missionarissen van afrika
missionnaires d’afrique

L A V I G E R I E . be
Afrika

Afrikaanse demografie en migraties : tussen alarmisme en ontkenning

Christian Bouquet, Université Bordeaux Montaigne
zaterdag 12 mei 2018 door D.F. (Vertaling), Webmaster

ARCRE : The Conversation

Er zijn heel wat cijfers van de bevolking zoals deze van de onthouding in een democratische verkiezing : men kan deze doen zeggen wat men graag wil horen. Over de Afrikaanse demografie, is het spectrum zeer breed tussen degenen die met het schrikbeeld zwaaien van de “exponentiële groei” en degenen die zich verheugen over die jeugdigheid, symbool van de dynamica die op komst is. In dit debat, is de weg van de onderzoeker smal.

Problematische statistieken, maar die alle in dezelfde richting gaan

Natuurlijk, men zou er kunnen uitkomen bij gebrek, door te onderlijnen dat de meeste van de Afrikaanse statistieken betwistbaar zijn omwille van de moeilijkheden die men tegenkomt in talrijke landen om betrouwbare onderzoeken te leiden.

Wat niet wegneemt dat zelfs de lage vorken verheven zijn, en de curven van groei – minimaal, maximaal en middelmatig – altijd sterk stijgend zijn. Volgens The World Population Prospects : The 2017 Revision,, voortkomend van het departement van economische en sociale Zaken van de UNO, telt Afrika 1,256 miljard inwoners, tegen 640 miljoen in 1990. Zijn bevolking is dus bijna verdubbeld in een kwart eeuw.

Als men alleen de essentiële cijfers behoudt, noteert men dat het gemiddeld gehalte van vruchtbaarheid 4,7 kinderen per vrouw is (tegen 2,2 in Azië en 2,1 Latijns Amerika). Maar het bereikt 7,4 in Niger – wat Emmanuel Macron goed gelezen had - of nog 6,6 in Somalië en 6,3 in Mali. De piramide van de leeftijden toont een zeer wijde basis, daar 60 % van de Afrikanen minder dan 25 jaar zijn. Met dit ritme, is men van oordeel dat Afrika 1,704 miljard inwoners zal tellen in 2030, 2,528 miljard in 2050 en 4,468 miljard in 2100. Dus aan deze horizon 40 % van de wereldbevolking, tegen 17 % in 2017.

De moed van de voorlopers

Al deze gegevens zijn gekend en in het algemeen aanvaard, maar zij zijn dikwijls verborgen in het niet gezegde omdat zij een ongenoegen veroorzaken in de openbare opinies, en meer bepaald in de wetenschappelijke middens. Er is dus veel geduld nodig geweest en een zekere moed voor sommige auteurs, en ondermeer – vooral ? – in Frankrijk, om de alarmbel beginnen te doen luiden ondanks de afkeuring van talrijke onderzoekers.

Eén van deze voorlopers, Jean - Pierre Guengant, vatte zeer goed het twistgesprek samen in een artikel van het jaar 2011 mede ondertekend door de Belgische demograaf van de Wereldbank John F. May :

“Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog, stonden de neo-malthusianen en de developpementisten geweldig tegenover elkaar, vooral in de jaren 1960 en 1970. De eersten stelden de controle van de geboorten als een onontbeerlijke voorwaarde voor de ontwikkeling van de landen die toen gekwalificeerd werden als “onderontwikkeld”. Voor de tweeden, kon alleen een strenge politiek ten bate van de ontwikkeling toelaten aan de landen van het Zuiden om uit hun toestand te geraken, daar de socio-economische ontwikkeling het herleiden van hun vruchtbaarheid zou bewerken, vandaar de slogan : ‘de ontwikkeling is het beste contraceptief’ “.

Men herinnert zich de terugkerende kritieken geformuleerd – vooral in Europa – tegen de Population Council, geschapen door John D. Rockefeller III in 1952 en gefinancierd door zijn stichting, met de min of meer toegegeven bedoeling de contraceptie aan te moedigen in de “onderontwikkelde” landen.

