missionarissen van afrika
missionnaires d’afrique

L A V I G E R I E . be

Lignes de fracture N°29 Breuklijnen

Novembre - November 2009
mercredi 11 novembre 2009 par J.V.
Dossier

UN RETOURNEMENT DÉCISIF À L’EST DU CONGO ??? GRÂCE AUX ONG ???

Point de départ

13 octobre 2009. OXFAM écrit : "Depuis le début des opérations militaires contre les milices FDLR (ndlr Front Démocratique pour la Libération du Rwanda) en janvier 2009, plus de 1 000 civils ont été tués, 7 000 femmes et filles ont été violées et plus de 6 000 logements ont été détruits par le feu dans les provinces orientales du Nord Kivu et du Sud Kivu. Près de 900 000 personnes ont été forcées d’abandonner leurs maisons et vivent dans des conditions désespérées avec des familles d’accueil, dans des zones forestières ou dans des camps sordides pour personnes déplacées avec un accès limité à la nourriture et aux médicaments."

Nombre des meurtres ont été commis par les milices FDLR qui ont délibérément pris les civils pour cible en représailles pour la décision prise par leur gouvernement de déclencher des opérations militaires contre leur groupe. Les soldats du gouvernement congolais ont également pris des civils pour cible en commettant des meurtres ainsi que des viols, des pillages, du travail forcé et des arrestations arbitraires de façon systématique.

Crimes le plus souvent courageusement rapportés par les nombreuses associations locales au service de la défense des droits de l’homme, dont les renseignements remplissent des pages et des pages du Journal de la Quinzaine de notre confrère Luc de L’Arbre (PAC).

  • Voor iedere rebel die werd ontwapend tijdens deze militaire actie
    • werd één burger gedood
    • werden 7 vrouwen en meisjes verkracht
    • werden 6 huizen in de as gelegd
    • werden 900 personen gedwongen huis en inboedel achter te laten.

20 october 2009. Hilde Deman, Desk Officer pour les Grands Lacs au nom de Broederlijk Delen et Pax Christi Vlaanderen, lance une réflexion dans le journal De Standaard du 20 octobre 2009. Elle vient de rentrer du Sud-Kivu, où le programme "Opération Kimya II", appuyé par la Monuc, bat son plein. Le bilan est, d’après elle, catastrophique. Aussi bien du côté des rebelles que du côté de l’armée régulière, les combattants se livrent à des massacres, des viols, des destructions, faisant fuir la population pour la énième fois.

  • "Operatie Kimya II heeft de doos van Pandora geopend. De FDLR reageren als woedende wespen op de ondoordachte klopjacht die het leger op hen voert, met steun van de VN-missie Monuc. Daarenboven worden onvoldoende inspanningen geleverd om rebellen die willen ontwapenen en terugkeren naar Rwanda hiertoe echt een mogelijkheid te bieden. Zo wordt melding gemaakt van aanvallen door regeringssoldaten op rebellen die zich overgeven. Bovendien werd het zeer wankele evenwicht tussen de Congolese Tutsi’s en andere etnische groepen in de regio verstoord door het inzetten van voormalige pro-Tutsi rebellen van het CNDP (ndlr Congrès National pour la Défense du Peuple) van Laurent Nkunda. Deze werden na de arrestatie van Nkunda in januari op een drafje in het leger geïntegreerd, verkregen meteen hoge rangen en leiden nu de militaire operaties. Ze worden ingezet in de meest grondstofrijke gebieden, wat wrevel opwekt bij andere legereenheden. Er zijn al gevechten gemeld waarbij verschillende eenheden strijden om controle over mijnsites of lokale markten. De andere rebellengroepen vinden dat het CNDP bevoordeeld wordt en trekken zich terug uit het ontwapeningsproces."

"L’appui de la Monuc à cette opération désastreuse et à l’armée qui se rend massivement coupable de violations des droits de l’homme, interpelle. La communauté internationale semble se laisser bercer par le rapprochement diplomatique entre Kabila et Kagame et refuse de reconnaître la crise humanitaire. Comme toujours, c’est la population qui écope."

  • "Daar waar men een jaar geleden in deze regio begon te spreken over structurele ontwikkeling, zit men nu terug midden in een humanitaire crisis. Bovendien maakt het geografische karakter van deze regio – vele dorpen liggen volledig geïsoleerd in de bergen – het toeleveren van humanitaire hulp zeer moeilijk. Epidemieën breken uit en in vele streken dreigt hongersnood."

