missionarissen van afrika
missionnaires d’afrique

L A V I G E R I E . be

Pater Jan Renis

mercredi 24 février 2021 par Webmaster2

Pas sinds enkele dagen uit het hospitaal ontslagen, begaf confrater Jan Renis
zich in de voormiddag van 24 december met zijn rollator naar de kapel voor de eucharistie en viel. Terwijl Fons Vanden Boer een ambulance belde, trachtte de econoom, Mijnheer Stefan Claes, nog reanimatie toe te passen, weldra overgenomen door de ambulanciers. Maar het mocht niet baten. Jan was vertrokken om Kerstmis te vieren in de hemel.

Jan werd geboren te Leuven op 18 januari 1931. Na de lagere school bij de Broeders van Scheppers te Kessel-Lo, volgde hij de Grieks-Latijnse humaniora in het Sint-Pieterscollege te Leuven. In september 1949 trad hij binnen bij de Witte Paters te Boechout. Na het noviciaat te Varsenare, deed hij zijn theologie te Heverlee, waar hij op 16 juli 1955 zijn missionariseed aflegde en op 1 april 1956 priester werd gewijd. Op het eerste gezicht komt Jan zeer kalm, zelfs wat flegmatiek over, een beetje schuchter. Hij werd nochtans zeer geapprecieerd tijdens de “séances comiques” omdat hij zo droog komisch de clown kon uithangen. Aangenaam in gemeenschap en dienstvaardig ; zou geen vlieg kwaad doen. Omwille van een operatie had hij al vroeg onherstelbare gehoorproblemen, waarmee hij soms de indruk gaf afwezig te zijn, verstrooid.

Daardoor afgekeurd voor zijn militaire dienst, vertrekt Jan in september 1956 naar Rwanda, waar hij een interim waarneemt in het klein seminarie Saint-Léon te Kabgayi. In oktober reist hij door naar het pas gestichte Lovanium in de toen nog Léopoldville genaamde hoofdstad van Congo. “Nous étions trois jeunes prêtres qui allaient constituer la première communauté des Missionnaires d’Afrique dans la capitale du Congo ». In 1960 behaalt hij er een licentiaat in “Philosophie et Lettres, groupe philologie romane”. Zijn verlof bracht hij telkens in Rwanda door, waar hij een interim deed op het kleine seminarie te Kansi en in het collège Saint-André te Rwamagana. In augustus 1960 wordt hij professor benoemd in Saint-Léon te Kabgayi en het jaar daarop ook studieprefect. Vóór zijn eerste verlof mag hij enkele maanden naar de parochie Kiziguro om de taal te leren.

Zijn “Rwandese periode” zou 23 jaar duren, van 1960 tot 1983, en zal zich grotendeels afspelen in kleinseminaries (Kabgayi en Kigali) en het seminarie voor late roepingen te Kamonyi. Hij was ook nog een jaar te Gargagnago in Italië voor de vorming van aspiranten Witte Paters. “Ik was, zo schrijft hij zelf, gedurende 26 jaar rector van een seminarie, wat verklaart dat ik spijtig genoeg nooit een echte parochie-ondervinding heb gehad. Het is ook tijdens diezelfde periode dat ik de grootste genade van mijn leven heb gekregen : het samenwerken met pater Dominique Nothomb en Monseigneur Forissier (geïncadineerde Fransman van het bisdom Butare) bij het lanceren van de Charismatische Beweging in Rwanda. Het was een wonderbaarlijke belevenis, vergelijkbaar met een ‘nieuwe geboorte’, en die in de Kerk van Rwanda ontelbare vruchten heeft voortgebracht en nog altijd voortbrengt”. In 1982 weet Dominique Mallet, regionaal van Rwanda, dat hij Jan gaat moeten afstaan en hij schrijft : “Hij heeft een profetische rol vervuld in onze regio, enerzijds door de overdracht van de missiedynamiek met het aanvaarden van Rwandese roepingen in onze rangen, anderzijds door zijn voortdurende bezorgdheid om onze confraters minder pastoor en onderpastoor te laten zijn en meer apostel bij de ongelovigen”. Wat het openstaan voor Afrikaanse roepingen betreft, sprak Jan van “een dringende plicht voor een missiecongregatie” ! In oktober 1976 schrijft hij : ”Voor mij stelt de vraag zich niet meer, het is een zekerheid, een geloofsovertuiging”

