missionarissen van afrika
missionnaires d’afrique

L A V I G E R I E . be

De onbegrijpelijke ongastvrijheid van de Europeanen

Maroun Lahham, 27/05/2011
maandag 19 december 2011 door Webmaster


We publiceren hierbij een reactie van de aartsbisschop van Tunis, Mgr Maroun Lahham, die ons zijn onbegrip meedeelt tegenover de ongastvrijheid van de Europeanen na de Tunesische en Libische crisis.

“Gezien vanuit de zuidkust van de Middellandse Zee, waar de gastvrijheid zowel een waarde als een plicht is, is dit gewoonweg onbegrijpelijk”,

zo bevestigt hij in een artikel dat uitgegeven werd op de site van de „Fondation Oasis”, gewijd aan de bevordering van de wederzijdse kennismaking en aan de ontmoeting tussen christenen en moslims.

Dat werd nog nooit gezien sinds Tunesië Tunesië en Libië Libië is. Tunesië was nog niet terug recht gekomen na zijn politieke en sociale tsunami, toen ook het naburige Libië tot een gewapende opstand kwam die niemand had voorzien.

Er zijn miljoenen (men spreekt van drie miljoen) buitenlanders die werken op alle domeinen aan de Tunesisch-Libische grens. Deze waren van allerlei nationaliteiten: Egyptenaren, Tunesiërs, Afrikanen van ten zuiden van de Sahara, Bengalezen, Pakistanezen, Erytreërs, Somaliërs, Chinezen, Indiërs. De minst arme landen hebben de repatriëring van hun burgers kunnen bewerkstelligen, anderen wachten sinds drie maanden, vooral de Nigerianen, de Somaliërs en de Erytreërs.

We hebben prachtige voorvallen meegemaakt van solidariteit en ontvankelijkheid. In het begin was de gastvrijheid spontaan. De bewoners van de dorpen aan de grens brachten het nodige eten en drinken aan. Daarna hebben de NGO’s zich bij deze beweging aangesloten, waaronder Caritas Tunesië, Frankrijk, Canada, Libanon.

Het Rode Kruis en de Tunesisch ‘Croissant Rouge’, daarna Qatar en de Emiraten hebben zich hierbij aangesloten en men kon eindelijk tenten krijgen voor iedereen. De Tunesisch-Libische grens is de doorgangsplaats geworden voor degenen die terugkeren naar hun land en een verblijfplaats voor degenen die wachten dat de storm bedaard is om opnieuw te gaan werken in Libië zoals voorheen.

De Kerk van Tunesië heeft vanaf de eerste dagen een priester en drie religieuze zusters gestuurd om de vluchtelingen bij te staan. Er waren dagen dat de zusters, samen met andere vrijwilligers de maaltijden voorbereidden voor 10.000 personen. We hebben een Nigeriaanse priester in ons diocees en hij gaat regelmatig de kampen bezoeken; hij heeft zelfs op Paasdag de Mis gevierd in een grote tent die de Erytreërs hadden omgevormd tot een kapel. Er waren meer dan 150 personen die aan die viering deelnamen. Caritas Tunesië heeft een noodproject voorgesteld aan Caritas Italië en aan de CEI. Er zijn subsidies aangekomen en dat laat ons toe de nodige uitgaven te verzekeren voor de priesters en de religieuzen.

Er blijft een grote vraag; hoelang zal dat nog duren? De militaire toestand in Libië verzuurt de militaire confrontatie tussen de opstandelingen en de aanhangers van Kadhafi blijft aanslepen, de bombardementen van de NATO komen er niet toe de zaak op te lossen. Men leeft in een absolute onveiligheid. [1]

De actuele toestand aan de grens, volgens de religieuzen die ter plaatse zijn, doet zich als volgt voor: tussen de 4000 en de 5000 Afrikaanse en Aziatische vluchtelingen wachten op betere dagen om terug te keren, hetzij naar hun respectieve landen hetzij naar Libië. Er zijn ook duizenden Libiërs die de oorlog ontvlucht zijn.

Die Libiërs kan men in drie categorieën onderverdelen: welstellende mensen die de grens zijn overgestoken en die naar Europa zijn gekomen langs de vlieghaven van Djerba; de tweede categorie wordt gevormd door Libiërs die verwanten hebben in het zuiden van Tunesië die hen hebben opgevangen bij hen thuis; en de derde categorie (men spreekt al van 50.000) woont in de kampen of werd ondergebracht in huizen die de bewoners van de stad Tataouine hun gratis ter beschikking hebben gesteld, of in tenten. Het ministerie van nationale opvoeding heeft richtlijnen gegeven aan de scholen in het zuiden van Tunesië om de Libische kinderen te integreren in de scholen van de verschillende besturen.

Dit alles is gebeurd terwijl duizenden Tunesiërs aangekomen zijn in Lampedusa, met al de problemen dat dit veroorzaakt heeft. Ik spreek hier niet van de juridische of politieke dimensie van dit verschijnsel, want dat behoort niet tot mijn competentie. Maar ik heb het hier alleen maar over de menselijke dimensie. Het zijn jongeren die werkeloos zijn (19 % werkeloosheid vóór de revolutie). Het toerisme bood werk aan 450.000 jongeren die van de ene dag op de andere zonder werk gevallen zijn; de controle van de grenzen was verzwakt omwille van de politieke en veiligheidssituatie in de grote steden.

Ik tracht me in te leven in de mentaliteit van een Tunesiër: 20.000 Tunesiërs zijn aangekomen in een Europa, dat wellicht in een crisis verkeert, maar dat toch rijk is, en zij worden er slecht ontvangen, en dat terwijl er meer dan 200.000 buitenlanders (10 maal meer dus) in Tunesië zijn gekomen, dat niet zo rijk is als Europa, maar dat vooral zopas uit een zware politieke crisis is gekomen, en de Tunesiërs hebben hen ontvangen met open armen, zij hebben hun woningen voor hen opengesteld, ook hun scholen, en zij hebben met hen het dagelijks brood gedeeld.

Gezien vanuit de zuidkust van de Middellandse Zee, waar de gastvrijheid zowel een waarde als een plicht is, is dat gewoonweg onbegrijpelijk.

[1Dit artikel werd uitgegeven op 27 mei 2011


Homepagina | Contact | Overzicht van de site | | Statistieken van de site | Bezoekers : 207 / 629398

De activiteit van de site opvolgen nl  De activiteit van de site opvolgen België  De activiteit van de site opvolgen Migranten   ?    |    titre sites syndiques OPML   ?

Site gebouwd met SPIP 3.0.26 + AHUNTSIC

Creative Commons License