"Kimya II n’est manifestement pas la solution pour le problème FDLR. Une opération militaire ne pourra jamais apporter une solution durable à des conflits à caractère avant tout politique et économique. La population du Sud-Kivu supplie que l’on cesse immédiatement cette opération militaire, qui est vouée à l’échec et ne fait qu’entraîner une grande crise humanitaire. Cela doit également permettre à la Monuc de se réorienter vers sa tâche principale, notamment la protection de la population civile. On doit enfin s’atteler à une solution politique négociée et un retour pacifique du FDLR."

Réactions

Tous les journaux ont fait écho à cette accusation de "complicité" à l’adresse de la communauté internationale au drame vécu par la population congolaise. Le lendemain le Ministre des Affaires Etrangères belge, M. Yves Leterme, y répondit dans le même journal.

  • ’s Anderendaags stond het antwoord van Minister van Buitenlandse Zaken Leterme in De Standaard (21 oktober). "Ook het stopzetten van de militaire actie ondersteund door de VN vredestroepen (Kimia II) – zoals Hilde Deman dat voorstelt – zal nochtans dergelijke oplossing niet brengen." Het internationaal standpunt blijft onveranderd (de Hutu rebellen moeten uit het landschap verdwijnen, want dat is een absolute voorwaarde voor stabiliteit en dus ontwikkeling. "Militaire druk op de rebellen blijft nodig maar moet wel deel uitmaken van een ruimere meer omvattende aanpak met oog voor terugkeer en/of relocatiemogelijkheden voor deze rebellen en hun families."

28 octobre 2009 : Conférence de presse des 4 organisations "accusatrices" (OXFAM, Broederlijk Delen, Pax Christi Vlaanderen et War Child) :

Les raisons qui fondent notre critique : la MONUC ne joue pas assez son premier rôle qui est de défendre et protéger la population civile.

  • "Allereerst willen we eraan herinneren dat onze organisaties zich niet hebben uitgesproken tegen het opdrijven van militaire druk op het FDLR. We hebben er wel steeds voor geijverd dat de kost voor de burgerbevolking daarbij tot het minimum beperkt wordt. Daarom pleiten we er sinds het begin van de operaties voor dat de VN-macht Monuc een sterkere, beschermende rol speelt binnen de operaties. Volgens haar mandaat moet deze eerst en vooral de burgerbevolking beschermen. Maar Monuc heeft het moeilijk om deze kerntaak te vervullen, want ze besteedt een groot deel van haar beperkte middelen aan de ondersteuning van een offensief dat tot oorlogsmisdaden leidt. Dat geven VN-mensenrechtenexperts zelf toe. Daarom roepen we Monuc op om dringend van strategie te veranderen en zich weer te concentreren op haar kerntaak. We zijn dus voorstander van méér Monuc, en niet van minder Monuc zoals afgelopen week enkele malen verkeerdelijk werd gesuggereerd."

Action : pétition

Une pétition fut lancée le 13 octobre par les 4 organisations mentionnées ci-dessus.

En RDCongo, le prix payé par la population civile pour l’opération militaire est inacceptable.

SIGNEZ-LA !!!

U kunt de petitie ook vinden langs www.broederlijkdelen.be

Un premier résultat sur le terrain

Dans le journal (De Standaard) du 2 novembre 2009 : la MONUC suspend son appui aux unités congolaises suspectées d’avoir assassiné 60 civiles. Un porte-parole de la MONUC a fait savoir que des enquêtes étaient en cours concernant une éventuelle implication d’autres unités.

  • Het betreft eenheden van het Congolese leger ingezet tijdens het jongste offensief tegen Hutu-rebellen in Noord-Kivu tussen mei en september. Daarbij zouden in Lukweti, op zo’n 80 km ten noordwesten van Goma, 60 burgers gedood zijn, waaronder ook vrouwen en kinderen. Die eenheden zouden deel uitmaken van de 213de brigade. Die staat onder controle van de voormalige rebellengroepering CNDP die in januari in het regeringsleger werd opgenomen. (DS 3/11/2009)
    Hoop doet leven !
    L’espoir fait vivre !

Kanunnik Francois Houtart krijgt VN- Vredesprijs

De Belgische kanunnik prof. François Houtart krijgt samen met de Pakistaanse filantroop Abdul Sattar Edhi de VN- Vredesprijs voor Geweldloosheid.