Parallel, adopteren de onderzoekers en de politiekers, volgens Stephen Smith (La Ruée vers l’Europe, Grasset, 2017, p. 61), drie types van houding in de tweede helft van de XXe eeuw : wat hij met welwillendheid “de onoplettendheid” noemt (zeer weinig studiën waren gewijd aan de band tussen demografie en armoede ten zuiden van de Sahara), maar ook de ontkenning, en tenslotte de onhandigheid (wealth in people, de bevolking is een rijkdom).

“In de slaapkamer…”

Deze reacties blijven actueel, zoals men heeft kunnen vaststellen toen Emmanuel Macron verklaard heeft, aan de kant van de Topconferentie van de G20 in juli 1917 :

“Wanneer de landen nog zeven tot acht kinderen hebben per vrouw, dan kan u beslissen er miljarden euro’s aan uit te geven, u zal er niets stabiliseren.”

Buiten de verontwaardigde commentaren van zijn traditionele tegenstanders, laadde hij ook op zich de toorn van Angélique Kidjo :

“Het interesseert me helemaal niet dat een President, vanwaar hij ook komt, zou zeggen aan miljoenen (Afrikanen) wat zij moeten doen in hun slaapkamer”. (TV5 Monde, 10 september 2017).

Vanwege de ambassadrice van de UNICEF, toonde deze verklaring wel degelijk aan tot hoever het onbegrip zwaar bleef over de Afrikaanse demografische inzetten. Tevens, kon men begrijpen dat de vrees voor de stigmatisering heeft kunnen wegen op een groot aantal auteurs die bezorgd waren zich niet te zeer te marginaliseren tegenover de mainstream.

Een reeks misverstanden

In feite, betreft het eerste grote misverstand de demografische overgang, waarvan men het minste wat men kan zeggen betreffende het Afrika ten zuiden van de Sahara, erin bestaat dat deze nog onafgewerkt blijft, geblokkeerd op het einde van etappe 2, met geboortegehaltes die maar zeer langzaam dalen.

Beïnvloed (of niet) door de aanbevelingen van de Population Council, waren sommige landen zich bewust geworden van de noodzaak van politieken van familiale planning in te stellen, soms tamelijk snel zoals Kenia (1967) en Ghana (1970) soms met een beetje vertraging zoals Senegal en Nigeria (1988). Maar de meeste van deze sensibiliserings-campagnes mislukten tegenover de weerstanden van religieuze weerstanden en bij gebrek aan middelen, meer bepaald toen de programma’s voor het structurele in elkaar zetten de budgetten voor de gezondheid en de opvoeding uitdroogden.

Het tweede grote misverstand betreft het begrip van het demografisch divident, dat de publieke opinies dikwijls associëren met een gewaarborgd voordeel van zodra de zo genaamde actieve bevolking (begrepen tussen 20 en 65 jarigen) talrijker is dan de zogenaamde afhankelijke bevolking (minder dan 20 jarigen en meer dan 65 jarigen). Dat is klaarblijkelijk het geval in Afrika, maar de situatie is een strikkenzetter.

In zijn geciteerd werk, roept Stephen Smith Jean-Michel Severino (Le Temps de l’Afrique, Odile Jacob, 2010) en Serge Michaïlof (Africanistan, Fayard, 2015) op die, zo zegt hij :

“dapper de Afrikaanse piramide van de leeftijden hebben aangepakt, de eerste door het ‘adret’, met de hoop dat het continent zal genieten van een demografisch divident wanneer zijn talrijke jongeren een betaald werk zullen gevonden hebben en de tweede door het ‘ubac’, in de vrees dat dit niet zo spoedig zal gebeuren en dat het Afrika in crisis zich niet terugvindt in onze voorsteden.”

Hij had er moeten aan toevoegen in verband met het demografisch divident : werk in de formele sector.

Opdat de 30 miljoen jonge Afrikanen die elk jaar op de markt van het werk komen het demografisch divident winstgevend zouden maken, zou men even zoveel werkgelegenheden moeten scheppen in de formele sector, ’t is te zeggen 30 miljoen per jaar van nu tot in 2035. Waarom zijn wij zo zeker over deze cijfers ?
Omdat deze jongeren niet afhangen van het latent vermogen van de demografische projecties : zij zijn reeds geboren.

