missionarissen van afrika
missionnaires d’afrique

L A V I G E R I E . be

Pater Jaak Van Dyck

maandag 9 oktober 2017 door Jef Vleugels
  In het ziekenhuis te Genk is onze confrater
 
Jaak Van Dyck


op zondag 8 oktober 2017 na enkele dagen palliatieve assistentie, overleden.

Jaak werd op 11 november 1925 geboren te Meeuwen in de provincie Limburg, toen nog deel van het bisdom Luik. Vader was landbouwer maar ook gemeentesecretaris. Jaak begon de klassieke humaniora in het college te Bree maar stapte voor de laatste twee jaren over naar het Klein seminarie van Sint-Truiden. In september 1944 trad hij in bij de Witte Paters te Boechout. Hij schreef daarvoor - en dat is typisch voor Jaak – de kortste aanvraagbrief (eigenijk maar een visitekaartje) die ooit in de archieven werd gevonden. In september 1946 volgden het noviciaat te Varsenare en de theologie te Heverlee, waar hij op 22 juli 1950 zijn missionaire eed aflegde en op 25 maart 1951 priester werd gewijd. Zijn professoren spreken zeer positief over hem: Jaak is een ernstige werker, een man van plicht, toegewijd, een voorbeeld van godsvrucht. Geen grote intellectueel, maar veel gezond verstand en een evenwichtig oordeel. Geen leiderstype, maar een aangenaam en hartelijk karakter. Hij is zeer praktisch aangelegd. Maar hij zou zijn grote schuchterheid moeten overwinnen...

Na het volbrengen van zijn legerdienstverplichtingen in het kader van de universiteit van Leuven, vertrekt Jaak op 23 maart 1952 naar Burundi, meer bepaald naar Rumeza, toen nog in het vicariaat van Gitega. Hij wordt belast met de scholen. Een jaar later is hij in Gitwenge. Hij heeft goed Kirundi geleerd, maar, zo schrijft pater Hellemans, regionaal, „zoals alle jonge Vlaamse confraters maakt hij fouten in ’t Frans”. In april 1953 wordt hij econoom en directeur van de scholen te Rusengo. Zijn confraters appreciëren hem en „hij slaagt in wat hij onderneemt” (A. Van Hoof, regionaal). In juni 1956 keert Jaak terug naar Gitwenge, een tamelijk afgelegen post, waar hij met succes zijn eerste bouwwerken realiseert. Tijdens zijn verlof in 59-60 volgt hij de grote retraite in Jeruzalem, waarna hij schrijft: „Voor mijn komende benoeming leef ik 100% in heilige onverschilligheid”. In maart 1960 gaat hij voor enkele maanden naar Kisuru, maar keert in augustus terug naar Rumeza. Pater Thévenon, regionaal, schrijft: „Jaak is een goeie kerel die het kan maken in gelijk welke situatie en met welke confrater ook. Een benoeming in een grote missie zegt hem niets, hij verkiest een broussepost”. Ondertussen is in 1961 het bisdom Bururi gesticht met Mgr. Martin. In juli 1963 wordt Jaak er in Mpinga benoemd. Jaak is nu volop gelanceerd. Hij bouwt een citerne, drie scholen, de kerk en het klooster van de zusters. Hij bloeit open, is meer zelfzeker, altijd welgezind, vriendelijk en kalm. Hij gaat op schoolkapel als het zijn beurt is en laat zich niet opslorpen door het materiële. Alhoewel, preken en conferenties geven is nooit zijn sterke kant geweest. In juni 1965 wordt hij overste te Bururi, een jaartje later te Rutovu. In die periode schrijft hij naar pater Plessers, provinciaal van België: „Morgen beginnen we de grote doopondervragingen. We zullen dus weer speciale theologie te horen krijgen en proberen niet te streng en niet te breed te zijn...” Die droge humor, ook typisch Jaak.