De 84-jarige Houtart krijgt de prijs wegens zijn inzet voor de versterking van de samenwerking tussen Noord en Zuid en ’zijn levenslange inzet voor vrede, interculturele dialoog, mensenrechten en verdraagzaamheid’. De jury prijst hem in het bijzonder voor zijn bijdrage tot de interreligieuze en interculturele dialoog.

De prijs wordt uitgereikt op 16 november, de Internationale Dag van de geweldloosheid. Aan de tweejaarlijkse prijs is een bedrag van 100.000 dollar verbonden, dat onder beide winnaars verdeeld wordt.

De VN- prijs werd in 1995 in het leven geroepen naar aanleiding van de 125ste verjaardag van de geboorte van Mahatma Ganhi.

Antiglobalist

Kanunnik Houtart is godsdienstsocioloog en professor emeritus van UCL. Hij is vooral bekend als antiglobalist en medestichter van het Wereld Sociaal Forum. Houtart voerde socio-religieuze studies uit in verschillende steden en continenten zoals Brussel, Chicago, Latijns-Amerika, Malta, Sri Lanka, Indië, Vietnam en Nicaragua en geniet hierdoor internationaal veel aanzien.

Houtart is de kleinzoon van de voormalige Belgische eerste minister graaf Henri Carton de Wiart, die begin 20e eeuw een centrale figuur was in de katholieke partij. Als jongeman was Houtart tijdens de tweede wereldoorlog actief in het verzet. Hij studeerde daarna van 1944 tot 1949 filosofie en theologie aan het seminarie in Mechelen. Hij werd priester gewijd in 1949 en werd toen aalmoezenier bij de KAJ in Brussel, waar hij spoedig aansluiting vindt bij de inspiratie van Jozef Cardijn. Tijdens het Tweede Vaticaans Concilie (1962 - 1965) was hij raadgever van de Latijns- Amerikaanse bisschoppen.

RKnieuws.net

Delete Cyberhate.

Matinée d’étude sur le discours de haine sur internet

Le jeudi 29 octobre 2009 le Centre pour l’égalité des chances et la lutte contre le racisme organisa une matinée d’étude concernant la haine en ligne. On constate que celle-ci augmente. Et ce constat ne porte pas uniquement sur la Belgique : la même tendance est observée dans les pays voisins. C’est surtout la haine envers les personnes musulmanes qui s’exprime de manière croissante sur le net. Le Centre pour l’égalité des chances et la lutte contre le racisme enregistre de plus en plus de mails en chaîne racistes et xénophobes, mais les messages de haine se retrouvent également sur les sites de réseaux sociaux tels que Facebook ou Netlog. Les vidéos à caractère raciste se multiplient aussi sur Youtube.


Plus d’information sur le website du Centre : www.diversite.be

LA LIBERTÉ DE PRESSE EN RECUL EN EUROPE

L’Europe a longtemps été exemplaire en matière de respect de liberté de la presse, mais cette année, plusieurs pays européens reculent très nettement dans le classement mondial établi comme chaque année par Reporters sans frontières (RSF) et publié mercredi. "Il est inquiétant de constater que des démocraties européennes comme la France, l’Italie ou la Slovaquie continuent, année après année, de perdre des places dans le classement", a relevé le secrétaire général de l’organisation Jean-François Julliard. Ces trois pays se font ainsi distancer par de jeunes démocraties africaines (Mali, Afrique du Sud, Ghana) ou latino-américaines (Uruguay, Trinidad et Tobago).

Quinze des vingt premiers pays sont européens (contre dix-huit l’année dernière) et onze d’entre eux sont membres de l’Union européenne, dont le trio de tête : le Danemark, la Finlande et l’Irlande. La Belgique apparaît à la onzième place, en chute de quatre places. En comparaison, les Etats-Unis sont vingtièmes, en gain de vingt places.

RSF adresse une belle correction à Israël, en chute libre de 47 places, qui se retrouve du coup en seconde partie de classement, à la 93ème position (sur 175), en raison des restrictions imposées aux journalistes durant l’offensive sur Gaza. En dehors de son territoire, l’Etat hébreu chute même à la 150ème place. "Une vingtaine de journalistes ont été blessés dans la bande de Gaza par les forces armées israéliennes et trois ont péri alors qu’ils couvraient le conflit", souligne le rapport.

