missionarissen van afrika
missionnaires d’afrique

L A V I G E R I E . be
Nieuwsberichten

Thembalabasha - Januari 2009

Philippe Docq
dinsdag 3 februari 2009 door D.F. (Vertaling), Ph. Docq, Webmaster

Het ontvangstcentrum van Thembalabasha

Jozef is 17 jaar. Hij is afkomstig uit Mozambique, zijn erg donkere huidskleur heeft hem altijd verraden en is de oorzaak dat hij voordurend door de anderen geplaagd en bespot wordt. Vier jaar geleden is hij in Thembalabasha aangekomen en is er om 10 uur ’s avonds over de muur geklommen, want hij had vreselijke slagen gekregen van zijn vader omdat hij 1 rand had gestolen in het winkeltje van zijn moeder. Toen zijn vader twee jaar later stierf, is hij naar zijn moeder teruggekeerd. Maar toen deze op haar beurt zwaar ziek viel, besloot ze terug te keren naar het land van haar voorvaderen. Jozef, die achtergelaten werd, samen met zijn broertje en zijn zusters, in een kamp van daklozen dicht bij ons centrum, besloot uiteindelijk bij ons terug te keren. Op Kerstdag drong hij erop aan zijn moeder te gaan bezoeken in Maputo (Mozambique). Hij dacht wellicht dat de levensdagen van zijn moeder geteld waren. Bij zijn terugkeer, is hij maar een paar dagen naar zijn nieuwe school voor timmerwerk geweest, toen hij teruggeroepen werd naar Mozambique voor de begrafenis van zijn moeder. Wanneer hij zal terugkomen, zal hij waarschijnlijk zijn jongere broertje Ernest meebrengen, die heel wat slechte gewoontes heeft aangenomen sinds hij aan zichzelf werd overgelaten.

Lindo, weeskind van moeder en van een “onbekende” vader, is de kleinzoon van een bekende bandiet die hem niet zo best heeft “opgevoed”, tot hij besliste voor de vrijheid te kiezen, een viertal jaren geleden, in de straten van Lenasia waar hij verblijft. Hij leeft nu sinds twee jaar in Thembalabasha. Op zijn vijftiende jaar is hij zopas begonnen aan het zesde leerjaar van het lager onderwijs in een school in de Indische buitenwijk (de sporen van de apartheid zijn nog zeer merkbaar in Zuid-Afrika). Erg choleriek van temperament, heeft Liso al de reflexen van de “tsotsi” (bandiet van de townships). Maar, achter die harde en mannelijke trekken, heeft hij een enorme nood aan aandacht en tederheid.
Patrick is vijf jaar geleden aangekomen in Johannesburg samen met zijn vader, zijn schoonmoeder en zijn halfzuster. Na een lange reis vanuit Kinshasa over Lubumbashi, had het gezin geen andere keuze dan te slapen in de schaduw van een kerk in het stadscentrum. Maar de volgende morgen stond Patrick daar alleen en sindsdien heeft hij zijn vader nooit meer weergezien. Hij werd dan door een man uit Malawi opgevangen die hem bij zijn Zuid-Afrikaanse vrouw bracht, niet ver weg van ons, maar Patrick werd nooit aanvaard door zijn nieuwe broers. Hij is nu sinds twee jaar in Thembalabasha, is 16 jaar en is zopas begonnen aan het zevende jaar van de lagere graad. Hij spreekt min of meer vlot de Sotho taal (één van de 12 officiële talen) en trekt goed zijn plan in ’t Engels. Er zal vlug moeten gezorgd worden dat hij een officieel statuut verkrijgt, want anders bestaat het gevaar dat hij zich als 18jarige door de politie laat oppakken en hij verplicht wordt terug te keren naar Kongo, waar hij zich helemaal niet thuis zou voelen.

