missionarissen van afrika
missionnaires d’afrique

L A V I G E R I E . be
Getuigenis

De twijfel en het geloof

Gérard Malherbe, M.Afr.
zondag 28 december 2014 door D.F. (Vertaling), Webmaster

Hierbij 3 teksten, die onze confrater Gérard Malherbe terugvond in de bibliotheek van het ISSR in Bunia en ons in de Franse taal doorstuurde ter gelegenheid van Kerstdag. We hebben deze teksten in ’t Vlaams vertaald.

 De twijfel en het geloof

Het is een joods verhaal.

  Een geleerde, grote wetenschapsman, goddeloos, heeft met verscheidene rabbijnen gediscussieerd over de kwestie van het bestaan van God. Hij was een zeer zelftevreden man, want zonder grote inspanningen had hij al hun argumenten verpulverd. Op een dag hoorde hij spreken van een beroemde rabbijn, die als een heilige beschouwde werd, een tsadik. Hij begaf zich dus naar het huis van die tsadik, om met hem te discuteren. De tsadik liep daar rond te wandelen terwijl hij mediteerde. Toen hij dicht bij de geleerde kwam, bekeek de tsadik hem tersluiks en zei met gedempte stem: “Maar misschien is het waar ?”, en dan zette hij zijn mediterende wandeling verder. De geleerde is zeer getroffen door de rabbijn in die halfduistere kamer, hij zweet, begint vlugger te ademen, zijn hart gaat sneller kloppen, zijn knieën stoten tegen elkaar. De tsadik blijft eindelijk stilstaan en bekijkt hem : “Mijn vriend, ik weet dat je bent gaan spreken met grote rabbijnen, kenners van de heilige Schriften, Wetgeleerden, exegeten, theologen, uitleggers van de Bijbel, maar zij hebben hun tijd verloren, want je bent bij hen weggegaan overtuigd dat je gelijk hebt en met hen spottend. Geen enkele van hen heeft voor u het evidente bewijs kunnen leveren van het bestaan van God. Ik ik zal dat niet kunnen. Niemand kan dat. Nochtans, mijn vriend, denk eens goed na : misschien is het wel waar ?”.

“Misschien is het wel waar ?”

In tegenstelling met wat men dikwijls denkt, zitten de gelovige en de ongelovige wel in ’t zelfde schuitje : een “misschien”. Want het geloof hoort tot de orde van het vertrouwen, niet tot die van de evidentie. Als het een evidentie was, waar zou het geloof dan zijn ? In wie en in wat zou men zijn betrouwen stellen ? het vertrouwen, dat is de liefde. Zeggen gehuwde mensen niet tegen elkaar “ik stel mijn geloof in jou in”. De liefde, dat is in elkaar vertrouwen hebben, het geloof is zijn vertrouwen in de Andere stellen. Maar als alles vast en zeker is, met een mathematische zekerheid, zoals 2 plus 2 4 is, dan verdwijnt het geloof.

De twijfel is geen fout, noch een zonde. De twijfel figureert niet op de lijst van de deugden, maar de twijfel zou dat wel waard zijn. Degene die gelooft zonder de schaduw van de twijfel, dat is geen gelovige, dat is een domoor. Een domoor, omdat hij zich geen enkele vraag stelt. En het is zelfs een gevaarlijke dommerik. Men kan zich zelfs de vraag stellen of hij het talent niet wegsteekt dat de Schepper hem had geschonken : het verstand. Als God ons het verstand gegeven heeft, dan is het wel degelijk opdat we het zouden gebruiken door onszelf vragen te stellen. Een goede dosis agnosticisme, dat is het wat ons beschermt tegen het fanatisme. Een goede bepaling van de gelovige zou erin bestaan te zeggen dat hij een agnost is… die nochtans gelooft.

De twijfel is inherent in het geloof, het is zelfs een noodzakelijke voorwaarde ervan. Als de twijfel verdwijnt, dan verdwijnt ook de hoop, dan verdwijnt de liefde, dan verdwijnt het vertrouwen, het geloof. Zonder de twijfel heeft het geloof geen standvastigheid.

Bernard BRO, Les paraboles, volume 3, Aimez-vous l’ail et les oignons ?, n° 202, pp 84-86, éd. Cerf/Mame-Edifa, 2007.

 

Homepagina | Contact | Overzicht van de site | | Statistieken van de site | Bezoekers : 849 / 619412

De activiteit van de site opvolgen nl  De activiteit van de site opvolgen Getuigenissen - Gebeurtenissen   ?    |    titre sites syndiques OPML   ?

Site gebouwd met SPIP 3.0.21 + AHUNTSIC

Creative Commons License