missionarissen van afrika
missionnaires d’afrique

L A V I G E R I E . be
Roma

Met Christus, altijd trouw aan Afrika

Brief Nr 9 van onze Algemene Oversten W.Z en W.P.
donderdag 24 januari 2019 door D.F. (Vertaling), Webmaster
“Ik heb het lot van mijn volk gezien.” ... “Wie zal ik zenden ?”


Een bezoek aan Oeganda

Rome, 20 januari 2019

Wij, algemene Oversten van de Zusters Missionarissen van Onze Lieve Vrouw van Afrika en van de Missionarissen van Afrika, waren in Oeganda voor een gemeenschappelijk bezoek, van 24 november tot 3 december 2018. We hadden beslist dit bezoek te brengen volgens het verlangen uitgedrukt door onze twee algemene Raden. Zij hadden gewenst dat de herdenking van ons jubileum van 150 jaren sinds de stichting niet enkel zou beëindigd worden met een groot feest. Onze beide instituten zouden eerder samen een actie ondernemen. De keuze van Oeganda is bepaald geweest door verschillende motieven. De Kerk van Oeganda heeft de religieuze congregaties opgeroepen hun bijdrage te leveren aan de pastorale en spirituele zorgen van de talrijke vluchtelingen van Zuid Soedan die het land ontvangen heeft. Deze oproep werd eveneens hernomen door paus Franciscus. Na deze engagerende oproep gehoord te hebben, hebben we voorzien zelf te gaan zien en voelen. Daar er beslist is geweest het jubileumjaar af te sluiten in Namugongo, in Oeganda, in december 2018, wilden we ook enkele uitdagingen aansnijden waarmee de Kerk in Oeganda werd geconfronteerd.

Vergezeld door P. Aloysius Ssekamatte, Provinciaal van Oost Afrika, Zr. Florence Mwamba, één van de zusters leidsters van de Entiteit van Oost en Centraal Afrika , en Pater Otto Katto van het Lourdel huis in Kampala, die als chauffeur gekomen was, hebben wij met ons vijven gereisd van Kampala naar Arua, op 26 november 2018. Gedurende ons verblijf in Arua, zijn we naar Yumbe gegaan om er Bidi Bidi te bezoeken, één van de grote vluchtelingenkampen. We zijn vervolgens naar Gulu gegaan en zijn voorbijgekomen langs Lira en Soroti om er de gemeenschap van de Missionarissen van Katakwi te bezoeken. Van daaruit, hebben we verder gezet in de richting van Moroto en we hebben Tapac bereikt. Op de terugweg, hebben we stilgehouden in Jinja voor en nacht in het vormingshuis van de Missionarissen van Afrika en we zijn in Kampala aangekomen op 1 december.

Wij waren er ons van bewust een pelgrimstocht te maken in een plaats waar onze voorgangers hun missionariswerk begonnen waren. Het was een pelgrimstocht op de grond van de martelaren van Oeganda. Uiteindelijk, was het een pelgrimstocht in het hart van onze missionarisroeping, zoals gewild door kardinaal Lavigerie en Moeder Marir-Salomé. Dat heeft ons ertoe gebracht op een hernieuwde wijze te erkennen wie wij geacht worden te zijn en wat men van ons verwacht als missionarissen in dit deel van Afrika.

Vooraleer de vluchtelingenkampen te bezoeken, zijn we geleid geweest naar de zetel van degenen die werken voor Caritas ; zij hebben ons ontvangen en geïnformeerd over hun activiteiten. Wij hebben twee diocesane priesters ontmoet die verantwoordelijk zijn voor de parochie die als zetel dient. Er waren ook vertegenwoordigers van Carholic Relief Service (CRS). Wij hebben vele organisaties gezien die zoveel doen voor de vluchtelingen, door hen aan te leren voedsel voort te brengen, dieren te kweken, water naar het kamp te voeren. De kinderen worden opgevangen en beschikken over beschutte ruimtes om te spelen. De school duurt voort onder grote tenten. Maar, althans in het kamp dat wij bezocht hebben, was er geen enkele vertegenwoordiger die samenleeft met de vluchtelingen, hun dagelijkse deelt. Dat is het precies wat de bisschop van Arua heeft onderstreept toen we hem hebben ontmoet. Er zijn niet voldoende priesters en religieuzen die zich bezig houden met de pastoraal. Wij hebben aangevoeld dat een aanwezigheid midden dit volk door het leven ervan te delen op de manier waarop onze twee instituten onze roeping verstaan zinvol zou zijn en een groot verschil maken.

