepast op Mozes, Boeddha, Zarathustra, Jezus of Mahomet, en die dus vaag is.

De moeilijkheid van het historisch onderzoek is Jezus te klasseren in de ene of de andere categorie van religieuze personages gekend in zijn tijd en in zijn land. Men weet hoeveel pogingen er gedaan werden, zij komen er toe wel dit of dat punt te preciseren, maar zonder te komen tot een voldoende en definitief resultaat van het geheel. Anders gezegd, men kan niet komen tot een oordeel dat zou uitmaken dat Jezus “alleen maar” dit of dat was. Uit de mislukking van zo talrijke pogingen, nochtans gevoerd met zo’n breedte en zo’n striktheid, besloot Ernst Käseman, een goede eeuw geleden, dat Jezus een historisch “enigma” blijft, en hij voegde eraan toe (ik citeer volgens geheugen) : dit enigma, het is hijzelf die het ons stelt, en het is daaraan dat het geloof een antwoord biedt. Een recente geschiedkundige, John Peter Meier, heeft onlangs een aantal historische onderzoeken geschreven met als titel: A Marginal Jew, titel in het Frans “politiek correct” vertaald door Un certain Juif (Een zekere Jood). Ik denk toegelaten te spreken van de “marginaliteit” van Jezus zonder hem iets van zijn joodsheid af te nemen noch van zijn judaïsme. Onder andere stromingen en andere marginale personages van zijn tijd, heeft hij die bijzonderheid gehad veroordeeld te zijn geweest voor godslastering en verworpen te worden door zijn godsdienst, terwijl hij deze alleen maar wou terugbrengen tot haat geestelijke zuiverheid op de wijze van de profeten, zonder revolutionair programma dat zelfs niet hervormend was op het vlak van de instellingen. Ook zijn leer is dus eveneens een enigma gebleven voor de theologen van zijn tijd.

Het enigma wordt nog dikker, als men het oordeel van Meier aanvaardt, dat stevig gestaafd is, dat Jezus zich bewust was gezonden te zijn om de komst van het Rijk van God voor te bereiden onder de vorm van de vereniging van de twaalf stammen van Israël. Hoe weinig conform het ook zij met de talrijke verklaringen van de Heilige Zetel in de loop van de 19e eeuw over het messiaanse bewustzijn van Jezus, heeft dit oordeel het belang te situeren, op het vlak van de geschiedenis, het gevoelen van Jezus in een bijzondere band met God te zijn, zijn openbaring te voleindigen, van hem de zending te hebben ontvangen zijn beloften te volbrengen, die hij interpreteerde volgens zijn verstaan van de Schriften en in overeenstemming met de verwachting van velen van zijn tijdgenoten onder de meest godsdienstige. Het is mogelijk dat het geschiedkundig onderzoek niet verder zou kunnen gaan. Het maakt van et enigma van Jezus een echt mysterie, als men denkt dat God zijn verwachting niet waarlijk gerealiseerd heeft. De verrijzenis van Jezus werpt een licht op dit mysterie, zij alleen fundeert het geloof in Christus, maar zonder hem af te snijden van zijn geschiedenis.

De eersten die in hem geloofd hebben, hebben dit gedaan op het getuigenis van de apostelen die bevestigden hem gezien te hebben nadat hij in de kist was gelegd. Zijzelf hebben geloofd in zijn verrijzenis, want zij hebben daarin het oordeel en de tussenkomst van God gezien ten bate van de Gekruisigde, een tussenkomst die zij geïnterpreteerd hebben in het licht van de Schriften en van de vroegere woorden, feiten en gebaren van Jezus, in wie zij reeds geloofden als gelast met zending door God, en zij hebben verkondigd dat “God hem Christus en Heer had gemaakt”’, volgens de uitdrukkingen van Petrus in zijn eerste rede aan de Joden. De mensen van vandaag hebben geen andere weg om te geloven in Christus dan deze getuigenis van de apostelen waardoor het geloof in Christus zich in de wereld verspreid heeft.


Homepagina | Contact | Overzicht van de site | | Statistieken van de site | Bezoekers : 26 / 764363

De activiteit van de site opvolgen nl  De activiteit van de site opvolgen België  De activiteit van de site opvolgen Hedendaags geloof   ?    |    titre sites syndiques OPML   ?

Site gebouwd met SPIP 3.0.26 + AHUNTSIC

Creative Commons License