missionarissen van afrika
missionnaires d’afrique

L A V I G E R I E . be

“Het goddelijke is van de orde van het werkwoord”

Delphine Horvilleur : L’Appel Nr 416 April 2019
zondag 31 maart 2019 door D.F. (Vertaling), Webmaster

Het antisemitisme duikt weer op in talrijke uitspraken en daden. Delphine Horvilleur, een Franse rabbijn van de liberale joodse Beweging, denkt dat het onmogelijk is dit weg te werken. Men moet eerder wapens geven om zich ertegen te beveiligen. Zij ontwikkelt deze gedachte in een pertinent essay, “Réfléxions sur la question antisémite” (Overwegingen over de antisemitische kwestie), dat zij voorgesteld heeft aan de micro van Pascal Claude in de uitzending “Et Dieu dans tout çà” (En God in dat alles).

- Het Hebreeuws volk zou het “uitverkoren volk” zijn. Ziedaar wat veel inkt heeft doen vloeien en de antisemieten ophitst. Dat is wat gij “de verkiezingstrijd” noemt terwijl ge preciseert dat de Bijbel aanduidt dat God banden weeft met andere volken en niet alleen met Israël. En deze uitleg wordt zelfs gezongen in de synagogen !

  • - In de synagoge, telkens wanneer men een uittreksel leest van de Thora waarin God in verband met het volk van Israël zegt : “Ge zult heiligen zijn omdat ik heilig ben, ik de Eeuwige”, leest men tegelijkertijd een ander uittreksel. Daarin, spreek de Eeuwige door de mond van de profeet Amos en zegt : “Gij, volk van Israël, gij zijt voor mij zoals het volk van Kaphtor en van Kush.” Deze tekst geeft hierbij te verstaan dat de Eeuwige ook een relatie had met de buurvolken van Israël. Aanvaarden dat de andere een zegening gekregen heeft die niet de mijne zou zijn, dat lijkt me belangrijk dit vandaag te horen in een tijd van bekoringen van algehele gelijkheid, ja soms zelfs van extreem egalitarisme. Het beste voorbeeld daarvan is de familiale structuur. De spanning die bestaat in een broederschap tussen broers en zusters heeft dikwijls te maken met het feit dat het niet gemakkelijk is te aanvaarden dat mijn broer of mijn zuster een verschillende zegening zou gekregen hebben dan de mijne. Dat is een onderwerp van jaloersheid. Maar groter worden en de vrede sluiten met zijn broeders en zusters, dat sluit dikwijls in dat men aanvaardt dat de ouder – in dit geval God in de teksten – niet dezelfde zegening zou gaan geven aan iedereen en dat men daarmee kan leven.

- Wat heeft God geopenbaard aan het uitverkoren volk ? Het zou mogelijk zijn dat het een stilte zou zijn…

  • - Dat is het in elk geval wat een zeker aantal joodse mystiekers onderzoeken, degenen die men kabbalisten noemt. Sommigen gaan zelfs zeer ver en stellen zich de vraag wat wij wel goed hebben kunnen horen die dag op de Sinaï berg. Zij gaan zelfs tot voor te stellen dat het eerder over een gerucht zou gaan dat de menselijke stemspleet maakt die zich gereed maakt om te spreken. Men zou dat misschien kunnen vertalen door te zeggen dat de openbaring, dat is, voor het menselijk wezen, de mogelijkheid om te zeggen, te spreken. Een mogelijkheid, een misschien die van de orde is van wat men nog zou kunnen horen, nog luisteren, nog interpreteren vertrekkend vanuit de tekst.

- Wanneer ge uzelf de vraag stelt wat het betekent een jood te zijn, dan schrijft gij : “Ik geloof niet dat mijn judaïsme uiterst bepaald zou zijn door wat het antisemitisme ervan gemaakt heeft.” Zou dit willen zeggen dat het antisemitisme, althans ten dele, uw judaïsme bepaald heeft ?

  • - Ontegensprekelijk ! Ik geloof dat het judaïsme zich heeft moeten opbouwen, op een samengaande manier, ook tegenover die haat die het antisemitisme is. Een haat waarvan het het slachtoffer was. Dat alles heeft ertoe bijgedragen een identiteit op te bouwen, altijd in beweging, maar ook een zekere verhouding met de teksten, met de macht en met de onmacht. Het feit dat het judaïsme zich zou opgebouwd hebben gedurende duizenden jaren met een vorm van onmacht heeft er een bijzondere kracht aan gegeven om de tegenstand te trotseren. Maar ik geloof ook dat de jood niet helemaal bepaald wordt door de blik van het antisemitisme en van de antisemiet. Het is onmogelijk te antwoorden op de vraag van wat het is jood te zijn. Ik heb het zeer moeilijk het hart van deze identiteit te definiëren.