Juste devant, on trouve l’Afghanistan (149ème), qui remonte de sept échelons. Les autorités afghanes avaient tenté de museler la presse lors de l’élection présidentielle du 20 août dernier, lui intimant, pendant la durée du scrutin, de ne divulguer aucune information relative à d’éventuelles actions terroristes visant les bureaux de vote (afin de ne pas décourager la population de s’y rendre), sous peine d’expulser les contrevenants.

Aussi épinglée, la Russie (153ème) qui recule de douze points, "passant pour la première fois derrière le Bé/arus", précise RSF. "Trois ans après l’assassinat d’Anna Politkovskaïa, les meurtres de journalistes et de défenseurs des droits de l’homme [...], mais aussi les violentes agressions de représentants de la presse locale, sont les raisons essentielles de cette dégringolade."

L’organisation note aussi que dans la Tunisie de Zine el-Abidine Ben Ali (143ème), la Libye de Mouammar Kadhafi (160ème), le Bélarus d’Alexandre Loukachenko (154ème), la Syrie de Bachar el-Asad (159ème) ou la Guinée équatoriale de Teodoro Obiang Nguema (156ème), l’omniprésence du portrait du chef de l’Etat dans les rues et à la Une des journaux devrait suffire à convaincre les sceptiques sur l’absence de liberté de la presse.

En fin de classement, l’Iran (172ème) chute de six échelons suite à la sanglante répression durant le mouvement de contestation de l’élection présidentielle de juin. Pour tenter de restreindre l’information sur les manifestations, les autorités ont empêché les journalistes étrangers de travailler dans les rues, bloqué de nombreux comptes rendus publiés en ligne et arrêté plusieurs blogueurs et journalistes. La République islamique se retrouve donc en bordure du "trio infernal", soit le Turkménistan, la Corée du Nord et l’Erythrée, qui referment la marche depuis 2007 dans le même ordre, et depuis 2005 dans le désordre.

V.B. in De Standaard van 22/10/2009

Klimaatsverandering vergt een nieuwe globale ethiek

Caritas internationalis heeft een rapport gepubliceerd waarin wordt opgeroepen tot een nieuwe en globale benadering van de huidige klimaatswijzigingen. Het rapport, getiteld "Klimaat rechtvaardigheid : op zoek naar een globale ethiek", vraagt aandacht voor de ethische, morele en theologische dimensies van de milieuproblemen, want "de wetenschappelijke en economische aanpak ervan is belangrijk, maar niet voldoende".

"Het rapport ontwikkelt duidelijke morele argumenten, gebaseerd op de bijbel en op de sociale leer van de katholieke kerk. Wij moeten de enge persoonlijke en nationale belangen overstijgen en het algemeen welzijn voor ogen houden. Wij moeten daarom radicaal het roer omgooien om de uitdagingen van de toekomst het hoofd te bieden. De wetenschap en de economie zijn duidelijk over de beteugeling van de klimaatsverandering, maar om écht succes te boeken is een bescheidener levensstijl van ons allemaal vereist. De komende VN-klimaattop in de Deense hoofdstad Kopenhagen (7-18 december 2009) biedt de wereldleiders een unieke kans om de noodzakelijke maatregelen te nemen, die de negatieve gevolgen van de klimaatsverandering wegnemen", zegt kardinaal Oscar Maradiaga, voorzitter van Caritas Internationalis.

De Derde Wereld

Klimaatsverandering bemoeilijkt de humanitaire hulp en het ontwikkelingswerk van de 163 aangesloten leden van het Caritas-netwerk, die in de toekomst met steeds meer noodsituaties zullen worden geconfronteerd. De klimaatsverandering is ook deel gaan uitmaken van het dagelijkse leven van de armen in de Derde Wereld. In een recente opiniepeiling van Caritas in de ontwikkelingslanden zegt 90% van de deelnemers dat ze belangrijke wijzigingen van het weer hebben ondervonden en 95% stelt ongunstige wijzigingen vast in het neerslag-patroon.