Wij waren allen van oordeel dat ons verblijf in het kamp te kort was. Wij hadden graag nog andere kampen willen bezoeken. Alles samengenomen, zijn er meer dan één miljoen vluchtelingen, en er komen er nog altijd bij uit Zuid Soedan. Wij moeten zien hoe onze kennis van de situatie te verdiepen. Wij kunnen niet verder doen alsof er niets was, alsof we er nooit naartoe gegaan waren.

Op het moment van ons bezoek aan de bisschoppen van Arua, van Gulu en een ander algemene vicaris van het diocees Moroto, zijn we ingelicht geworden van het zeer kleine aantal lokale priesters en mannelijke en vrouwelijke religieuzen en van het tekort aan roepingen. In Gulu is er maar één enkele diakenwijding geweest vorig jaar, en deze gewijde was dan nog een buitenlander. In Moroto, sinds 2005, is er geen enkele wijding geweest. Wij hebben horen spreken van het trauma dat jaren van geweld en onveiligheid hebben nagelaten bij de bewoners van deze streken, die veel minder ontwikkeld zijn dan de rest van het land. Wij weten dat in de diocesen van het zuiden van het land, waar het leven meer comfortabel is, er vele priesters en religieuzen zijn. En wij hebben de Heer horen zeggen : “Ik heb het lot van mijn volk gezien. Wie zal ik zenden ?” Als onze Stichter vandaag zou leven, dan zou dat een plaats zijn waarnaar hij ons zou zenden. Zullen we dezelfde moed hebben als onze voorvaderen ? Wij hebben de schoonheid en de uitdaging opnieuw ontdekt van een missionarisroeping te hebben.

Wij hebben de moed en de toewijding bewonderd van de Missionarissen van Afrika in Tapac midden de Karomojong. Zij leven in een streek van eerste evangelisatie, waar er slechts sinds achttien jaar missionarissen aanwezig zijn. De christelijke gemeenschap is aan haar begin. De stad is veraf. Het huis staat in de bergen en is omringd door velden. De vrouwen lijden onder de vroege huwelijken en ondergaan genitale verminkingen. Velen onder hen gaan niet naar school. Het was voor onze geest evident dat, om de meisjes en de vrouwen goed te dienen, Tapac religieuzen nodig had. Deze oproep is in ons hart doorgedrongen. Wij hebben deze boodschap gehoord als uit de mond van kardinaal Lavigerie, 150 jaar gelden : “Gaat en wees vrouwenapostels voor de vrouwen. Uw aanwezigheid is essentieel om de Blijde Boodschap te verspreiden. Ja, wie zal ik zenden ?”

Deze pelgrimstocht heeft ons geconfronteerd met de radicale aard van onze missionarisroeping. Terwijl we de 150 jaren van ons bestaan herdenken, laten we de genade vragen van een diepe trouw aan onze roeping. Moge ons jubileumjaar ons doen overgaan van de feestelijkheden naar een tijd van spirituele en apostolische vernieuwing, opdat wij, trouw aan ons charisma, de oproep van God beantwoorden om naar buiten te gaan naar de mensen die aan buitenrand wonen. Wij bidden dat, terwijl wij naar de heiligdommen en de plaatsen gaan waar onze broeders en zusters het geloof gebracht hebben en de Blijde Boodschap verkondigd hebben, onze pelgrimstocht ons er ook toe brengt ons zelf te engageren te dienen in plaatsen waar we de lijdende Christus kunnen ontmoeten die ons vandaag roept.

Met Christus, laten we altijd trouw zijn aan Afrika !

  Uw zuster en uw broer in Christus en in kardinaal Lavigerie.
  Zr. Carmen Sammut, MZOLA
Algemene Overste
  P. Stanley Lubungo, M. Afr.
Algemene Overste

Homepagina | Contact | Overzicht van de site | | Statistieken van de site | Bezoekers : 38 / 841890

De activiteit van de site opvolgen nl  De activiteit van de site opvolgen Afrika  De activiteit van de site opvolgen De Zending gaat door...   ?    |    titre sites syndiques OPML   ?

Site gebouwd met SPIP 3.0.28 + AHUNTSIC

Creative Commons License