In september 1983 wordt hij dus professor en opleider in ons vormingshuis van de Rusizi. Hij blijft er 10 jaar. De staf tracht een echte ploeg te vormen, die niet alleen samen bidt maar ook nadenkt over de vorming van de jonge kandidaten die hen zijn toevertrouwd. Jan laat zich daar kennen als een diep geestelijk man, met een zeer ontwikkelde gave van onderscheid. In 1986 krijgt hij een sabbatjaar, dat hem naar Parijs en Québec en ook in 1987 naar de sessie in Jeruzalem brengt, inkluis de grote retraite. In september 1987 keert hij als rector terug naar onze Eerste Etappe in de Rusizi. Na zijn verlof wordt hij in mei 1993 benoemd in het vormings- en retraitehuis Maria-Mama te Buhimba. Het is een tijd van veeleisend werk met het prediken van retraites en recollecties en het animeren van sessies.

In 1996 verhuist hij naar het Maison Lavigerie te Goma. Hij neemt dan deel aan de geestelijke begeleiding en geeft les in het internoviciaat. Hij onderwijst ook in het uit Rwanda gevluchte Institut de Formation Religieuse, geleid door pater Theo Horsten zaliger. Jan is die moeilijke jaren niet vergeten : “De onlusten in Rwanda, de volkerenmoord, de aankomst van honderden duizenden vluchtelingen, de vreselijke cholera-epidemie, de onveiligheid… In Buhimba werden we verschillende keren geplunderd, tweemaal werden we in Maison Lavigerie aangevallen. Deze confrontatie met de overrompeling van de krachten van het Kwaad zal altijd een mysterie blijven…”

In 2000 is Jan op verlof in België en is hij met enkele confraters uit Centraal Afrika (waarbij nog een belg, pater Yves Vermeire) kandidaat voor een project van een gemeenschap gewijd aan het gebed. Ze hadden gehoopt het in Jeruzalem te mogen ondernemen, maar Rome zond hen naar… Touggourt in Algerije, waar pater Claude Rault, regionaal, het project ten volle steunt. De poging zal vier jaar duren. “Ons project in dienst van de Sociëteit bleek een illusie te zijn…”, schrijft Jan later. Maar geen mislukking, want “Wij hebben in Touggourt een mooie en rijke ervaring van bidden in de woestijn beleefd, temidden van moslims”.

Begin juni 2004 is Jan terug in Bukavu, in het Maison Charles Lwanga (het regionalaat), van waaruit hij voltijds en zes jaar lang de geestelijke begeleiding van congregaties, groepen en personen kan behartigen. Hij komt dan wel ieder jaar op verlof. Vergeten we niet dat Jan vaak rugproblemen en gans zijn leven gehoor-problemen heeft gehad : oorontstekingen, lopende oren, operaties, polypen in het middenoor, het wegvallen van de hoge tonen… In 2006 vraagt men hem nog een interim van vijf dagen per week te aanvaarden in de Rusizi. In dat jaar publiceert hij ook “Contempler pour ressembler”, een achtdaagse Ignatiaanse retraite. Zijn vormingswerk bij de congregaties leiden in 2007 en 2009 tot zijn Jalons en Lumières sur la route de la formation à la vie consacrée. Wat was begonnen als een lectio divina van de evangelies in de Adventstijd groeide uit tot vijf brochures die de lezingen van het ganse liturgisch jaar bestrijken. Al deze publicaties worden uitgegeven door Kivu-Presses te Bukavu. In oktober 2010 wordt hij verantwoordelijke benoemd van Maison Lavigerie (prokuur en onthaalhuis) te Goma.

In juni 2012 keert Jan definitief naar België terug en wordt benoemd te Genk. Na enkele jaren vraagt hij naar Antwerpen te mogen gaan. Hij blijft er de discrete, stille maar nog steeds goedlachse confrater, die hij altijd is geweest, nog steeds gefascineerd door God, waarvan hij bij zijn afscheid van Afrika zei : “ U geeft me geluk en liefde, altijd en overal. Ik zal bij u zijn in uw tempel, mijn hele leven lang” (ps. 22, 6).

Jef Vleugels

De uitvaartliturgie heeft omwille van de coronaomstandigheden in beperkte kring plaatsgevonden op woensdag 30 december 2020 in onze kapel te Varsenare om 11 uur, gevolgd door de teraardebestelling ter plaatse.


Accueil | Contact | Plan du site | | Statistiques du site | Visiteurs : 69 / 982030

Suivre la vie du site fr  Suivre la vie du site Onze overledenen   ?    |    titre sites syndiques OPML   ?

Site réalisé avec SPIP 3.0.28 + AHUNTSIC

Creative Commons License