missionarissen van afrika
missionnaires d’afrique

L A V I G E R I E . be

Een document van de internationale theologische Commissie (ITC)

Nuntiuncula Nr 685 Maart - April 2014
zaterdag 26 april 2014 door D.F. (Vertaling), Webmaster

Onderwerp : De ketterij van het geweld ‘in naam van God’

Voorstelling door Pater Serge-Thomas Bonino, o.p., algemeen Secretaris van de ITC

Wie een hond wil verdrinken, beschuldigt hem van hondsdolheid”, zegt een Frans spreekwoord. Zijn de godsdiensten bezeten ? Zij die deze willen uitsluiten uit het openbaar leven om ze af te zonderen in de strikt private sfeer zouden het willen doen geloven. Ook, onder voorwendsel van de schijnbaar religieuze dimensie van de conflicten die de planeet doen bloeden, scherpen zij het vooroordeel aan volgens hetwelk de godsdiensten, en meer in het bijzonder de monotheïstische godsdiensten, van nature uit factoren zijn van verdeeldheid onder de mensen. Om een einde te stellen aan de geweldplegingen en de universele vrede te verzekeren, één enkele oplossing: de secularisatie tot het uiterste.

Deze argumentatie is één van de figuren die de antireligieuze gedachte vandaag aanneemt. Het dogmatisch atheïsme is marginaal geworden, zelfs als het, onder zijn scientistische vorm, de gemeenschappelijke seculiere mentaliteit doordringt, komt het, hoe paradoksaal dan ook, over als een soort religieus fanatisme. Men valt dan niet zozeer God aan maar wel de homo religiosus. Terwijl het vooroordeel zich verspreid heeft dat het relativisme de enige filosofie is die zou overeenstemmen met de vereisten van de liberale democratie, wordt elk gedrag dat zich refereert naar een transcendente, universele en absolute waarheid, gezien als een bedreiging van de burgerlijke vrede. Het religieus geloof wordt aangeklaagd als een sociale pathologie.

Deze strategie van diabolisering van het religieuze dateert niet van gisteren. Heeft de moderne Staat, religieus neutraal en politiek almachtig, zich niet opgedrongen door zichzelf uit te roepen als de enige remedie tegenover de godsdienstoorlogen ? De aanklacht is zich dan later gaan concentreren op de monotheïstische godsdiensten, omdat men veronderstelt dat deze een intolerante “mentaliteit” veroorzaken bij hun gelovigen, daar zij denken een universele en absolute waarheid te bezitten. “De intolerantie is alleen voor het monotheïsme essentieel”, zo vatte Schopenhauer het samen, “Een enige God is, volgens zijn natuur, een jaloerse God, die er geen enkele andere laat leven. De polytheïstische goden zijn integendeel, volgens hun natuur, tolerant. Daarom zijn het alleen de monotheïstische godsdiensten die ons het spektakel van oorlogen bieden, van vervolgingen, van ketterijtribunalen, zoals ook het afbreken van de beelden van de andere goden.(Parerga et paralipomena. Over de godsdienst [1851]). Sindsdien, is de kritiek op het monotheïsme zich nog gaan voeden door de voorrang die de postmoderniteit verleent aan het verschil boven de identiteit, aan de pluraliteit boven de eenheid, aan het relatieve boven het absolute.

In deze context, is het gelukkig dat de internationale theologische Commissie (ICT) dit probleem heeft aangepakt. Een subcommissie, voorgezeten door Pater Philippe Vallin, heeft gedurende vijf jaar gewerkt over dit onderwerp, in een constante uitwisseling met het geheel van de ITC. De vrucht van dit werk is een krachtig proefschrift Dio Trinità, unità degli uomini. Il monoteismo cristiano contro la violenza, goedgekeurd door het geheel van de ITC op 6 december 2013. Dit document presenteert zich niet als een volledig theologietraktaat, maar als een « argomentata testimonianza » (Presentazione).

De thesis van het document is ondubbelzinnig: gezien vanuit het christelijk geloof, is het geweld “in naam van God” een zuivere en eenvoudige ketterij. Geen enkele toegeving hier aan de tijdsgeest maar een overtuiging die ontspringt uit het hart zelf van het Evangelie. Het document heeft, inderdaad, als doel van “neutralizzare la giustificazione religiosa della violenza sulla base della verità cristologica e trinitaria di Dio” (Presentazione). De weigering van elk religieus geweld wordt vooral bepaald door de beschouwing van Jezus Christus in zijn Passie, hij die “als Hij gescholden werd, niet terugschold en als Hij leed niet dreigde, maar het overliet aan Hem die rechtvaardig oordeelt” (1 Petr. 2, 23). Zonder dat dit enige ziekelijke vergoddelijking van het lijden rechtvaardigt, neemt Christus, als slachtoffer, het geweld van de mensen op zich, het religieus geweld hierbij inbegrepen, en hij vernietigt dit in zijn wortel door de macht van de liefde. Het geweld wordt dus niet gerechtvaardigd om de rechten van God van God te wreken noch om de mensen ondanks zichzelf te redden, want “de waarheid dringt zich slechts op door de kracht van de waarheid zelf” (Vaticaan II, Verklaring Dignitatis humanae, 1). “God zou geen behagen kunnen stellen in het bloed, en niet handelen volgens de rede is vreemd aan God. […] Degene die iemand tot het geloof wil brengen moet een goede tong en een juiste gedachte hebben, niet het geweld, noch de bedreiging, noch om ’t even welk kwetsend of schrikwekkend instrument” (Manuel II Paléologue, Gesprekken met een moslim, 7de controverse, “Sources chrétiennes 115”, p. 144-1445, geciteerd door Benedictus XVI in zijn discours van Regensburg op 12 september 2006). Zo is de paradox van het christendom: het scrupuleus respect van de godsdienstvrijheid wordt niet gemotiveerd door een vorm van relativisme maar vloeit voort uit wat het meest “dogmatisch” is in de gedachte die het christelijk geloof biedt van God.

