missionarissen van afrika
missionnaires d’afrique

L A V I G E R I E . be

Pater Herman Bastijns

donderdag 30 augustus 2018 door Jef Vleugels
  Hier wat meer gegevens over onze onverwacht overleden confrater
 
Herman Bastijns


Herman werd op 13 januari 1936 geboren te Hasselt in de provincie Limburg, waar zijn vader, beroepsmilitair en majoor in het Belgisch leger, tijdelijk werkzaam was. Daarna keerde de familie terug naar Bonheiden. Herman volgde de klassieke humaniora aan het Sint-Romboutscollege te Mechelen. In september 1954 trad hij in bij de Witte Paters te Boechout, deed vervolgens zijn noviciaat te Varsenare en theologie te Heverlee. Op 2 juli 1960 legde hij er zijn missionariseed af en werd op 2 februari 1961 priester gewijd. Volgens zijn toenmalige begeleiders beschikt Herman over een klare en diepe geest; hij is weetgierig, een grote werker, maar verstrooid. Hij is muzikaal begaafd, speelt piano, orgel en guitaar. Hij is fijngevoelig, delicaat, gedistingueerd maar toch eenvoudig. Hij heeft een aangenaam karakter, is vlot in omgang, altijd klaar om dienst te bewijzen. Hij ziet altijd het positieve in de andere. Zijn gezondheid is eerder aan de zwakke kant. Men ziet hem als een toekomstig professor en opvoeder. Herman wordt dan ook naar Rome gestuurd, waar hij aan de Gregoriana een licenciaat behaalt in wijsbegeerte en anthropologie. In 1963 trekt hij naar Parijs om Emmanuel Mounier te bestuderen. Nog altijd dienstplichtig, wordt Herman legeraalmoezenier van de kazernen te Vilvoorde. „Zijn toewijding aan diegenen die hem waren toevertrouwd was grenzeloos”, schreef de Opperaalmoezenier, Mgr. Cammaert. In 1966 legt hij de laatste hand aan zijn doctoraatsthesis over Mounier. In september 1966 wordt hij verantwoordelijke benoemd van ons philosophicum te Leuven. „Professeur enthousiaste, cent pour cent pour les jeunes et bien vu d’eux”, noteerde provinciaal Plessers.

In juli 1968 vertrekt Herman naar het toenmalige Opper-Volta. Hij begint in Réo, bisdom Koudougou. Hij werkt zich in de taal en de cultuur in. „Ik heb veel van hun mondeling overgeleverde verhalen over God en de oorsprong van de wereld gebruikt in de pastoraal. Zij hadden hun eigen Oud Testament”, schrijft hij. Hij lanceert de „mouvement des scouts ruraux” waarvan het concept op nationaal niveau zal gevolgd worden. In 1972 roept de Provincie hem terug als verantwoordelijke van de eerste cyclus te Leuven, die dat jaar zeven kandidaten telt. Hij is ook actief in de studentenparochie en in de missieanimatie. Na een jaar vraagt hij nochtans te mogen terugkeren naar Afrika „pour rester missionnaire à temps plein”, wat hem wordt toegestaan (men verwachtte dat jaar slechts twee of drie kandidaten). Na het preken van enkele retraites in Algerijë, wordt Herman begin 1973 pastoor te Tenado, ’een dochter van Reo’. In het noorden van de parochie bevinden zich de Gourounsis die allang in massa bekeerd zijn tot het kristendom. Herman wil zich vooral bekommeren over de Nebwa in het zuiden, die nog nooit bekeerd zijn en waarvan geen enkele pater de taal spreekt. Hij lanceert de basisgemeenschappen in zijn parochie. In 77-78 onderwijst Herman filosofie op het Grootseminarie Saint-Jean te Ouagadougou. Jean Longin, provinciaal, schrijft :„C’est un confrère transparent, sincère, vivant, agréable, avec qui on sort toujours enrichi d’un entretien. Il a le don de l’écoute et sait placer le mot qui convient au moment voulu”.

In mei 1978 moet Herman om gezondheidsreden naar België. Tijdens de sessie/retraite in 1979 te Jeruzalem moet hij worden gehospitaliseerd. Zijn verblijf in België wordt dan ook verlengd en hij vervoegt de gemeenschap van Varsenare. In die periode geeft hij bezinningsdagen voor de jeugd, onder anderen in Zellaar en Hofstade, waarop hij zeer enthousiaste reacties kreeg : „Jij hebt ons zoveel dichter gebracht bij jouw God” – „Ik mag oprecht zeggen dat uw woorden over Jezus mij geraakt hebben” – ’Ik denk dat onze klas er nog lang vruchten zal van dragen".