Zeker, men kan erin geloven, zoals de Afrikaanse Bank van ontwikkeling (BAD) of het Duitse ontwikkelingsinstituut (DIE), die denken dat een cijfer van de orde van 20 miljoen jaarlijks geschapen werkgelegenheden haalbaar is. Maar men kan daar ook aan twijfelen, al is het maar omdat geen enkel begin van dit proces actueel zichtbaar is in het Afrikaanse economisch landschap, dat verder breed blijft gedomineerd te worden door het informele. Dan riskeert de bekoring van de migratie sterk te zijn.

De onvermijdelijke uitlaatklep van de migratie

De hypothese van de uitlaatklep van de migratie is lange tijd beschouwd geweest als onnuttig alarmistisch, en de auteurs die erover durfden spreken op het einde van de XXe eeuw bleven zeer voorzichtig. Jean-Pierre Guengant zelf onderlijnde, vanaf 2002, dat het samengaan “van de massieve aankomsten op de markt van de werkgelegenheid van de landen van het Zuiden, die niet in staat zullen zijn deze in beslag te nemen, de gemakkelijke mogelijkheden van verplaatsing, de inlichtingen over de plaatsen van bestemming, enz.” onvermijdelijk zou leiden tot internationale migraties. Maar hij bleef op het terrein van de “ontwikkeling” en durfde zich (nog niet) wagen op het terrein van de demografie.

In 2015 (Africanistan), heeft Serge Michaïlof zich vrij gemaakt van de ontkenning, met het risico van de provocatie uitgestald in zijn ondertitel (“Gaat het Afrika in crisis zich terugvinden in onze voorsteden ?”). Bij het hernemen van de curven van de Afrikaanse demografie, herinnerde hij eraan dat indien men niets deed, op het vlak van de demografie en van de ontwikkeling, men zich blootstelde aan massieve migraties naar Europa. Surfend tussen de taboes, illustreerde zijn werk de engheid van de weg die zich actueel opent voor de onderzoekers, omdat zijn argumenten de zaak van het extreem rechts konden dienen – zij het onvrijwillig.

In zijn laatste verhandeling (La Ruée vers l’Europe, 2017), zeer goed gedocumenteerd en stevig geargumenteerd, gaat Stephen Smith nog verder. De vroegere journalist van Libération en van Le Monde, tegenwoordig leraaronderzoeker aan de Duke University (Verenigde Staten), etaleert de hoger vermelde cijfers (Afrika zal 2 miljard inwoners tellen in 2050) en vestigt een parallel met de Europese situatie in de XIXe eeuw : tussen 1850 en 1914, toen de bevolking van Europa overging van 200 naar 300 miljoen, emigreerden meer dan 60 miljoen Europeanen naar de Verenigde Staten (43 miljoen), naar Latijns Amerika (11 miljoen), naar Australië (3,5 miljoen) en naar Zuid Afrika (1 miljoen).

Op deze basis, doet Stephen Smith de hypothese dat een analoge migratiegolf tussen Afrika en Europa zulke proporties zou kunnen bereiken dat men 150 tot 200 miljoen Afro-Europeanen zou tellen in 2050. Voor hem, zou die massale beweging van bevolking dus geen uitzonderlijke gebeurtenis zijn in de geschiedenis van de wereld : het volstaat juist deze hypothese niet a priori te verwerpen, met het motief dat deze riskeert gewaaid te worden als een schrikbeeld door de Europese populisten.

In een debat openbaar gemaakt in februari door de Obs, werd Stephen Smits overigens geïnterpelleerd over dit onderwerp door Michel Agier met deze woorden : “Aan wie doet gij teken door dit te schrijven ? Wie jaagt gij vrees aan ?”