Zo beweren dat de weigering van elk geweld in naam van God ingeschreven staat in het hart zelf van het christelijk geloof maakt een autokritiek noodzakelijk van de historische praxis van de christenen. Inderdaad, in de loop van zijn pelgrimstocht doorheen de geschiedenis, is het volk van God niet altijd op de hoogte geweest van deze overtuiging, en de gelukzalige Johannes-Paulus II heeft, ter gelegenheid van het grote jubileum van het jaar 2000, vergiffenis gevraagd voor “de toestemming gegeven door de zonen van de Kerk, vooral in bepaalde eeuwen, aan methodes van onverdraagzaamheid en zelfs van geweld in de dienst van de waarheid” (Tertio millenio adveniente, 35). Maar vandaag, zo is de ITC van oordeel, zijn de voorwaarden verenigd voor de “irreversibile congedo del cristianismo dalle ambiguità della violenza religiosa (nr. 64). In deze lijn, tracht het document de accidentele banden te ontwarren die zich hebben kunnen weven in de loop van de geschiedenis tussen christendom en religieus geweld en de “moeilijke bladzijden” van de Bijbel correct te interpreteren die het religieuze geweld lijken te wettigen (nr. 24-30).

In het debat over monotheïsme en geweld, heeft het document ervoor gezorgd twee gemakkelijkheidoplossingen te vermijden. De eerste zou erin hebben bestaan het christendom los te maken van het monotheïsme: ja, laten we toegeven dat het monotheïsme een factor is van geweld, maar laten we meteen preciseren dat het christendom ontsnapt aan deze aanklacht, want het verkondigt het mysterie van een God Drie-eenheid, die, in zichzelf, een levende verbondenheid is in de verscheidenheid. Wel integendeel, zo onderstreept het document, het mysterie van de Drie-eenheid wordt helemaal niet geaffirmeerd ten koste van het monotheïsme. Zeker, de geloofsbelijdenis van de Drie-eenheid bepaalt in de diepte het christelijk begrijpen van het monotheïsme. Maar het begrip van monotheïsme, als het niet eenduidig is, is evenmin dubbelzinnig. De ITC schuift weg het “fraintendimento, filosofico e anche religioso, dovuto al sospetto che l’enfasi cristiana sull’incarnazione di Dio, come anche la relazione trinitaria nella vita di Dio, avvengano al presso della perdita della purezza, della transcendenza, della perfetta semplicità di Dio” (nr. 78). De bevestiging van de absolute eenvoudigheid van God, waarop het document de nadruk legt, staat er borg voor dat de belijdenis van de Drie-eenheid in feite geen tritheïsme is, gecompenseerd door de nakomende levende verbondenheid van de personen, maar dat deze onafscheidelijk is van de erkenning van de eenheid van de goddelijke substantie, zoals reeds de rede het vereist.

Een tweede apologetische gemakkelijkheid zou erin bestaan hebben het christelijk geloof los te maken van de godsdienst: ja, laten we toegeven dat de godsdienst een factor van geweld is, maar laten we meteen preciseren dat het christendom niet afhangt van de godsdienst maar van het geloof. Wel integendeel, het document legt de nadruk op de intrinsieke waarde van de religieuze ervaring als zodanig. Zoals de genade de natuur niet vernietigt maar haar wel geneest en tot haar voleinding brengt, zo ook neemt het christelijk geloof de religieuze dimensie op van de menselijke conditie. Het geloof zuivert haar door haar terug te brengen tot haar authentieke essentie die onafscheidbaar de liefde van God en de liefde van de naaste verenigt, zodat elk geweld in naam van God “una corruzione dell’esperienza religiosa” is (nr. 95)

Dit punt is van kapitaal belang voor de interreligieuze dialoog. De katholieke theologen die dit document hebben opgesteld hebben niet willen spreken in naam van de gelovigen van de andere monotheïstische godsdiensten maar nodigen deze uit gelijkaardige stappen te ondernemen binnen hun eigen tradities. In de mate dat deze de uitdrukking zijn van een authentieke godsdienst, kunnen zij niet anders dan het religieuze geweld verwerpen. Is het niet veel betekenend dat de gelukzalige Johannes-Paulus II de interreligieuze ontmoeting van Assisi in 1986 geplaatst had onder het teken van de vrede ? Ver van factoren van verdeeldheid te zijn, zijn de godsdiensten, als zij trouw zijn aan hun essentie en zonder iets te verwerpen van hun zin voor het absolute, desems van vrede. Ziedaar waarom het tot een grote mislukking zou leiden deze op afstand te houden van het sociale en politieke leven.


Homepagina | Contact | Overzicht van de site | | Statistieken van de site | Bezoekers : 91 / 645794

De activiteit van de site opvolgen nl  De activiteit van de site opvolgen België  De activiteit van de site opvolgen Hedendaags geloof   ?    |    titre sites syndiques OPML   ?

Site gebouwd met SPIP 3.0.26 + AHUNTSIC

Creative Commons License