missionarissen van afrika
missionnaires d’afrique

L A V I G E R I E . be
Hartslagen van de CCBF

Geloven in Christus

Joseph Moingt, s.j.
donderdag 8 november 2018 door D.F. (Vertaling), Webmaster

 Gelooft men op een verschillende wijze in God en in Christus ?

Alhoewel het geloof in God het geloof in Christus voorafgaat, heeft het aan dit laatste niet ontbroken het eerste diep te veranderen. Inderdaad, de daad van God Jezus te doen verrijzen is meteen begrepen geweest als de daad aan hem zijn eigen eeuwig leven mee te delen, en Jezus werd meteen geloofd als Zoon van God, zoals de profeten de komst van de Messias aankondigden : “Gij zijt mijn Zoon, ik, vandaag, ik heb u voortgebracht”. God werd, daardoor meteen en voortaan geloofd als Vader, zoals Jezus hem noemde. Zonder te beweren dat de apostelen het dogma van Nicea reeds hadden bedacht, is het zeker dat het trinitaire concept (drievuldigheidsidee) zich in de kiem bevond in deze relatie van intimiteit en van herkend leven tussen God en Jezus. Een tweede belangrijke verandering van het concept van God werd gedaan, in dezelfde tijd, in verlenging met de eerste : de Vader van Jezus is erkend geworden als Adoptievader van een menigte van mensen door de gave van de Heilige Geest die hun het goddelijk leven van de Verrezene meedeelde en van hen deelgenoten maakte aan zijn goddelijk zoonschap en hen voorbestemde om met hem te verrijzen. De relatie van de mensen met God werd zo diep veranderd door het geloof in Christus, en het is zo dat de christelijke godsdienst zich heeft verspreid tot in onze dagen.

Wat is hiervan vandaag ? Het geloof in Christus Zoon van God is zwakker gemaakt van verschillende kanten : onze geschiedkundige mentaliteiten kunnen de verrijzenis van Jezus niet meer erkennen als een historische gebeurtenis, het concept van menswording (incarnatie) wordt aan dezelfde kritiek onderworpen, de hedendaagse geschiedkundige onderzoeken over Jezus hebben de sterke strekking hem op te sluiten binnen het kader van het judaïsme van zijn tijd, de nieuwe oecumenische relaties met de joden en de moslims zouden zich hiermee gemakkelijker overeenstemmen, en dezelfde oecumenische geest (in de brede en oneigen betekenis) nodigt uit de godsdienstige verschillen weg te vagen bij de opvatting van God om terug te keren naar het zuivere monotheïsme van het geloof dat Abrahams genoemd wordt. Zo zou het gunstig kunnen schijnen voor de christenen toe te geven dat Jezus alleen maar profeet was.

Zonder terug te komen tot wat ik in dit verband gezegd heb noch te discussiëren over deze nieuwe motivaties en oriëntaties, moet men wel zeggen dat het christendom heel verschillend zou zijn van zijn oorsprong en van zijn traditie als het nu herleid wordt nu in Jezus alleen maar een religieuze meester te zien. Niet alleen zouden dan de fundamentele dogma’s aan flarden worden gescheurd, maar de relatie van de mens met God zou hierdoor radicaal veranderd worden, althans in principe.