“Een deel van het lot van Europa speelt zich af in Afrika”

Alles is gezegd in deze twee vragen. Moet men schrik hebben om te schrijven, of moet men stilzwijgend voorbijgaan aan gegevens die men misschien zal betreuren, over tien of vijftien jaar, verborgen te hebben ? Moet men deze Gallup peiling (2016) veronachtzamen die aanwees dat 42 % van de Afrikanen met een leeftijd van 15 tot 24 jaar (en 32 % van de gediplomeerden van het hoger) verklaarden te willen emigreren ? Door aan zijn kroniek van 8 februari 2018 in Le Monde de titel te geven : “Een deel van het lot van Europa speelt zich af in Afrika”, heeft Alain Franchon wel zorg genomen eraan toe te voegen : “of we het zouden willen of niet”.

Het lijkt meer en meer duidelijk dat de Europese publieke opinies “het niet willen”, als men hierover oordeelt door de resultaten van de meest recente verkiezingen in Italië, in Polen, in Groot-Brittannië, in Nederland, in Frankrijk, in Duitsland, in Oostenrijk, in Hongarije. “De migratiecrisis heeft de Europese openbare opinie omgekeerd”, schrijft Sylvie Kauffmann (Le Monde) in haar kroniek van 7 maart 2018. En zij dringt verder aan een maand later : “Het identitaire rechts wordt mainstream. Het verdringt het klassieke rechts, en niet alleen maar in Centraal Europa.” (4 april 2018).

De Afrikaanse immigratie in Europa behandelen volgens haar juiste afmeting

Bijgevolg, moeten de onderzoekers die deze ideologie van verwerping niet delen het veld vrij laten aan de auteurs die deze “migratiebedreiging” tot hun theorie gemaakt hebben, door zich in te schrijven in het nakomelingschap van Jean Raspail, wiens werk Le Camp des Saints (Robert Laffont, 1973) het lievelingsboek geworden was van Steve Bannon, de antimigratie ex-raadgever van Donald Trump ? Wij hebben Bat Yé’or (Eurabia, Godefroy, 2006) en Renaud Camus (Le Grand Remplacement, bij de auteur, 2011) laten voorbijgaan zonder er een tegenlicht tegenover te stellen waardig van het Franse universitaire onderzoek in sociale wetenschappen.

In 1991 nochtans, had Jean-Christophe Rufin – boven elke verdenking in het huidige debat – ons verwittigd in L’Empire et les nouveaux barbares : een nieuwe limes was zich heimelijk aan het oprichten tussen een te rijk Noorden en een te arm Zuiden. In 2001, had hij benadrukt in de nieuwe uitgave van zijn waarschuwend boek op de noodzaak de zaken ronduit te bekijken. Maar, ook daar, hebben wij verkozen naar elders te kijken.

Zo moet de Afrikaanse demografie aangepakt worden in haar diepte en in haar geheel, zonder taboe, door eraan te herinneren dat twee van de actuele grote wereldmachten het vandaag ongetwijfeld niet zouden zijn als zij niet, ter gepaster tijd, een drastische bevolkingspolitiek zouden geleid hebben.

Zo ook, moet de Afrikaanse immigratie in Europa behandeld worden volgens haar juiste dimensie, door tegelijkertijd rekening te houden met alle becijferde parameters die eronder liggen, met de humanitaire verplichtingen die deze zijn van het ontvangend land, en met de socio-economische evenwichten die zonder passie op punt moeten worden gesteld. Dus door het vermijden van het alarmisme en van de ontkenning, en zonder te vrezen voor “de goedkeuring komende van de slechte kant”, aangestipt door Hans-Magnus Enzenberger (Culture et mise en condition, Le Goût des idées, 2012) in verband met de totalitaire denkschema’s.

Christian Bouquet, Chercheur au LAM (Sciences-Po Bordeaux), professeur émérite de géographie politique, Université Bordeaux Montaigne

This article was originally published on The Conversation. Read the original article.


Homepagina | Contact | Overzicht van de site | | Statistieken van de site | Bezoekers : 65 / 739895

De activiteit van de site opvolgen nl  De activiteit van de site opvolgen België  De activiteit van de site opvolgen Migranten   ?    |    titre sites syndiques OPML   ?

Site gebouwd met SPIP 3.0.26 + AHUNTSIC

Creative Commons License