missionarissen van afrika
missionnaires d’afrique

L A V I G E R I E . be
Algerië

Migranten kinderen in Algerije

Ghania Lassal, El Watan
woensdag 3 juni 2015 door D.F. (Vertaling), Jan Heuft, Webmaster

In Algerije, leven duizenden kinderen verborgen, opgesloten. Verdronken in de massa die men “de migranten” noemt, is het niet gemakkelijk te weten hoe velen eraan toe zijn in de clandestiniteit te leven en de onzekerheid, terwijl hun de meest elementaire rechten ontnomen zijn. Principes die nochtans gevierd en uitgebazuind worden vandaag, de Internationale Dag van het Kind, en die zullen herhaald worden over enkele dagen ter gelegenheid van de Internationale Dag van de Migrant.

Van no man’s land naar squat, opgeofferde kinderjaren

Onbeweeglijk op de drempel van de deur van bij hem, spitst Nacer, 5 jaar de oren. “Mijn vrienden zijn buiten, ik ga spelen! !” roept hij naar zijn moeder, Thérèse, die binnen zit. Onbeslist, de jongen met zijn grote bruine ogen en met een ontwapenende glimlach van guitigheid beweegt niet en kijkt nieuwsgierig naar de omgeving van zijn “huis”, de squat van Bouchbouk, te Déli Ibrahim. Thérèse, van wie haar zijn de glimach heeft geërfd, verliest hem niet uit het oog, terwijl ze de binnenkamer ordent. Een lage tafel, enkele stoelen, een televisie en een koelkast.

Men raadt de aanwezigheid van een waterzaal van de andere kant. De kamer, waarvan de scheidingsmuren in ’t blauw geschilderd zijn, is zeker benepen, maar proper. Het kind stormt er binnen als een tornado en komt er weer lopend buiten. “Loop niet op de trappen, Nacer, pas maar op” roept zijn moder verbijsterd. Terecht. De naakte wenteltrap geeft uit op de leegte. “Er zijn dikwijls ongelukken, valpartijen. Mijn zoon is trouwens als vele malen gevallen, maar gelukkig was het nooit te erg”, vertelt ze. De lach van kinderen laat zich horen. De residentiële wijk, waar imposante villa’s naast de bouwwerven staan, is kalm.

Moeilijk zich voor te stellen dat heel een gemeenschappelijk leven parallel groeit, tussen hachelijkheden en gelukken, tussen vervelingen voor de jongeren en kinderlijk levensplezier. In die squat, het geraamte van onafgewerkte villa, zijn ze zo, tussen komen en gaan, met een 400 tal om zich op te stapelen en om elkaar te kruisen in de kleine ruimtes van de drie verdiepingen. Onder hen, tientallen kinderen groeien op zonder af te wijken van hun zorgeloosheid. Op nationale schaal, zijn er duizenden minderjarigen, machteloze slachtoffers van de gekte en de haat van de “groten”, of onvrijwillig gijzelaars van de aspiraties van hun ouders naar een “beter leven”. Verdronken in de massa ie men “de migranten” noemt, is het niet gemakkelijk te weten hoeveel er in de clandestiniteit leven op Algerijnse bodem, beroofd van hun meest elementaire rechten.

“Het recht op de bescherming tegen de slechte behandelingen”

In de lokalen van de intercontinentale sociale dienst ‘Ontmoeting en Ontwikkeling’, ontvangt men gemiddeld 15 tot 20 migranten per dag. In 2013 bijvoorbeeld, heeft dit netwerk zowat 870 migranten uit het ten Zuiden van de Sahara moeten ten laste nemen, komende uit 25 verschillende nationaliteiten. Onder hen waren er meer dan 200 minderjarig bij in aankomst in Algerije, waarvan een veertigtal, in ’t algemeen asielaanvragers, alleenstaande kinderen waren. In tegenstelling met de vluchtelingen, opent het statuut van deze kinderen hun niet het recht op enige hulp of formele te laste neming.

En dit in tegenspraak met de internationale overeenkomsten in verband met de bescherming van de kinderen, of met de beschermingshandvesten van minderjarigen slachtoffers van geweldplegingen. Nochtans, vanaf hun jonge leeftijd, worden zij geconfronteerd met allerlei soorten van geweldpleging. De eerste bestaat in de migratie en de doortocht zelf. “Men onderschat de beproevingen welke deze personen, en a fortiori de jongeren, hebben moeten meemaken vooraleer hier aan te komen”, herinnert Imène van de ‘Artsen voor de Wereld’. De verhalen geven koude rillingen.

Ze zijn door de hel van de woestijn getrokken en hebben moeten overleggen met de bedriegerij en het geweld van degenen die hen clandestien over de grens smokkelden, zij hebben kunnen vermijden te vallen of hebben kunnen ontsnappen aan de verschillende netwerken van verdovende middelen, van prostitutie en van slavenhandel, zij hebben zich gevestigd en hebben enkele tijd werkt in een stad van het Zuiden van Algerije. Wanneer zij, uiteindelijk, aankomen in Algiers, is het in een staat va vermoeidheid en van van extreme wanhoop, en ten prijze van duizend traumatismen en diepe littekens.