Ik heb deze toegeving gedaan, “althans in principe”, omdat het niet zeker is dat de verandering van het geloof in God door het geloof in Christus zo diep is als zij zou geweest zijn sinds de tijd van de apostelen, zou gezien worden, tot op onze dagen, in haar radicaliteit, door het feit dat het geloof in God van Jezus breed bepaald werd door de geloofsovertuiging in God verspreid in de mensheid sinds de diepte van de tijden. Zonder beroep te doen op de religieuze archeologie noch op de eigenheid van de Bijbelse geloofsovertuigingen, laten we aandacht schenken aan de eigenheid van de openbaring van God gemaakt, niet eenvoudig door een mens, maar in hem, in zijn persoon, in zijn historisch bestaan en de gebeurtenissen van zijn leven, vooral in de dood en de verrijzenis van Jezus. Deze eigenheid wordt sterk uitgesproken door twee verzen van het evangelie van Johannes, het ene in het begin: “Niemand heeft ooit God gezien”, het ander in de rede na het Laatste Avondmaal : “Wie mij gezien heeft, heeft de Vader gezien”, woorden die Jezus herhaalt in gelijkwaardige termen in hetzelfde evangelie, bijvoorbeeld aan zijn joodse tegenstanders : “God, gij kent hem niet”, of nog zijn leerlingen : “Ik en mijn Vader, wij zijn één”. Ver van zich te tonen als eenvoudige woordvoerder van God, laat Jezus weten dat er geen andere authentieke openbaring is dan deze die gedaan wordtin hem in de tijd van zijn manifestatie aan de wereld, want God openbaart zich als persoon in hem en dat Jezus in persoon, als Zoon, het woord, de zichtbare, de openbarende is van God.

In deze openbaring ontsluiert zich, niet de eenvoudige relatie van afhankelijkheid van de mensen tegenover God, maar de liefdesrelatie van God tegenover hen : hij denkt aan hen sinds alle eeuwigheid, hij is op zoek naar hen sinds het begin der tijden, hij is gekomen in Jezus om zich aan hen te binden en geschiedenis te maken samen met hen, hij heeft hun zijn Zoon overgeleverd als onderpand van zijn gans belangeloze liefde, hij wil in hen verblijven in afwachting dat de Geest hen zou leiden tot bij hem. De dood van Jezus op het kruis – “want het was God die in Christus de wereld verzoende met hemzelf”, zegt Paulus –toont dat God niet in de geschiedenis komt om het meesterschap ervan weg te grijpen van de mens met stunten van zijn macht, maar dat hij aanvaardt onze beledigingen en smaad te ondergaan als bewijs van zijn respect voor onze vrijheid en voor onze waardigheid.

Deze openbaring die helemaal overhoop komt gooien wat de mens dacht van zijn band met God, kon niet waargenomen worden in haar radicaliteit, zolang de oude gedachte van de Almachtige Vader overwegend bleef. – Het gaat anders in onze dagen, nu de westerse mens zich schijnbaar bevrijd heeft van alle vrees en van elke onderworpenheid tegenover God. Dit verschijnsel vecht fundamenteel het geloof in God aan bij degenen die het bewaard hebben. De christen vindt hiervan de uitleg in het kruis van Jezus, en alleen maar daar : het is God zelf, en hij alleen, die aan de mens de vrijheid heeft gegeven in hem al dan niet te geloven, en de macht zijn straffen niet te vrezen, door toe te laten op het kruis van zijn zoon gehoond te worden door zich daar ongewapend en onmachtig te tonen. De christen die zich aan deze overweging wijdt vindt daar een nieuwe reden en een nieuwe manier van in God te geloven. Degene die er niet over nadenkt, loopt het gevaar te bezwijken voor het schandaal van het kruis en zo gewonnen te worden door het ongeloof van de omgeving.

Overeenkomstig met het teken van de bronzen slang opgericht in de woestijn, kan het geneesmiddel alleen maar komen vanuit de plaats waaruit het kwaad is gekomen. De westerse mens, die van het christendom geleerd heeft in God te geloven en die voelt dat zijn geloof in God bedreigd wordt, zal het niet redden door zijn geloof in Christus op te offeren, maar alleen door van Christus te leren anders in God te geloven dan hij het vroeger deed.


Homepagina | Contact | Overzicht van de site | | Statistieken van de site | Bezoekers : 12 / 757613

De activiteit van de site opvolgen nl  De activiteit van de site opvolgen België  De activiteit van de site opvolgen Hedendaags geloof   ?    |    titre sites syndiques OPML   ?

Site gebouwd met SPIP 3.0.26 + AHUNTSIC

Creative Commons License