missionarissen van afrika
missionnaires d’afrique

L A V I G E R I E . be

Waarom zijn er terroristische aanslagen in West Europa ?

Guy Bajoit – Prof. emeritus UCL
vrijdag 26 augustus 2016 door D.F. (Vertaling), Webmaster

April/Juli 2016

Begrijpen is noodzakelijk om te handelen, maar begrijpen is niet rechtvaardigen. De terroristische aanslagen zijn, ongetwijfeld, nooit te rechtvaardigen : ze grijpen ons hart aan van afschuw, van afkeer, van woede. Maar ze moeten eerst begrepen worden vooraleer men deze op een efficiënte wijze wil bestrijden.

Andere voorzichtigheid : mijn analyse betreft alleen maar de aanslagen gepleegd in West Europa. Er zijn terroristen in vele landen en gebieden van de wereld, maar, als men wil begrijpen waarom, moet men de specifieke contexten analyseren waarin deze opkomen. In de islamwereld, namelijk, worden deze contexten getekend door de onderontwikkeling van de betrokken landen (in Centaal Azië, in het Midden en Nabije Oosten, in Noord en Centraal Afrika) ; door de onbekwaamheid van de regeerders, die zich aan hun macht vastklampen, om deze Staten te beheren en zich hierbij bezig te houden met het algemeen belang ; door de rivaliteiten tussen de religieuze strekkingen aftakkingen van de islam ; door het imperialisme dat de westerse wereld heeft opgedrongen gedurende de kolonisatie en ook vandaag nog oplegt door andere middelen aan de bevolkingen, enz. … Ongetwijfeld vindt het terrorisme dat we in West Europa ondergaan op de eerste plaats zijn oorsprong in deze die – veel erger nog – een groot deel van de islamwereld teistert : daar bevindt zich ongetwijfeld de eerste oorzaak, maar dat is niet de enige, verre van daar.

Wat me hier interesseert, is alleen maar de redenen te begrijpen voor dewelke deze bijzonder onmenselijke vorm van politieke actie die het terrorisme is, beschouwd wordt als min of meer te rechtvaardigen door een deel (gelukkig maar een minderheid) van de Europese jongeren. Ik zou willen trachten te doen begrijpen aan deze minderheid van jongeren welke de oorzaken zijn van de terroristische aanslagen in West Europa, en hen ervan, zo nodig, te overtuigen, beroep te doen, om deze oorzaken te ontwortelen, op geweldloze methodes en die, bovendien, ook heel wat efficiënter zijn.

  Overzicht  

 DE VRAGEN

Om te begrijpen, moet men zich eerst enkele pertinente vragen stellen over de economische, sociale en politieke context van de westerse landen vandaag. Ik zal hier het voorbeeld nemen van België, maar ik denk dat ook andere landen zich in een situatie bevinden die min of meer vergelijkbaar is :

  • Waarom beschikt de politie niet over voldoende middelen in personeel en in materiaal om genoeg inlichtingen op te vangen, om de aanslagen te voorzien en de mogelijke terroristen te verhinderen tot de daad over te gaan ? Waarom moet men wachten dat catastrofen zich voordoen om haar die middelen te geven ?
  • Waarom is de rechtspraak verdronken onder stapels dossiers die zij noch de tijd noch de middelen heeft om deze te behandelen. ?
  • Waarom hebben de scholen niet voldoende onderwijzend personeel om op een correcte wijze hun leerlingen te omkaderen en hen op te leiden tot het burgerschap ?
  • Waarom ontbreekt het de openbare Centra van sociale hulp, in onze gemeenten, aan personeel en financiële middelen om de families te helpen die er nood aan hebben ? Waarom beschikken zoveel families, meer bepaald van inwijkelingen, niet over voldoende bestaansmiddelen ?
  • Waarom is de toegang tot sociale hulpmiddelen moeilijker voor de werklozen, de inwijkelingen et andere uitgesloten personen ? Waarom zijn er meer en meer bedelaars in de straten van onze steden ?
  • Waarom zijn er tientallen NGO’s – waarvan de rol erin bestaat te informeren, de publieke opinie te sensibiliseren, jongeren op te leiden – die in de vrees leven de subsidies te verliezen die de Staat alsmaar moeilijker toekent ?
  • Waarom wordt de televisie verplicht, om over voldoende financiële inkomsten te beschikken, alsmaar meer publicitaire aankondigingen op te nemen, die de televisiekijkers lastig vallen en vervelen ?

