missionarissen van afrika
missionnaires d’afrique

L A V I G E R I E . be
Getuigenis

Getuigenis van een Broeder–Missionaris van Afrika
door Staf Van de Velde
alias Augustinus

Band Nr 1/4 - 2014
woensdag 9 april 2014 door Webmaster

Roeping is iets mysterieus. Elke roeping heeft iets heiligs want uniek, en heeft met het goddelijke te maken, maar het goddelijke dat zich in de menselijke realiteit inschuift. Dat ik bij de Witte Paters ben ingetreden, is voor een groot deel te wijten aan de aanwezigheid van hun seminarie te Boechout. Als we daar met de scouts of de Kruistochters op recollectie gingen, voelde ik me er thuis.

Ik ben in 1922 geboren te Boechout, een gemeenschap waar de missie-ijver een traditie was. Bij de studenten hebben de voorbeeldige inzet voor de missies van juffrouw Van den Bussche en Leontine Van Hoof en het bezoek van de talrijke missionarissen, die vanuit een roeping te Boechout naar de missies zijn vertrokken, zeker een invloed gehad op mijn beslissing om in te treden bij de missionarissen van Afrika.

En waarom ben ik dan broeder geworden en geen pater? Ik had het diploma van meubelmaker behaald in de technische school te Lier en ik had avondlessen gevolgd, georganiseerd door de Landelijke Bediendencentrale te Mortsel om beter met de Franse taal vertrouwd te geraken. Maar nog jaren verder studeren, zag ik zeker niet zitten. Later vroegen vrienden mij: “Wat is het verschil tussen een pater en een broeder?” ik antwoordde dan: “een pater is een priester en heeft als taak geestelijke zaken te behartigen zoals de heilige Mis celebreren en de sacramenten toedienen”.

Een broeder heeft als taak materiele zaken zoals kerken, scholen, en hospitalen bouwen en andere zaken waarvoor je geen priester hoeft te zijn. Beide vullen elkaar aan en ieder krijgt zijn genade van staat.

Maar als er in een missie geen broeder aanwezig is, dan dient een pater ook materiele lasten op zich te nemen. Dan bestaat er een tweevoudig gevaar. Ofwel zal het materiele slecht uitgevoerd worden, ofwel kunnen, als de pater smaak vindt in dat werk, zijn priesterlijke plichten er mogelijk onder lijden.

Ik ben in 1949 naar de missies vertrokken, naar het vicariaat van het Albertmeer in Congo. Drie jaar heb ik besteed aan het oprichten van de centrale schrijnwerkerij van het vicariaat. Daarna heb ik me veertig jaar ingezet om de technische school “ALFAJIRI” te starten en te leiden. Ik moest er van nul af aan beginnen om te komen tot een volwaardige school met vierjarige cyclus. Ik heb alles gebouwd, maar ook de nodige gelden moeten inzamelen, deels in Afrika, deels in Europa. Ik stelde twee technische boekjes samen en schreef achttien toneelstukken, waarvan ik er zelf negen heb geregisseerd. Ook de Christelijke en Civiele vorming van de studenten werd niet vergeten. Ik volgde ook onze oud-studenten in hun werk, bezocht hen thuis en was begaan met de oud-leerlingenbond. Niet alles liep van een leien dakje.

Ik vond dat de broeders tijdens hun vorming buiten alle beslissingen werden gehouden aangaande henzelf en hun werk. Dat veroorzaakte misnoegdheid. Het bezoek van de algemene overste van de Sociëteit, p. Léon Volker, tijdens de dertigdaagse retraite te Heverlee in 1958, heeft echter veel plooien gladgestreken. Hij benadrukte dat volgens onze Stichter Kardinaal Lavigerie paters en broeders allen dezelfde roeping hebben, als missionaris, de kerk van Christus in Afrika op te bouwen.

  Staf Van de Velde

Homepagina | Contact | Overzicht van de site | | Statistieken van de site | Bezoekers : 946 / 610495

De activiteit van de site opvolgen nl  De activiteit van de site opvolgen Getuigenissen - Gebeurtenissen   ?    |    titre sites syndiques OPML   ?

Site gebouwd met SPIP 3.0.21 + AHUNTSIC

Creative Commons License