- Een rabbijn die het judaïsme niet weet uit te leggen, dat is verwonderlijk !

  • - De rabbijnen weten niet alles. Voor mij, is het hart van de joodse identiteit een non-identiteit. Een ondefinieerbaar dat nooit aan een definitie zal beantwoorden, aan iets definitiefs. Voor sommigen, jood zijn dat is deel uitmaken van een volk. Voor anderen, is dat op een bepaalde manier leven, een bepaalde godsdienst pratikeren, een bijzondere geschiedenis hebben…

- Heeft dat zin te spreken van ‘joodse gemeenschap’ ?

  • - “Gemeenschap” is een woord dat ik zelden gebruik. En, als ik het doe, dan zet ik noodzakelijk aanhalingstekens. Want ik weet niet goed meer wat dat woord wil zeggen vandaag. Een oud mop vertelt dat, als je twee joden hebt, dan zal je drie opinies hebben. Ik van mijn kant, ik zou zelfs meer dan dat zeggen. In werkelijkheid, niemand definieert zijn judaïsme op dezelfde wijze. Sommigen spreken van geschiedenis, anderen van afstamming, nog anderen van praktijk, en sommigen helemaal niet. Ik geef me er rekenschap van in de interreligieuze dialoog of in een meer christelijke omgeving, waar de godsdienst een zaak is van veel geloof of van geloofswaarheden. Dat is helemaal niet het geval in het judaïsme. Talrijke joden zouden zich absoluut niet definiëren als gelovigen, maar wel zeer sterk als joden. En, waarlijk, ik daag om ’t even wie uit me te zeggen wat dat eens en voor goed wil zeggen jood te zijn. De beste zaak die men hierover kan zeggen is dat de volgende jood het zal zeggen. Op dezelfde wijze dat onze teksten niet geëindigd zijn te spreken, dat, in de joodse traditie, de interpretatie continu is, en dat de volgende generatie de teksten nog zal doen spreken. Hetzelfde geldt voor de joodse identiteit.

- Wat kunt gij me zeggen of gij gelovige zijt ?

  • - Ik ga ongetwijfeld de kwestie nogmaals omzeilen want men zou eerst akkoord moeten zijn om dit woord te verstaan. Als ge denkt dat dit wil zeggen dat ik geloof in de equivalent van een God die op dit ogenblik mijn gebaren zou observeren. Een God die me eventueel straffen zou toesturen voor mijn daden, of beloningen als bezoldiging van mijn goede daden… Dan, daar, zou ik zeggen van neen. Ik geloof niet in die God. Ik geloof in de menselijke mogelijkheid in de continuïteit iets transcendents te interpreteren en te ontmoeten in wat sommigen God zullen noemen. Van het transcendente in de teksten, en in de menselijke mogelijkheid ‘nog te doen zeggen’. Al ben ik een rabbijn, zelfs met het woord God, ben ik niet altijd op mijn gemak. In het Hebreeuws, bijvoorbeeld, de naam van God, die men niet mag uitspreken, die men niet kan uitspreken, is een werkwoord. Het is geen naam. Persoonlijk, herken ik mezelf meer in de gedachte dat het goddelijke van de orde van het werkwoord is en niet van de naam. In de zin waarin hij een actie beschrijft, een zekere manier in de wereld te zijn of te handelen, veel meer dan een staat of een persoon, iemand die ik zou kunnen benoemen. Dat is niet substantifiëren, het is van de orde van het werkwoord, dus van de daad. Voor mij, bestaat er een mogelijkheid voor onze daden iets transcendents te tonen en iets sacraals in onze levens. Maar, vanaf het ogenblik dat men de woorden of de bepalingen gebruikt, zelfs als men spreekt van God, dan wordt het zeer ingewikkeld…
  Uittreksel van de uitzending Et Dieu, dans tout ça ?
uitgezonden op zondag 13 januari 2019
op RTBF La Première.
Gesprek opgevangen door Pascal CLAUDE

Bron : L’Appel - Nr 416 April 2019

Delphine HORVILLEUR, Réflexions sur la question antisémite , Paris, Grasset, 2019. Prijs : 17,30 euro – Via L’Appel : -5% = 16,44 Euro


Homepagina | Contact | Overzicht van de site | | Statistieken van de site | Bezoekers : 4 / 800740

De activiteit van de site opvolgen nl  De activiteit van de site opvolgen België  De activiteit van de site opvolgen Dialoog   ?    |    titre sites syndiques OPML   ?

Site gebouwd met SPIP 3.0.28 + AHUNTSIC

Creative Commons License