 EEN ANTWOORD IN VIJF PUNTEN

Deze vragen – en nog zoveel andere die niet rechtstreeks in betrekking staan met het onderwerp van deze tekst – hebben alle een gemeenschappelijk antwoord, dat bijna nooit geformuleerd wordt in de grote media.

  1. De openbare en sociale diensten missen inkomens omdat de Staat budgettaire besparingen moet doen : hij moet de soberheid beleven. Wanneer hij verlieslatend zou zijn, zou hij gesanctioneerd worden door de Europese commissie. Dus, doet hij zware afsnijdingen in zijn uitgaven, meer bepaald in de sociale en openbare uitgaven. Maar waarom die versobering van het budget ?
  2. Omdat de uitgaven van de Staat gefinancierd worden belastingen of door leningen, en dat deze, zoals onze politici niet ophouden te herhalen, “de competitiviteit verminderen van onze ondernemingen op de internationale markten”. Indien deze niet voldoende competitief zijn, verliezen zij markten, gaan ze failliet, fusioneren ze, en/of verplaatsen zij hun activiteiten. Vandaar : nog meer werkloosheid, ongelijkheid, uitsluiting. Maar waarom die competitiviteit ?
  3. Omdat het neoliberale model, dat de economie in het Westen en in de wereld beheerst, de ondernemingen verplicht tussen elkaar in concurrentie te blijven. Sinds de jaren 1975-80, is het protectionistische model, dankzij hetwelk de Staten de economie regelden, verlaten geworden ten voordele van een terugkeer naar de vrije uitwisseling van goederen, van diensten, van kapitalen en van inlichtingen (maar niet van personen). Maar waarom die terugkeer naar het liberalisme ?
  4. Dit economisch systeem is gewild geweest door een nieuwe dominante klasse, die haar plaats genomen heeft in de westerse wereld sinds de jaren 1970-75 en die de opvolgster is van de industriële burgerij. Wie is zij ? De investeringsfondsen, de banken, de speculanten, de aandeelhouders van de multinationale bedrijven : degenen die elk jaar samenkomen in Davos. Zij worden bijgestaan door managers (PDG), door notatieagentschappen, door agentschappen van technische vernieuwing, door publiciteitsagentschappen en door de grote internationale organisaties (FMI, OMC, OCDE…). Maar waarom hebben zij dit model gekozen ?
  5. Omdat de doorgedreven concurrentie, aan allen opgelegd, het meest zekere middel is, voor de rijkste leden van deze klasse, om rijker en rijker te worden : de meest competitieve hebben er belang bij dat de Staten alle vormen van regeling van de markten wegwerken die het protectionistisch model had ingesteld. Deze ontregeling laat hen toe al degenen weg te werken die minder competitief zijn dan zijzelf en zo de rijkdom in hun handen te concentreren. Hun hoofddoel (zo niet hun enig doel) bestaat er in hun kapitalen vruchten te doen dragen : zij willen meerwaarden realiseren van 15 tot 25 % per jaar (hun kapitaal verdubbelen in vijf jaar). Het is waar dat deze competitie de technische vooruitgang stimuleert, want het zijn zeker degenen die het meest vernieuwen die ook de meest competitieve zijn. Maar zij offert de sociale vooruitgang op op het altaar van de technische vooruitgang, namelijk door de Staten te dwingen hun openbare uitgaven te verminderen. Het neoliberale credo is dus een ideologische leugen : het is vals te bevestigen dat “de som van de individuele belangen uiteindelijk zorgt om tot het algemeen belang te komen”.

Homepagina | Contact | Overzicht van de site | | Statistieken van de site | Bezoekers : 221 / 651949

De activiteit van de site opvolgen nl  De activiteit van de site opvolgen België  De activiteit van de site opvolgen R+V   ?    |    titre sites syndiques OPML   ?

Site gebouwd met SPIP 3.0.26 + AHUNTSIC

Creative Commons License