missionarissen van afrika
missionnaires d’afrique

L A V I G E R I E . be

Lignes de fracture N°63 Breuklijnen

Septembre - September 2012
samedi 29 septembre 2012 par J.V.

 HIJ GAF ZIJN LEVEN VOOR DE MINDERHEDEN IN PAKISTAN

Shahbaz Bhatti werd op 2 maart 2011 vermoord als Federale Minister voor Minderheden in Pakistan. Zijn afwezigheid wordt tot op vandaag sterk aangevoeld. De minderheden in Pakistan konden ongeacht hun geloofsovertuiging op hem rekenen bij allerlei vormen van onrecht en achterstelling. Shahbaz Bhatti stond ook bekend voor zijn strijd tegen de blasfemiewetten. Deze wetten worden vaak misbruikt tegen minderheden die een andere mening huldigen dan het fanatieke discours van bepaalde fundamentalistische strekkingen in Pakistan.

Als student richtte hij reeds in 1985 het Christian Liberation Front op ter verdediging van de rechten van de christelijke minderheid. Enkele jaren later hielp hij mee aan de oprichting van de All Pakistan Minorities Alliance , een organisatie die het opneemt voor alle minderheden in Pakistan. In 2002 werd hij unaniem gekozen tot voorzitter van deze organisatie. Door toedoen van de Vlaamse kapucijnen is hij in die periode op bezoek gekomen bij onze vredesbeweging in Antwerpen. Ik heb hem toen ervaren als een zeer integer man met een sterke inzet voor wie niet tot zijn recht kwam in zijn land.

Op 2 november 2008 werd hij onverwacht benoemd in de federale regering van Pakistan, belast met de zorg voor alle minderheden. Het was de eerste keer in Pakistan dat iemand dergelijke functie kreeg. Toen hij deze benoeming ontving, zei hij : « Ik aanvaard deze post voor de zaak van de verdrukte, achteruitgestelde en gemarginaliseerde Pakistani ». Als minister voor de minderheden nam hij meerdere initiatieven tot steun aan de godsdienstvrijheid en de interreligieuze dialoog, de gelijkwaardigheid en de sociale rechtvaardigheid voor alle Pakistani zonder onderscheid.

Reeds vanaf 2009 werd hij met de dood bedreigd. Hij liet toen op een video registreren : « Ik geloof in Jezus Christus die zijn leven voor ons gaf. Ik ben gereed om te sterven voor de zaak die mij is toevertrouwd. » Op 42-jarige leeftijd werd hij door een gewapend commando gedood. Volgens ooggetuigen werd zijn wagen in een buitenwijk van Islamabad tegengehouden. Daarna werden zijn medepassagiers uit de wagen gesleurd en werd hij met kogels doorzeefd. De daders lieten een briefje achter dat hij werd omgebracht wegens zijn protest tegen de blasfemiewetten.

Als overtuigd christen liet hij dit getuigenis na :

"Als man van het volk wil ik Jezus dienen.
Deze toewijding maakt mij gelukkig.
Ik zoek geen populariteit, ik wil geen machtsposities.
Ik wil slechts een plaats aan de voeten van Jezus.
Ik wil dat mijn leven, mijn karakter, mijn daden voor mij spreken
en uit zichzelf uitdrukken dat ik Jezus Christus volg in alles wat ik doe."
Jo Hanssens, voorzitter van Pax Christi Vlaanderen
in Vierend & Bezinnend, Vredesweek 2012

 LE PRÉSIDENT OBAMA ET L’ISLAM

Le 25 septembre, le président Barack Obama a prononcé, devant l’ONU, un discours rompant avec la tradition, car il fut presque entièrement consacré aux tensions avec le monde musulman.

« Ceux qui s’indignent de voir le prophète Mahomet calomnié doivent aussi s’indigner quand les représentations du Christ sont souillées, les églises sont détruites ou l’Holocauste est nié » a ainsi déclaré en substance Barack Obama.
Citant Chris Stevens en exemple - le consul des Etats-Unis assassiné le 11 septembre, à Benghazi, en Libye -, parce que cet homme, qui aimait l’Afrique du Nord, parlait l’arabe et était proche des gens, « incarnait le meilleur de l’Amérique », le Président a plaidé pour davantage de compréhension et de respect mutuels entre les Etats-Unis et le monde musulman. « L’avenir doit être façonné par des gens comme Chris Steven, pas par ses assassins », a-t-il insisté, en appelant la communauté internationale à s’unir contre l’extrémisme et le terrorisme.

Qualifiant la vidéo islamophobe de « répugnante », M. Obama a estimé qu’elle n’était pas une insulte seulement au monde musulman, mais aussi à l’Amérique, un pays qui a construit son histoire sur l’accueil de gens de races et de religions différentes. Le Président a, cependant, désavoué les violences que le film avait inspirées, en assurant que les chrétiens toléraient, quant à eux, le blasphème au nom d’un droit aussi fondamental que celui de pratiquer sa religion : la liberté d’expression.

« J’accepte moi-même d’être tous les jours traité de tous les noms, et je défendrai toujours le droit de le faire », a remarqué Barack Obama en se permettant un rare trait d’humour. Et d’en conclure : « La meilleure arme contre un discours offensant, ce n’est pas la répression. C’est davantage de discours. »

Tout en sachant qu’il y aura toujours des gens pour s’opposer aux progrès de l’humanité et des régimes politiques pour soutenir des dictateurs, le Président s’est félicité de la leçon donnée par les Libyens qui ont exprimé leur tristesse après la mort de l’ambassadeur Stevens et ont remplacé leur photo par la sienne sur Facebook. « Ce qui me donne le plus d’espoir, ce ne sont pas les actes /…/ des dirigeants politiques ; ce sont les gens ».

Philippe Paquet,
envoyé spécial à New York,
in La Libre Belgique, 26-09-2012
HET GAAT NIET OVER RESPECT VOOR RELIGIE

« Moslims moeten consequent zijn : als ze niet willen dat men heiligschennis pleegt tegen hun religie, dan moeten ze dat zelf niet doen naar andere religies en tradities toe.

Als ze niet bereid zijn deze conclusie te aanvaarden, dan komt de eis van de protesterende moslims in feite hier op neer : de wereld moet hen behandelen als een uitzonderlijke religieuze gemeenschap, gelijk aan geen en superieur aan allen. Natuurlijk geloven zij dat dat het geval is. Net daarom is die overtuiging onaanvaardbaar voor de rest van de wereld. Het hele debat gaat noch over ’respect voor andere religies’, noch over ’de vrijheid van meningsuiting’. Het gaat erover dat een religieuze groep, die zichzelf superieur acht aan alle anderen, eist dat heel de wereld de waarheid van deze overtuiging zou onderschrijven. Wie is bereid om dat te doen ? Ik in ieder geval niet. »

Saligram Narayanrao Balagangadhara, directeur van het India Platform
en hoofddocent vergelijkende cultuurwetenschap, UGent,
in De Standaard van 19 september 2012.
</

Mots-clés

Accueil | Contact | Plan du site | | Statistiques du site | Visiteurs : 942 / 982030

Suivre la vie du site fr  Suivre la vie du site Belgique  Suivre la vie du site J.P.I.C.   ?    |    titre sites syndiques OPML   ?

Site réalisé avec SPIP 3.0.28 + AHUNTSIC

Creative Commons License