Hij blijft in Rutovu tot in 1969. Dan wordt hij voor enkele maanden naar Butwe gezonden omwille van de bouwwerken en keert dan terug naar Mpinga als verantwoordelijke. De benoemingen volgen zich op: Butwe (1974), Martyazo (1978). In december 1981 schrijft hij naar de provinciaal van België: „Ze zijn hier weer bezig met buitengooien, weer in ons bisdom, bijna al onze paters Xaverianen, een heel dekenaat, vier parochies van de twaalf, alle paters en broeders. Hier in Martyazo doen wij dapper voort...” Op 30 september 1984 ondergaat hij met andere confraters hetzelfde lot en wordt hij het land uitgestuurd. In overeenstemming met de regionale oversten van Burundi en Rwanda beslist hij naar Rwanda te vertrekken indien de toestemming om naar Burundi terug te keren zou uitblijven. In afwachting verblijft Jaak in onze gemeenschap van Genk en profiteert van wat sabbattijd. De Burundese regering weigert echter op haar beslissing terug te keren en in maart 1985 beslist de Algemene Raad te Rome Jaak officieel in Rwanda te benoemen.

Op 17 oktober 1985 komt Jaak aan in Rwanda en kan aan de slag in Muramba, in het bisdom Nyundo (Rwanda). De overschakeling naar het Kinyarwanda vlot moeizaam. In september 1987 zend men hem naar het bisdom Cyangugu, de parochie van Mwezi. Deze parochie grenst aan Mabayi in Burundi, maar contacten zijn er niet veel. Wel op gemeentelijk vlak: hij schrijft „Laatst waren hun notabelen hier op gemeentebezoek : 5 echte Tutsi”. „Mwezi is nog een echte broussemissie; 600 doopsels in de paasmis; deze zomer twee succursaalkerken te bouwen en een brug”. Op de vraag of hij nog bereid zou zijn naar Burundi terug te keren, antwoord hij dat hij dat wel zou aanvaarden, maar dat zijn hart niet meer daar is. Eens op verlof in 1989 – min of meer definitief - aanvaardt Jaak hulp-econoom te worden in Genk. Zijn antwoord in telegramstijl luidt: „Benoeming goed ontvangen; heb nog nooit een geweigerd; zal er ook nu niet mee beginnen. Ben dus akkoord”. In augustus 1991 sterft Jaaks moeder op 91-jarige leeftijd. Jaak vertrekt naar Antwerpen om op de prokuur mee te helpen bij de verzendingen. Er wordt wel gepoogd vanuit Burundi om hem terug te krijgen. Zelfs Mgr. Makarakiza komt persoonlijk tussen, wat Jaak serieus ontreddert. „Heb er slecht van geslapen; voor mij een heel moeilijke beslissing”. Een klare beslissing van pater Huybrechts, provinciaal, na overleg met Jaak, sluit de zaak af. Na een tiental jaren nederige dienst van bestellingen ophalen, pakjes maken, koffers laden en toesnoeren, adressen schilderen, trekt Jaak terug naar Genk, vanwaar hij nog met de fiets naar Meeuwen kan bij broers en zus; enkele maanden later, in april 2010, verhuist hij naar het W.Z.C. St-Jozef te Munsterbilzen.

In het begin gaat alles goed. Hij is een verwoed kaartspeler, die trouwens vaak wint. Hij krijgt regelmatig bezoek van zijn familie. Maar hij heeft meer en meer last van zijn maag en eet hoe langer hoe minder. Tweemaal wordt hij opgenomen wegens uitputting. Langzaam gaat Jaak achteruit. Eerst komt de rollator, daarna de rolstoel. Tot tweemaal toe denkt men dat het einde nabij is. Hij kan nog maar enkel vloeibaar voedsel nemen, spreekt moeilijk, hoort slecht, ziet en hoort bijna niet meer. Een tiental dagen geleden werd Jaak opgenomen in het ziekenhuis te Genk en is daar verleden zondag overleden. Hij ruste in vrede.

  De uitvaartliturgie zal plaats hebben in de kapel van het W.Z.C. St-Jozef, Appelboomgaardstraat 8, 3740 Munsterbilzen op donderdag 12 oktober om 10.30 uur, waarna de begrafenis te Varsenare te midden van zijn confraters.

Concelebranten brengen albe en witte stola mee.

 

De confraters volgen de familie naar de koffietafel. Gelieve hiervoor de secretaris van de Sector te verwittigen vóór woensdag middag : secretariat@mafr.be
Dank u wel.

 
Jef Vleugels
 

Homepagina | Contact | Overzicht van de site | | Statistieken van de site | Bezoekers : 75 / 635033

De activiteit van de site opvolgen nl  De activiteit van de site opvolgen Onze overledenen   ?    |    titre sites syndiques OPML   ?

Site gebouwd met SPIP 3.0.26 + AHUNTSIC

Creative Commons License