"Het is een structureel onrecht dat degenen die het minst hebben bijgedragen tot de klimaatsverandering, nl. degenen die leven in minder ontwikkelde en minder geïndustrialiseerde gebieden, het meest te lijden hebben aan de kwalijke gevolgen ervan. Wegens hun aanzienlijke rijkdom, technologische vernuft en ondernemingszin moeten de ontwikkelde landen niet enkel grotere inspanningen leveren om oplossingen te vinden, maar de armere landen ook tonen hoe ze zich kunnen ontwikkelen op een ecologisch verantwoorde manier", lezen we in het rapport.

Solidariteit

In haar inleiding op het rapport schrijft Lesley-Anne Knight, secretaris-generaal van Caritas Internationalis : "De economische en technologische lasten bij de aanpak van de klimaatsverandering zullen hun prijs hebben. Het is maar normaal dat de rijke industrielanden het leeuwenaandeel van het prijskaartje betalen. Deze landen zijn immers grotendeels verantwoordelijk voor de productie en de uitstoot van schadelijke gassen. Zij zijn het die het meest hebben geprofiteerd van de groei en ontwikkeling, die leidden tot de opwarming van de aarde, het zogeheten broeikaseffect. De beleidslieden daar zullen moeten blijk geven van véél politieke moed om de bevolking aan te zetten tot een verminderd consumptiegedrag. Het ingang doen vinden van een lagere levensstandaard levert nu eenmaal geen electorale winst op !".

Caritas in Veritate

L.-A. Knight verwijst naar de recente encycliek van paus Benedictus XVI, "Caritas in Veritate", waarin echte solidariteit wordt omschreven als "een besef van verantwoordelijkheid van iedereen tegenover iedereen. Rechtvaardigheid en naastenliefde veronderstellen het streven naar het algemeen welzijn."

Volgens het Caritas-rapport moeten de uitwassen in de ontwikkelde landen worden beteugeld en vervangen door een besef van de eindigheid van de beschikbare natuurlijke rijkdommen. De rijke industrielanden, die deelnemen aan de aanstaande milieutop van Kopenhagen, worden aangespoord om een doeltreffende en juridisch bindende overeenkomst te sluiten over een verminderde uitstoot van schadelijke broeikasgassen. Tegelijk wordt van hen méér financiële en technologische steun aan de armste landen verwacht, zodat deze zich kunnen aanpassen aan de hardere weersomstandigheden.

RKnieuws.net
  VENEZ À BRUXELLES
KOM NAAR BRUSSEL  
  LE SAMEDI 5 DÉCEMBRE
OP ZATERDAG 5 DECEMBER  
LA VAGUE POUR LE CLIMAT
LOOP STORM VOOR HET KLIMAAT
  Si facile en train…
Zo gemakkelijk met de trein…  
Pour plus d’information : www.coalitionclimat.be

UN COMITĖ D’EXPERTS EXAMINE LA POSSIBILITĖ D’UNE TAXE TOBIN

La taxe Tobin, suggérée en 1972 par le lauréat du "prix Nobel d’économie" James Tobin, consiste en une taxation des transactions monétaires internationales.

Les douze membres du leading group on innovative financing for development ont décidé à Paris que des experts devront préparer pour le mois de mai 2010 un rapport sur la faisabilité de cette taxe et des variantes possibles.

L’initiative fut prise par M. Bernard Kouchner, ministre des Affaires Etrangères de la France, qui avait invité à Paris son homologue belge, M. Yves Leterme, parce que la Belgique a déjà introduit cette taxe dans sa législation, bien que la mise en application attende que d’autres membres de l’Union y adhèrent.

Si cette taxe est remise à l’étude, c’est avant tout à cause de la crise économique, car la taxe serait un moyen de contrôler davantage les spéculations financières. N’empêche qu’elle serait également une bonne source de revenus permettant de diminuer les conséquences de crise dans les pays pauvres. Cette taxe ne remplacerait nullement les aides déjà existantes (par exemple les 0,7 du PNB) mais s’y ajouterait.

Les ONG favorables à cette taxe restent pourtant vigilants, car elles craignent que cette taxe soit insignifiante…


Compilateur/compositeur responsable : Jef Vleugels, rue Charles Degroux 118 – B-1040 Bruxelles


Mots-clés

Accueil | Contact | Plan du site | | Statistiques du site | Visiteurs : 1301 / 1034788

Suivre la vie du site fr  Suivre la vie du site Belgique  Suivre la vie du site J.P.I.C.   ?    |    titre sites syndiques OPML   ?

Site réalisé avec SPIP 3.0.28 + AHUNTSIC

Creative Commons License