En de kinderen worden niet gespaard. “Talrijke gevallen van misbruik werden gesignaleerd, ook al worden deze dikwijls . Het is niet zeldzaam dat één van hen verkiest niet in detail te vertellen wat hem of haar overkomen is”, bevestigt Hamid, van ‘Ontmoeting en Ontwikkeling’. “Er is bijvoorbeeld dat geval van een migrante en van haar vier kinderen. Een gendarm heeft haar 10.000 DA gevraagd om de grens over te komen, zo niet moest zij hem haar oudste dochter van 13 jaar overlaten”, zegt zij verontwaardigd en met walg. “Er is de tussenkomst van een andere Algerijn nodig geweest, die, misselijk, hem de gevraagde som heeft gegeven”, gaat hij verder.

Maar er is nog erger. “Zelfs als zij het niet vertelt, weet men dat een meisje die in die tijd amper 11 jaar oud was, meegenomen werd, gedwongen tot de prostitutie, daarna verkocht en teruggekocht, vooraleer ‘bevrijd’ te worden door één van haar landgenoten”, vertrouwt een werker in het humanitaire toe. En de kring van onrechtvaardigheden begint alleen maar voor die kinderen, en dit, zelfs als zijn op Algerijnse boden geboren zijn, zoals dit het geval is voor vele kleinen van Bouchbouk. “Hier, is het het restaurant ! Welkom in Ivoorkust !” lanceert men achter de schermen.

Wat het restaurant betreft, het gaat hier om kleine plaats met verslenste beschilderde muren. De geur van eten en kruiden vervult de enge ruimte. Deze ruimte, die nochtans zeer beperkt is, dienst als slaapkamer, verblijfkamer en keuken-restaurant, zoals hiervan de komforen en de grote ketels getuigen rondom dewelke een dame met een schort druk bezig is.

“Recht op de identiteit, op de gezondheid en op het welzijn”

Hopen van zaken stapelen zich hier en daar op, terwijl verschillende matrassen en slaapzakken opeengehoopt zijn rondom in de donkere kamer. Gezeten tegenover de televisie, lijken kinderen gehypnotiseerd diir de avonturen van de universele Dora de ontdekkingsreizigster. Zij herhalen eenstemming wat hun heldin luid doet weerklinken. “Stil ! zachtjes aan, ge gaat hem wakker maken !” beveelt Dominique, en wijst hierbij naar het kleine bruine hoofdje dat boven een deken uitsteekt. “Ik heb vier kinderen. De oudste is 12 jaar terwijl de laaste, degene die daar slaapt, één jaar is”, zegt de vrouw uit Ivoorkust die sinds twee jaar in Algerije leeft.

Spijt de armoedige levensvoorwaarden die de hunne zijn, zijn er talrijke vrouwen die een gezin stichten, ondanks alles.

“In 2014, alleen al voor de steden Algiers en Oran, hebben ons ploegen 114 geboorten genoteerd in de gemeenschappen van migranten”, zegt Imène van ‘Artsen voor de Wereld’. “Dat kan onbegrijpelijk lijken, gezien hun situatie. Maar het is juist hun hachelijkheid die een geboorte waardevol maakt.

Toch beschouwen de vrouwen dat kinderen baren een bescherming is” zo legt zij uit. “Zij leven in een midden van geweldplegingen, of het nu in hun gemeenschap is, in de straat tegenover de voorbijgangers, of nog tegenover de ordekrachten, zijn worden gerustgesteld kinderen te hebben”, tracht zij te analyseren. Zelfs als deze aanvaarde gedachte voordurend wordt tegengesproken, denken sommigen dat een kind dat geboren is op Algerijnse bodem het hun gemakkelijker zal maken, toch iets of wat, voor een regularisatie van hun situatie. Als de gezinnen groter worden, is dat geen gemakkelijke opdracht voor die zwangerschappen en die geboorten te beheren.

‘Arsten voor de Wereld’ hoopt zo, dankzij een programma gewijd aan dit doel, aan deze vrouwen toe te laten hun kinderen te dragen en ter wereld te brengen in de best mogelijke voorwaarden. Was er die sensibilisatie niet, en soms zelfs de forcing van de vrijwilligers van de NGO, dan zouden de hospitaalstructuren zeldzaam zijn om hen op te vangen. “Enkele tijd geleden, gebeurde het nog dikwijls dat de toegang tot de hospitalen en de zorgcentra hun verboden was. Het is zelfs gebeurd dat het verzorgingspersoneel, uit vrees moeilijkheden te hebben met de gezagsdragers, beroep doet op de veiligheidskrachten”, herinnert Imène, die zich erover verheugt dat er de opvolgingen van zwangerschap, zakboekjes van inentingen en andere zorgen van voor en na de geboorte verspreid worden.