Thabang is 13 jaar. Hij is de vierde van een gezin van negen kinderen. Zijn moeder, die dikwijls zwanger was en altijd met kleine kinderen om haar heen, wordt ook thuis binnen gehouden door een jaloerse echtgenoot. Deze leeft maar van kleine klusjes die altijd vlug afgelopen zijn. Alle dagen is het twisten tussen de ouders. Niet te verwonderen dat vanaf zijn achtste of negende jaar, Thabang de straat verkoos, de “vriendjes” en de narcotica… Het is een levendige en verstandige jongen, maar gemakkelijk te beïnvloeden en zwak. Dit jaar zal hij zijn zevende jaar lagere school beëindigen met een enorm potentieel om te slagen in het middelbaar onderwijs, en, waarom niet, zelfs aan de universiteit… Maar hoe dat verleden wegwissen, als die noodlottige gevolgen van het leven op straat? Hoe hem motiveren om het beste van zichzelf te doen geven? Moest ik ooit een kind kunnen adopteren, al was het er maar één, dan zou mijn keuze ongetwijfeld op Thabang vallen.

Percy lijdt onder een voortdurend tekort aan affectie en aandacht. De minste vergetelheid tegenover hem wordt meteen geïnterpreteerd als: “er is niemand die van mij houdt”. Hierbij dient gezegd dat hij zijn vader niet kent en zijn moeder heeft zich nooit echt met hem beziggehouden. Hij is opgegroeid bij een grootmoeder, die als enig inkomen had wat ze ging bedelen in de stad. Percy verklaarde telkens weer dat hij, als hij zijn vader op het spoor kon komen, van hem alles zou krijgen wat hij wou. We hebben hem dan ook geholpen om zijn vader terug te vinden. Maar toen hij tot de ontdekking kwam dat zijn vader teilen en kommen maakte met golfplaten, viel bij hem alle belangstelling weg. Nu hij 16 jaar is, beëindigt hij de lagere school en hij werd geweigerd voor het middelbaar onderwijs omwille van zijn leeftijd. Hij is begonnen aan een technische vorming om de bekleding van zetels te maken.
Sdumo ken ik van bij het begin van het project. Hij was toen 12 of 13 jaar. Opgevoed door een moeder en een grootmoeder die drankzuchtig waren, wist hij vlug van de gelegenheid gebruik te maken om regelmatig te spijbelen, vooral omdat hij niet speciaal begaafd was voor de studies. Zijn oudste broer heeft ons wel enige hoop gegeven… maar deze is zpijtig genoeg verzwonden toen hij deelnam aan één van de inbraken in ons dagcentrum. De laatste schoolpref van Sdumo was een complete mislukking in alle studietakken. Hij verliet het centrum na een conflict in verband met het bezit van een draagbare telefoon.
Thato is zeer geslepen, “streetwise” zeggen ze hier, die de kunst kent om zijn gedrag een zekere tijd aan te passen om te verkrijgen wat hij wil. In dezelfde school als Sdumo waren zijn resultaten niet veel beter. Nochtans beschikt hij over betere verstandelijke gaven. Maar, verstoten door zijn moeder, die een beetje overal talrijke kinderen heeft, heeft hij geleerd de anderen te charmeren om, voor een gematigde prijs, de liefde te trachten verkrijgen die iedereen het recht heeft te verhopen. Hij heeft het centrum samen met Sdumo verlaten, om dezelfde reden.

Sipho, 18 jaar, ken ik ook al sinds een hele tijd. Zijn moeder liet hem achter toen ze naar haar zoveelste man trok in Pretoria, op een honderdtal kilometers van het locale township. Gedurende twee jaren is hij erin geslaagd zijn studies verder te zetten tot het behalen van zijn “grade 10”, en dat ondanks het feit dat hij alleen leefde in de familiale “shack” (een soort krot van golfplaten van ongeveer 12 vierkante meters), met onregelmatig een steuntje van zijn moeder die hem een klein bedrag toestuurde op zijn bankrekening. Maar toen Sdumo en Thato Tembalabasha hebben verlaten, zijn ze bij hem ingetrokken, wat meebracht dat hij niet slaagde in zijn “grade 11”. Vandaag zijn ze alle drie, Sipho, Sdumo en Thato teruggekomen naar het centrum voor een nieuwe start. Sipho is zeer begaafd in het tekenen en hij zal dan ook binnenkort een kunstvorming beginnen, die hem werkelijke kansen zou kunnen bieden in het leven. Wat Sdumo en Thato betreft, ze zijn begonnen aan een vorming voor timmerwerk in het vormingscentrum van de naburige parochie.