Op 1 september 1981 wordt Herman rector van het Grootseminarie Notre-Dame d’Afrique (onze eerste cyclus) van de Ruzizi (Bukavu). „Ik mag zwarte Witte Paters maken” zei hij glimlachend en fier aan een vriend in België. Belangrijk voor hem is het apostolaat dat de candidaten iedere zaterdag verrichten in de armste wijken van de stad en in de gevangenis. In 87-88 mag hij een sabbatjaar nemen. Hij volgt een spirituele vorming van drie maanden – dertigdaagse retraite inbegrepen – in het Verenigd Koninkrijk, zet zich aan het herlezen van gans de Bijbel, volgt een sessie over begeleiding bij de jezuïten in Clamart en verblijft een maand bij de Focolari te Luppiano. In april 1989 sterft zijn moeder. Herman wordt benoemd te Kahangala (Tanzania) en een schooljaar later in de eerste cyclus van Kossogen (Burkina Faso), waar hij deel uitmaakt van de staf. Zijn gezondheid laat echter te wensen over. Het klimaat is wellicht te zwaar voor hem.

Begin juli 1993 wordt hij benoemd te Jeruzalem. In zijn antwoord aan Rome schrijft Herman : „Votre proposition de Jérusalem correspond entièrement et à mon désir de renouvellement et à mon intérêt pour l’animation spirituelle”. In het team is hij verantwoordelijk voor de geestelijke animatie, de dertigdaagse retraite inbegrepen. Een confrater getuigt : „Herman was een van de weinige confraters met wie ik echt persoonlijk een dieper gesprek kon hebben. Hij straalde zoveel vriendschap en empathie uit !” Eind 1997 moet hij voor verzorging (onder andere een ernstige oogziekte) naar België, waar hij blijft tot eind 1999; tijdens dit laatste jaar kan hij nog deelnemers begeleiden tijdens de grote retraite, terwijl Marcel Boivin hem reeds vervangt.

In september 1999 wordt Herman in Rome benoemd als assistent-secretaris van de Voortgezette Vorming. Hij leidt, samen met een Witte Zuster, de sessies voor zestig- en zeventigplussers, alsook de ’Overgang naar de derde leeftijd’. Tai Chi en het enneagramme staan steevast op het programma; voor dit laatste heeft hij trouwens „The Enneagram” van Beesing-Nogosek-O’Leary uit het Engels vertaald. Gebedsmomenten en vieringen, inleidingen en uiteenzettingen, uitstappen en bezoeken zijn minutieus voorbereid. Minzaam en attent tracht Herman ieder deelnemer mee te trekken in het zoeken naar zijn diepste aspiraties. „Les évaluations faites à la fin des sessions ont toujours montré comment chaque session a été bénéfique pour les participants”, schrijft pater Richard Baawobr, toen nog algemeen assistent.

In oktober 2010 komt Herman naar België en vestigt zich te Bonheiden bij zijn zus Godelieve. Wat als een voorlopig verblijf was voorzien zal verschillende jaren duren vanwege de ziekte van zijn zus, waar later ook nog de zorg voor zijn tweede zus Marie-Louise bijkomt. Gedurende enkele jaren zal hij wel proberen daarbij ook de verantwoordelijkheid van de gemeenschap van Antwerpen-Keizerstraat op zich te nemen, met wisselend et eerder matig succes; de confraters spreken van „korte verschijningen”. In Bonheiden doet hij dienst in de Heilige Geestkapel. „Als hij achter het altaar zat met zijn stralende ogen en glimlach bracht hij rust en vrede”, schrijft een getuige. Hij blijft retraites animeren, schrijft ook nog zijn gekende brieven ter gelegenheid van Advent en Vasten, die hij reeds in Rome begonnen was. Zijn zus Godelieve sterft in 2011, maar dan valt Marie-Louise ziek. Herman zorgt ook voor haar. Tot hij niet meer kan. Op 27 juni 2018 aanvaardt hij dankbaar naar Avondrust te gaan. Hij blijft zeer zwak. Hij sterft, toch heel onverwacht, op 9 augustus.

  De verrijzenisliturgie had plaats te Varsenare op donderdag 16 augustus.

Een nadienst zal plaats hebben op zaterdag 15 september om 11 uur in de H.Geestkapel te Rijmenam-Bonheiden.

 
Jef Vleugels
 

Homepagina | Contact | Overzicht van de site | | Statistieken van de site | Bezoekers : 44 / 739477

De activiteit van de site opvolgen nl  De activiteit van de site opvolgen Onze overledenen   ?    |    titre sites syndiques OPML   ?

Site gebouwd met SPIP 3.0.26 + AHUNTSIC

Creative Commons License