Een ander hoofdbreken dat veroorzaakt wordt door die geboorten is de erkenning van kinderen en hun identificatie. “Vroeger, kregen zij alleen maar een bewijs van bevalling. De kinderen hadden dus geen enkel document dat hun identiteit vaststelde. Vandaag, na heel wat uitleg en oriëntaties , wordt hun een uittreksel van geboorte verstrekt in het gemeentehuis”. Legt zij uit.

Maar dat bespaart sommige kleinen niet van verwikkelingen, zoals deze van wie de ouders onder een valse identiteit in Algerije zijn binnen gekomen. “Eveneens, zijn de koppels in ’t algemeen niet getrouwd en hebben, door dat feit, geen gezinsboekje. Zij zijn dus verbonden met de mama en niet met de papa”, voegt ze eraan toe.

“Recht op opvoeding, op vrijetijdsbesteding, op de inschakeling”

Verder nog dan de levensomstandigheden en de onveiligheid van nu, is de toekomst het gemeenschappelijk spectrum. De grootste “ongerustheid” en “vrees” van de ouders is de scholarisatie van hun kindjes. “Neen, ik ga niet meer naar de school. Vooraleer naar hier te komen, was ik in het tweede studiejaar. En dat ontbreekt me. Ook mijn vriendinnen ontbreken me.” Cynthia, midden de agitatie van de volwassenen van de squat van Bouchbouk, is stilzwijgend. Gezeten voor een tekenfilm, is zij onverschillig voor het lawaai rondom haar.

Ondanks haar mooie jurk, zal het meisje de hele dag niet naar buiten gaan. “Ik maak niets bijzonders van mijn dagen. Ik kijk naar de televisie, ik speel soms”, zegt ze zachtjes, en voegt eraan toe dat ze zich dikwijls verveelt. De kinderen van die squat gaan niet naar school of naar de kleutertuin. Nochtans had het ministerie van de nationale Solidariteit aangekondigd, enkele maanden geleden, dat al de minderjarigen op de Algerijnse bodem geschoold moesten worden. “Na kennis genomen te hebben van deze mededeling van de media, ben ik de stappen beginnen zetten, en dit, door een speciale toelating te vragen bij het ministerie van nationale Opvoeding”, zegt Mireille, moeder van twee meisjes, waarvan de oudste 6 jaar is.

“Men heeft me gezegd dat het te laat was, en dat ik opnieuw moest proberen voor het begin van het toekomstig schooljaar”, gaat zij verder. Nochtans, één van de grootste hinderpalen die de kinderen van ten Zuiden van de Sahara tegenkomen op dit vlak is het taalprobleem. “De meerderheid van hen is Franstalig, of Engels- of Portugeestalig. Studies in het Arabisch lijkt hen onmogelijk of te moeilijk”, is het oordeel van Imène van ‘Artsen voor de Wereld’. Blijft dan de instelling van Descartes of nog andere private scholen, buiten prijs. “Alleen al voor de schoolgang van 10 kinderen, waarvan 4 in de kinderkribbe, als men de beroepsvormingen meetelt, hebben we 3 miljoen dinars uitgegeven”, leggen Sihem en Hamid uit, van de intercontinentale sociale dienst ‘Ontmoeting en Ontwikkeling’.

Wat weinig is, als men het aantal ziet van kinderen die de leeftijd hebben om naar school te gaan. “Het aantal ingeschrevenen hangt af van de budgetten waarover we beschikken. In 2013 bijvoorbeeld, waren het 54 migranten die konden genieten van deze opname, waarvan 23 schoolgaande kinderen”, voegen zij eraan toe. Wat, ondanks de inspanningen van de burgerlijke maatschappij, slechts een druppel water in de woestijn is. En dan, welke toekomst voor die kinderen ?

“Het is duidelijk dat onze levensvoorwaarden moeilijk zijn. Maar men moet ook begrijpen dat als we het daarmee kunnen stellen, dan is dat eenvoudig omdat het ‘bij ons’ nog slechter was…”, een zucht, een vage blik, Fabrice, vader van twee kinderen. “Wij doen ons best om hun liefde en bescherming te verlenen. Maar ik heb geen antwoord op die vraag. De oplossing is in de handen van de beslissers en van de gezagsdragers”, besluit hij, bitter. In afwachting, trachten de kleine Nacer, de kleine Cynthia, en zovele anderen hun kinderjaren te beleven, ontdaan van alles.

En het is een vraag die naar de keel grijpt. Smartelijk, beklemmend, koppig ; en als die kinderen Algerijnen waren geweest op een vreemde bodem ?

  Ghania Lassal,
El Watan 01.06.15

Hamid Fadhel
Algemeen secretaris van ‘Ontmoeting en Ontwikkeling’ (CCSA)


Homepagina | Contact | Overzicht van de site | | Statistieken van de site | Bezoekers : 209 / 645122

De activiteit van de site opvolgen nl  De activiteit van de site opvolgen Afrika  De activiteit van de site opvolgen Algerië   ?    |    titre sites syndiques OPML   ?

Site gebouwd met SPIP 3.0.26 + AHUNTSIC

Creative Commons License