Fish – alias “Doctor” – is een jongen van 15 jaar. Hij is dit jaar in Thembalabasha aangekomen samen met Sipho. Toen ik hem leerde kennen, was hij amper 11 jaar. Hij leefde toen samen met zijn moeder en zijn kleinere zus in een “shack” van 9 vierkante meters. Toen zijn moeder stierf, hebben we het contact met hem verloren. Het was zijn grootvader die hem in bescherming nam. Onlangs heeft Fish aan Thembalabasha gevraagd hem te aanvaarden, want het leven met zijn grootvader, die alleen maar geïnteresseerd is in het geld van de toelage die de regering hem daarvoor geeft, is onmogelijk geworden. Hij zou Fish – 15 jaar – ervan beschuldigd hebben met zijn vrouw te “slapen”, ’t is te zeggen zijn grootmoeder! Voor het ogenblik zijn we in conflict met die grootvader die weigert ons Fish te geven – of eerder die toelage. Fish doet wat hij kan in “grade 10”. Hij beschikt over bepaalde mogelijkheden, maar de school waar hij totnogtoe heen ging heeft hem spijtig genoeg niet de nodige basis meegegeven om resultaten te halen in een “normale” school.
Katleho is de kleine laatste. Opgevangen in de straten van Lenasia, is hij amper 12 jaar. Toen we hem voorstelden om naar Thembalabasha te komen, heeft hij meteen aanvaard. Zijn moeder houdt schijnbaar veel van hem, maar weet niet goed hoe hem aanpakken. Zijn biologische vader sloeg hem, want het kind was “anders”. Toen hij tekenen vertoonde van een zwakke opvoeding, werd hij in een speciale school geplaatst, met als bijzonderste taal het Afrikaans, want dat was de enige beschikbare school in de omgeving. Meer was niet nodig om Katleho aan te zetten zijn kans te zoeken op straat. Vandaag zit hij in het vierde leerjaar van de lagere school in het Engels en is daar op proef. Hij kan nog niet lezen noch schrijven, maar we leveren grote inspanningen opdat hij zijn plan zou kunnen trekken. Het is een prachtig kind die de liefde druppelsgewijs krijgt en geniet van de minste tekens van tederheid. Hij is een beetje hyperactief, wat dan weer de grotere stoort.

Heel deze kleine wereld leeft permanent in ons ontvangstcentrum van Thembalabasha en ik ben er sterk voor bezorgd, met dikwijls onvoorziene voorvallen die mijn dagelijks leven, dat reeds zwaar belast is, diep beroeren en verstoren. Inderdaad, ik ben pastoor van de Indische parochie van Lenasia (juist ten zuiden van Soweto), een dynamische en veeleisende parochie (zie de Web Site van de parochie). Bovendien werd ik tot Deken benoemd van 16 parochies, wat mijn programma zeker niet lichter zal maken.

Het centrum voor dagopvang, dat in het begin van het jaar 2008 een crisis zonder voorgaande heeft gekend, werd gereorganiseerd door Smith Kibula, een Kongolese medewerker, en functioneert zeer goed vandaag en kan zo elke dag weer jongeren ontvangen van een zeer ongunstig milieu. Hij organiseert er schoolsteun, opvoeding in christelijke en menselijke waarden, creativiteit en sport. We zouden binnen afzienbare tijd een centrum voor technische vorming moeten oprichten bestemd voor jongeren die niet naar school gaan.

Tenslotte wens ik u allen een zeer gelukkig jaar 2009. Van harte dank aan al degenen die me hun steun en hun solidariteit betoond hebben.

Philippe
28/01/2009

Voor een overzicht van het project,
klik op de afbeelding.
   </center/